Hoe zit een sonate van Mozart of Beethoven in elkaar? (vormanalyse)
by on augustus 4, 2018 in Muziektheorie

Wil je weten hoe een sonate is opgebouwd? Welke elementen komen erin voor? Hoe is de muzikale ontwikkeling?

Hieronder laat ik beknopt zien hoe een sonatevorm in elkaar steekt.

Dit overzicht is geschreven voor conservatoriumstudenten met al wat achtergrondkennis!

Sonate

Een sonate is een klassiek muziekstuk met meestal een vaste opbouw uit meerdere delen (meestal 3 of 4).

Een kleine of korte sonate wordt een sonatina of sonatine genoemd.

De sonate komt al in de 17e eeuw voor. Maar vooral vanaf de 18 eeuw wordt het een basisvorm voor het componeren van een klassiek muziekstuk.

De sonatevorm kom je ook met variaties bij 20e eeuwse componisten tegen. Vaak wordt de term ‘hoofdvorm’ in plaats van sonatevorm gebruikt.

Schematisch vormoverzicht

Sonate hoofdvorm

Toelichting termen

  • Expositie (A): Presentatie van thema 1 en 2. De Toonsoort is eerste de Tonica en dan de Dominant. Alle thema’s worden afgerond door een cadens (IV-V-I).
  • Verwerking (B): Het materiaal van de Expositie (o.a. thema 1+2) wordt ‘verwerkt’. Dit gebeurt altijd in diverse toonsoorten, waarin op het einde (de Reprise) een modulatie voorkomt naar de Tonica. De Verwerking noem je ook wel ‘Doorwerking’. In het Classicisme (18e-19e eeuw) is de verwerking vaak kort (zie bijvoorbeeld Mozarts ‘Eine kleine Nachtmusik’), maar richting de Romantiek (19e eeuw) wordt de verwerking steeds belangrijker en uitgebreider (zie bijvoorbeeld Beethovens ‘Eroica’).
  • Reprise (A): Herhaling van de Expositie. Er vindt over het algemeen geen modulatie plaats (kan wel! zie Mozart ‘Sonate k545’, ‘Symfonie nr. 40’ en Beethovens ‘symfonie nr. 5’). De reprise bevat variaties om letterlijke herhaling te voorkomen. De Reprise (Re-expositie) noem je ook wel ‘Recapitulatie’. De Toonsoort is meestal de Tonica. Een sonate in mineur kan soms in zijn majeur eindigen (bv. c mineur wordt dan C majeur).

 

  • Thema 1 Kenmerken: “mannelijk”, stevig, bestaande uit de drieklank van de Tonica. Thema kan worden opgedeeld in 1a en 1b (a + b verschillen enigszins van elkaar). Een thema 1 kan in de Expositie vooraf worden gegaan door een ‘Introductie’, vaak op de I of V trap (zie Haydns ‘symfonie nr. 103’).
  • Overgangszin: Modulatiezin. In majeur ga je naar de ‘Dominant’ en in mineur naar de ‘Parallel-toonsoort’.
  • Thema 2 Kenmerken: “Vrouwelijk”, verfijnd, staat in de Dominant of Parallel-toonsoort. Thema kan worden opgedeeld in 2a en 2b (a + b verschillen enigszins van elkaar).
  • Codetta/Slotzin: Einde van een deel. vaak vooraf gegaan door een triller. Codetta hergebruikt materiaal of bevat nieuw materiaal. Om de beweging af te remmen volgt op de Slotzin (vaak gebaseerd op een cadens) soms een slotbevestiging (= continue herhaling van V-I).
  • Verbindingszin: deze zin heeft vaak géén modulatie omdat de Reprise in de Tonica moet blijven. Wel bevat het variatie om saaiheid en letterlijke imitatie te voorkómen.
  • Coda/Slot = Definitieve  sluiting van het Allegro. Soms wordt een Reprise gevolgd door een Coda, welke bestaat uit eerder gebruikte elementen (van de codetta) of nieuwe elementen. Een Coda kan kort of erg lang zijn (zie Beethovens symfonie ‘Eroica’). Ze borduurt voort op eerder gebruikte elementen of er worden nieuwe elementen verwerkt. Dit deel kan soms ook doorwerking worden genoemd. (zie Beethovens ‘symfonie nr. 3’).
Harmanus Music | 0683251008 | info@harmanusmusic.com