Jazzpiano en jazzakkoorden leren op piano: waar begin je?

Kan je al pianospelen? En wil je meer weten over jazzakkoorden en jazzpiano? Of jazzimprovisatie in het algemeen? Dan ben je op de juiste plek. Je vindt hier informatie over verschillende onderwerpen én een plan van aanpak.
Wat zijn bijvoorbeeld jazzakkoorden voor beginners en gevorderden? Wat betekent II-V-I progressie? Wat is een jazzakkoorden schema? Wat zijn jazzstandards en Real Books? Wat zijn voicings en rhythm changes? Met welke simpele jazzstandards begin je? Hoe oefen je die op piano? Hoe improviseer je in jazz? En waar begin je met luisteren naar de ’top’ jazzpianisten?
Van A tot Z: met praktische handvatten help ik je hieronder op weg. Alle informatie op deze pagina komt uitgebreider aan bod in mijn online cursus jazz piano.
1. Waar begin je met jazzakkoorden en jazzpiano?
Jazz is een ruim begrip dat inmiddels meer dan een eeuw aan uiteenlopende stijlen omvat. Van swing tot experimentele jazz, en van Oscar Peterson en Bill Evans tot Keith Jarrett, Brad Mehldau en Tigran Hamasyan. Juist door die grote stilistische diversiteit is het lastig, misschien zelfs onmogelijk, om jazz in één scherpe en allesomvattende definitie te vangen.
Wanneer je jazzpiano wilt leren spelen, zijn er drie vaardigheden die in elke stijl terugkomen:
- Jazzakkoorden kunnen spelen
- Enige vrije improvisatievaardigheden
- Jazzstijlkennis beheersen voor inspiratie
Daarnaast is veel luisteren naar verschillende jazzstijlen essentieel. Zo bouw je een muzikaal referentiekader op waarbinnen je oefent en keuzes leert maken. Jazzpiano spelen zonder veel naar jazzmuziek te luisteren is nauwelijks voorstelbaar. Luisteren vormt de basis.
Het goede nieuws is dat deze drie vaardigheden te ontwikkelen zijn, ieder op zijn eigen niveau. Hieronder geef ik per onderdeel een aantal concrete tips.
2. Jazzakkoorden spelen op piano voor jazzbeginners
Allereerst een begripsverduidelijking: met ‘jazzbeginner’ wordt hier bedoeld dat je al piano kunt spelen, maar geen of weinig echte jazzervaring hebt.
Wil je jazzakkoorden leren, doorloop dan als voorbereiding de volgende 3 onderdelen:
- Toonladders
- Drieklanken
- Vierklanken
Stap 1: Toonladders
Wil je akkoorden begrijpen, dan leer je altijd eerst toonladders. Akkoorden worden immers gebouwd op basis van toonladders.
Leer voor jazz zeker alle majeur- en mineurtoonladders. Vanuit die twee toonladders kun je vrijwel alle jazzakkoorden bouwen of afleiden.
De bluestoonladders en middeleeuwse c.q. modale kerktoonladders (modal scales) zijn handig om te kennen. Maar voor beginners zijn ze optioneel. De bluestoonladder gebruik je vooral bij melodische improvisatie. De modale toonladders ook bij gevorderde jazzakkoorden. Als beginner kun je ze even overslaan.
Stap 2: Drieklanken en omkeringen
Hieronder worden de begrippen ‘majeur- en mineurakkoorden’, ‘drieklanken’, ‘grondligging’ en ‘omkeringen’ gebruikt. Weet je nog niet wat dat betekent? Lees dan mijn algemene pianoakkoordenblog.
Na het leren van de majeur- en mineurtoonladders begin je met de basisakkoorden: drieklanken.
De 4 belangrijkste drieklanken zijn:
- Majeur (Eng. major)
- Mineur (Eng. minor)
- Verminderd (Eng. diminished)
- Overmatig (Eng. augmented)
Zij vormen de kern van vrijwel alle bekende jazzakkoorden. Leer ze in grondligging en omkeringen spelen.
Afbeelding: C-majeur drieklank in omkeringen

Stap 3: Vierklanken
Na drieklanken leg je de focus op vierklanken, in het bijzonder de septiemakkoorden. Je voegt dan een extra toon toe aan de drieklanken, namelijk de 7e toon uit de toonladder.
Kort toegelicht: een C-majeur in drieklank bestaat uit de tonen c + e + g (de 1 + 3 + 5 van een majeurtoonladder). Als vierklank wordt het dan: c + e + g + b (de 1 + 3 + 5 + 7 van een majeurtoonladder). Welke septiemakkoorden moet je zeker kennen?
Afbeelding: C-majeur7 (vierklank)

De 5 belangrijkste septiemakkoorden
- Majeur-septiem (maj7) = 1 + 3 + 5 + 7 = c + e + g + b
- Dominant-septiem (7) = 1 + 3 + 5 + b7 = c + e + g + bes
- Mineur-septiem (m7 of -7) = 1 + b3 + 5 + b7 = c + es + g + bes
- Mineur-septiem/b5 (m7b5) = 1 + b3 + b5 + b7 = c + es + ges + bes
- Verminderd-septiem (dim.7) = 1 + b3 + b5 + bb7 = c + es + ges + beses (= a)
Als je deze akkoorden in grondligging kan spelen, heb je voldoende vaardigheid om je eerste jazzlied te spelen. Start bijvoorbeeld met ‘Autumn Leaves’.
In mijn jazzpianocursus komen alle septiemakkoorden en hun toepassingen aan bod.
Afbeelding: septiemakkoorden in C

Stap 4: Vijfklanken
Na de vierklanken kun je eindelijk beginnen aan gevorderd-klinkende jazzakkoorden: vijfklanken.
Dat betekent dat je boven de septiem (7) een none (9) speelt. Ht C-majeur-7-akkoord bestaat uit c + e + g + b. Als vijfklank wordt het: c + e + g + b + d. Je noteert dan C-majeur7/9. En dat doe je voor alle vijf belangrijke septiemakkoorden.
Dit is véél werk, maar zeer de moeite waard. Je klinkt direct een stuk gevorderder, terwijl het niet veel moeilijker is om te spelen, als je weet hoe je dat het beste kunt doen!
3. Jazzakkoordenschema’s spelen op piano: de ‘II V I progression’ (2 5 1 jazzvoicings)
Je kunt nu vier- en vijfklanken oefenen op het beroemde ‘II-V-I-schema’. Ook wel II-V-I-progressie of 2 5 1 voicings genoemd. Iedere jazzstudent begint daarmee. Het is een onmisbaar onderdeel.
Wat is een II-V-I-progressie?
Een progressie is een akkoordenschema. En die Romeinse cijfers zijn een vorm van akkoordnotatie, vergelijkbaar met het ‘Nashville Number System’.
De Romeinse cijfers staan voor relatieve akkoorden in een toonsoort (lees mijn diepteblog over toonsoort). Het is een ‘relatieve notatie’ omdat je geen akkoordsymbolen zoals C of Gm gebruikt. Je moet die cijfers omzetten naar akkoordsymbolen.
II V I omzetten naar akkoordsymbolen
Een II betekent het tweede akkoord in een toonsoort. En V betekent het vijfde akkoord. En I betekent het eerste akkoord.
Zo’n akkoordenschema ziet er als volgt uit:
- In NNS-notatie: | II | V | I | I |
- Omgezet in de toonsoort C-majeur met drieklanken: | Dm | G | C | C |
II-V-I-jazzschema’s kun je oefenen met vierklanken en vijfklanken. Dan krijg je die specifieke ‘jazzsound’.
- Met vierklanken: | Dm7 | G7 | Cmaj7 | Cmaj7 |
- Met vijfklanken: | Dm7/9 | G7/9 | Cmaj7/9 | Cmaj7/9 |
Afbeelding: II V I (NNS 3/4/5 klanken)

Hoe speel je II-V-I-schema's met vijfklanken op piano?
Vijfklanken verdeel je over twee handen, anders zijn ze bijna niet te spelen.
- Met je linkerhand speel je de grondtoon van het akkoord. Dus bij het Dm7/9 akkoord speel je de enkele toon d.
- Met je rechterhand speel je de overige tonen, dus f-a-c-e. En dat doe je bij ieder akkoord dat je speelt.
Afbeelding: II V I progression in C

Twee goede jazzoefeningen voor vier- en vijfklanken:
Om je vier- en vijfklanken te trainen kun je 2 effectieve oefeningen doen:
- Oefen de II-V-I progressie (vier/vijfklank) in verschillende toonsoorten. Hoe meer je kent, hoe beter. Besef wel dat deze oefening veel tijd kost.
- Oefen de vier/vijfklanken op het jazzlied ‘Autumn Leaves’. Dat lied bestaat namelijk grotendeels uit II-V-I schema’s. Deze tweede oefening kost minder tijd en het resultaat is dat je meteen een jazzlied kan spelen. Dus veel beginners slaan oefening 1 over en starten met oefening 2.
Je beheerst nu de nodige inleidende jazztheorie. Ook kun je inmiddels mooie akkoorden spelen bij het lied ‘Autumn Leaves’. Dat is een van de meest gespeelde jazzhits, ook wel een standard genoemd.
Maar dan rijzen al snel twee logische vragen. Waar vind je bladmuziek van de meest gespeelde jazzstandards? En welke jazzstandards zijn verstandig om als volgende stap mee te beginnen?
4. Wat zijn jazzstandards en het Real Book of Jazz voor piano?
Standards zijn jazzliedjes die in de geschiedenis klassiekers - dus standaard - zijn geworden. Denk hierbij aan liedjes als Autumn Leaves, Blue Bossa en Stella By Starlight. Iemand heeft al die klassiekers in één boek gebundeld: het Real Book. Dus koop bij bol.com een Real Book en je hebt alle jazzklassiekers bij elkaar.
Deze standards worden vaak gespeeld door grote jazzartiesten maar ook tijdens open jamsessies. Als je op het podium met onbekende medemuzikanten jazzpiano wilt spelen, dan komen die standards goed van pas.
Maar ook als je begint met jazzpiano en jazzakkoorden speel je standards.
Lees mijn blog met een gratis online Jazz Real Book.

Real Book of Jazz
5. Wat zijn eenvoudige jazzstandards voor beginners (piano)?
Eenvoudige pianostandards zijn niet alleen geschikt voor beginners. Ook gevorderde pianisten spelen ze regelmatig. Wanneer je nieuwe kennis aan het verwerken bent, zoals uitgebreidere jazzakkoorden of jazzsolo’s, is het vaak prettiger om dat te doen binnen een overzichtelijke vorm. Een complexe standard als ‘Giant Steps’ van John Coltrane is muzikaal gezien geweldig, maar op dat moment soms te uitdagend.
Eenvoudige jazzpianostandards:
- Autumn Leaves
- Blue Bossa
- Misty
- Fly Me To The Moon
- Alone Together
- In The Wee Small Hours
- Blue in Green
Kies altijd de juiste standards die passen bij zowel je niveau als je leerdoel.
Afbeelding: Autumn Leaves (akkoorden jazzstandard)

Afbeelding: Fly me to the moon (akkoorden jazzstandard)

6. Hoe speel je jazzstandards op piano?
Je kent nu verschillende jazzakkoorden, schema’s en een aantal standards om mee te beginnen. De volgende vraag is hoe je die standards praktisch op de piano speelt. Er zijn vier algemene benaderingen die voor iedere pianist waardevol zijn, ongeacht je uiteindelijke doelen of muzikale voorkeur.
Een jazzstandard kun je op minimaal vier manieren oefenen:
- RH: de melodie van het lied en LH: het akkoord. Zo laat je duidelijk horen hoe het lied klinkt en kun je samenspelen met een bassist die de baspartij verzorgt. Met je rechterhand kun je, als je dat wilt, ook improviseren.
- RH: de akkoorden en LH: de bas of een walking bass, een lopende baslijn over de akkoorden. Hiermee kun je soloinstrumenten, zangers en zangeressen begeleiden die de melodie spelen.
- RH: de melodie en LH: de bas. Deze vorm is geschikt voor jazzsolopiano en geeft ruimte om te improviseren wanneer dat past.
- RH: de melodie met akkoorden en LH: de bas of pianoloopjes. In deze benadering combineer je alles tot één compleet pianospel.
Vanuit deze vier benaderingen kan je rustig gaan uitbouwen naar specifieke technieken binnen jazzstijlen. Denk hierbij aan stijlen als Swing Jazz, Bebop, Ragtime, Bossa Nova, Latin Jazz of Contemporary Jazz. Dit alles komt aan bod in mijn online jazzpianocursus.
7. Jazzharmonieleer voor gevorderden
Na de basisakkoorden en jazzpianotechnieken is de volgende stap de meer gevorderde jazzakkoorden, alteraties en voicings.
Denk bijvoorbeeld aan:
- De ‘Tritone Substitution’ die je tegenkomt bij jazzpianisten als Duke Ellington en Bud Powell.
- De ‘Drop Two Voicings’ zoals ze voorkomen bij Bill Evans, George Shearing en Red Garland.
- Of 'So What Quarter Voicings' die Bill Evans bedacht op de plaat Kind of Blue van Miles Davis. Luister maar eens naar het nummer ‘So What‘.
- En niet te vergeten de moderne voicings van o.a. Keith Jarrett en Brad Mehldau.
Al deze akkoorden zijn ook prima te spelen als je geen professionele ambities hebt. Je hoeft namelijk niet veel techniek te hebben om ze te kunnen spelen. En het klinkt meteen professioneel. Dus laat je niet afschrikken door deze termen en grote namen. Deze voicings zijn ook te leren op een meer beginner jazzpiano niveau. Ook dit alles komt aan bod in mijn online jazzpianocursus.
8. Jazzsolo en jazzimprovisatie: hoe improviseer je in jazz?
Allereerst dit: je hoeft niet per se te improviseren of te soleren. Je kunt ook prima alleen de akkoorden en melodieën van jazzstandards spelen. Bijvoorbeeld als een rustige jazzballad of als een medium tempo swing jazz. Wanneer improviseren niet jouw ding is, kun je dat onderdeel gerust laten liggen.
Wil je wel improviseren, dan is de vraag hoe je dat aanpakt.
Storytelling vormt een belangrijk uitgangspunt binnen jazzimprovisatie. Je leert als het ware een muzikaal verhaal vertellen met je solo. Daarbij gaat het om vragen als: hoe bouw je een solo op, hoe werk je met een thema en variaties, hoe creëer je een spanningsboog richting een hoogtepunt, en hoe breng je de energie weer terug in het slot.
In grote lijnen zijn er twee algemene invalshoeken om te improviseren:
- Vanuit melodie gedacht
- Vanuit akkoorden gedacht
9. Wat betekent jazzimproviseren vanuit melodie?
Bij jazzimproviseren vanuit de melodie neem je de melodie van het jazzlied als uitgangspunt, of je bedenkt zelf een eigen melodie. Op die melodie ga je vervolgens allerlei ‘variaties’ maken.
Pattern Improvisation
Je kunt ook een kort motiefje, slechts een paar tonen, als leidraad nemen voor je variaties. Dat motief kun je zelf verzinnen, of je haalt het uit een bestaande melodie. Dit wordt vaak ‘pattern improvisation’ genoemd. Daarna improviseer je verder vanuit dat ene patroon.
Er bestaan veel variatietechnieken voor improviseren op een melodie, zoals omspelingstonen, chromatic approach, cross-rhythms, gespiegeld en leidtonen tot kreeftgang. Het zijn er te veel om hier allemaal uit te werken.
Heb je hierbij hulp nodig? In de jazzpianocursus loop ik stap voor stap met je door verschillende variaties en hoe je die in de praktijk toepast.
10. Wat betekent jazzimproviseren vanuit akkoorden?
Bij improviseren vanuit akkoorden neem je de jazzakkoorden van het lied als startpunt. De tonen van de akkoorden noem je target notes of ‘doeltonen’. Ze vormen de ruggengraat van je solo. Je kan die target notes bijvoorbeeld aanvullen met halve tonen eronder of erboven, zogeheten leading tones of ‘leidtonen’.
Deze invalshoek is onder meer gangbaar in bebop jazz van Charlie Parker, Bud Powell en Bill Evans.
Improviseren vanuit melodie en akkoorden zijn standaardbenaderingen in jazzimprovisatie. Dat geldt voor verschillende instrumenten en stijlen, van piano en saxofoon tot ballads en swing. In mijn jazzpianocursus neem ik beide benaderingen stap voor stap met je door.
11. Jazztheorie en stijlkennis
Wanneer je improviseert, jazzakkoorden speelt, solo’s ontwikkelt of begeleiding leert, speelt stijlkennis een grote rol.
Het is belangrijk dat je de kenmerken kent van verschillende jazzstijlen, zoals swing jazz, bebop jazz, bossa nova jazz, latin jazz, free jazz en contemporary jazz. Het gaat daarbij niet alleen om jazztheorie, pianoakkoorden en improvisatiemiddelen. Verdiep je ook bewust in de stijlen zelf en probeer ze te ontleden.
Let op de gebruikelijke technieken, de manier van improviseren, het type akkoorden, ritmische patronen en andere stijlkenmerken. Wanneer deze kennis niet alleen in je hoofd zit, maar ook in je oren, ontstaan nieuwe muzikale ideeën vaak vanzelf en werk je gerichter aan je eigen spel.
Waarom is kennis van jazzstijlen nodig?
Wanneer je improviseert op piano, speel je meestal binnen je eigen referentiekader. Als je veel naar bebop luistert, is de kans groot dat je solo ook in die richting kleurt. Je gaat dan bewust of onbewust op zoek naar die specifieke sound, en neemt bepaalde mogelijkheden wel mee in je spel terwijl je andere opties laat liggen. Houd je van Bill Evans, dan is de kans groot dat je automatisch zoekt naar de klank en voicing van de akkoorden van Bill Evans.
Daarom is luisteren zo belangrijk. Luister naar zoveel mogelijk stijlen en verschillende pianisten. Hoe breder je muzikale kennis en ervaring, hoe ruimer je speelveld wordt. Dat houdt je blik open en vergroot je mogelijkheden tijdens het spelen en improviseren.
Volg niet alleen je smaak
Belangrijke tip: onderscheid bij het luisteren tussen je smaak en studie.
Het helpt wanneer je in staat bent om naar muziekstijlen te luisteren met een lerend oor, ook als die stijl niet direct jouw smaak is. Je kunt er vrijwel altijd algemene principes of technieken uithalen en die loskoppelen van de specifieke stijl. Vervolgens pas je ze toe binnen de muziek die jij wél mooi vindt.
Met andere woorden: ook als je geen liefhebber bent van de muziek van Bill Evans of Keith Jarrett, kun je hun muzikale ideeën en technieken gebruiken buiten hun eigen stijl. Zelfs buiten de jazzmuziek. Denk bijvoorbeeld aan gospel, world music of pop.
Luister daarom bewust naar verschillende jazzstijlen en artiesten. Zo bouw je een breed referentiekader op waar je in je eigen spel steeds uit kunt putten.
Tips:
- Jazzdocumentaire van Ken Burns ‘The History of Jazz’ op DVD. Dat geeft je een overview van de jazz in beeld en geluid.
- Het boek ‘The History of Jazz’ van Ted Gioia. In 2021 is er een derde editie uitgekomen van dit standaardwerk. Zie bol.com.
Afbeelding: History of Jazz DVD

12. 10 tips voor luisteren naar jazzmuziek en bekende jazzpianisten
Hieronder vind je tien luistertips, globaal in historisch-chronologische volgorde. Je kunt de artiesten en opnamen eenvoudig opzoeken via bijvoorbeeld YouTube of Spotify.
Alle genoemde pianisten behoren tot de top binnen hun vakgebied. Veel van hen bewegen zich bovendien tussen verschillende stijlen en genres. Zie de indeling daarom vooral als een praktische leidraad, niet als een strikt onderscheid.
- Stride & Swing Jazz 30’s: James P. Johnson, Fats Waller & Count Basie, Duke Ellington en de vroege Oscar Peterson
- Bebop Jazz 40’s: Thelonious Monk, Bud Powell
- Cool Jazz / Modal Jazz: Bill Evans op het album Kind of Blue van Miles Davis
- Electronic Jazz en Fusion: Chick Corea
- Soul Jazz / Post Bop / Funk Jazz: Herbie Hancock
- Free Jazz: Cecil Taylor
- Latin Jazz: Michel Camilo (Cubaans) en Eliane Elias (Braziliaans)
- R&B Neo Soul Jazz: Robert Glasper (Hip-hop) en Cory Henry (Gospel)
- World Music Jazz: Shai Maestro (Joods-Arabische Jazz) en Tigran Hamasyan (Armeens-klassiek-EDM Jazz)
- Postmodern Contemporary Jazz: Esbjörn Svensson, Keith Jarrett, Brad Mehldau en Taylor Eigsti
13. Wil je je verdiepen in jazzpiano?
Hopelijk heb je met dit blog een goede start kunnen maken. Heb je hulp nodig of zoek je voorbeelden en verdere verdieping? Volg mijn complete online cursus jazzpiano: akkoorden, begeleiden en jazzpiano solo.
5 tips om beter te improviseren in de jazz muziek

Loop je vast met jazzimprovisatie op de piano of een ander instrument?
Hier vind je vijf tips die je helpen bij je improvisatie en solo’s. Sommige zijn praktisch, andere meer abstract. Vooruitgang in improviseren is zelden een kwestie van een paar technieken. Het vraagt ook om anders leren denken.
Deze tips helpen je dus om op een andere manier te kijken naar muziek. Ze vergroten je muziekinzicht en uiteindelijk ga je daardoor creatiever improviseren.
De inzichten zijn een combinatie van mijn eigen ideeën en van anderen, zoals jazzpianisten Bill Evans en Taylor Eigsti en saxofonist John Coltrane.
Bijgewerkt op 11 december 2025
Jazz tip 1: Leer jazz principes geen trucjes
Leer eerst universele denk- en speelprincipes in plaats van specifieke ‘licks’. Dat is een technische muziekterm voor een vast patroon van noten. Die principes zijn instrumentonafhankelijk. Of je nu piano, gitaar of saxofoon speelt.
Licks zijn als de uitkomst van een berekening. Je kan de uitkomst onthouden, maar zonder inzicht in de berekening kom je niet ver. Als improvisator moet je weten hoe een lick is opgebouwd en welke redenering eraan ten grondslag ligt.
Waarom is dit belangrijk?
- Als je de redenering begrijpt, kan je die aanpassen en nieuwe ideeën bedenken. Je creativiteit blijft dan beter stromen.
- Je doorgrondt improvisaties van anderen sneller en past ze makkelijker toe. Dat is een vorm van reverse engineering.
Daarom is het belangrijk dat je niet alleen leert ‘wat je moet spelen’, maar ook ‘waarom het werkt’.
Jazz tip 2: Begin je jazz solo eenvoudig en bouw van daaruit verder (Bill Evans)
De belangrijkste tip die Bill Evans geeft is: “Begin eenvoudig met een paar tonen en bouw van daaruit verder. Speel vooral geen snelle complexe licks en trucjes die je eigenlijk niet begrijpt. Door zo’n oppervlakkige aanpak raak je verward.”
Een goed voorbeeld van een eenvoudige maar wereldberoemde solo is die van jazztrompetist Miles Davis. In het nummer So What opent Davis zijn solo met 2 simpele noten, van de hoge toon d naar de lage toon d. Die d keert geregeld terug. Dat maakt de herhaling zo krachtig. Luister hieronder vanaf 1:30 min.
Miles Davis ‘So What’ solo
Simpel beginnen dus. Maar hoe doe je dat precies?
Improvisatie oefening: Pattern Improvisation
Een mogelijke methode hiervoor is pattern improvisation, dat bekend is geworden door jazzlegende John Coltrane. Je begint met een motief, ook wel patroon genoemd, en past daarop variaties toe. Een patroon kan zo eenvoudig zijn als 4 noten. Ik geef een voorbeeld.
Stel je speelt een lied in de toonsoort C-majeur. Dan gebruik je de toonladder C-majeur. Kies uit die toonladder 4 tonen: c d e g.
Pas nu deze 5 improvisatie variaties toe
- Verander het ritme. Speel in ‘swing’ (lang kort ritme) of speel ‘straight’ (je normale achtste noten). Of varieer tussen twee 8ste noten en triolen (3 tonen in één tel).
- Verander de volgorde van de tonen. Bijvoorbeeld: c e d g, g e c d, etc.
- Herhaal sommige tonen vaker. Bijvoorbeeld: g g e c d d c. Herhaling zorgt voor structuur en herkenning.
- Verschuif deze vier tonen op de toonladder. Let op: je tonen zullen veranderen. Je denkt niet meer in specifieke tonen, maar je richt je op de ‘structuur’ van je motief. En de structuur van c d e g is omgezet naar cijfers: 1 2 3 5. Dus hoe ziet dat er concreet uit: c d e g | d e f a | e f g b, etc.
- Voeg een ‘voorslag’ toe. Dat is een snelle noot die zich een halve toon boven of onder je gekozen toon bevindt. Bijvoorbeeld de D# of F voor de toon E.
Deze vijf variaties kun je onderling combineren. Elk gevarieerd motief kan weer dienen als nieuw motief, het nieuwe patroon waarop je dezelfde variaties opnieuw toepast. Zo ontstaan er heel veel mogelijkheden.
En dan zijn er nog minstens tien keer zoveel variaties denkbaar, zoals omspelingstonen, blue notes, ghost notes, leidtonen en cross rhythms.
Begin eenvoudig en bouw verder op wat je begrijpt.
Boektip: Patterns for Improvisation (Oliver Nelson)
Zoek je hiervoor een goed zelfstudieboek? Bekijk Patterns for Improvisation van Oliver Nelson. In mijn online jazz piano cursus behandel ik deze patronen ook.
Extra inspiratie nodig?
Luister naar hoe pianist Herbie Hancock vanuit het eenvoudige patroon 5 1 2 zijn solo opbouwt.
Luister zeker ook naar hoe de uitvinder van pattern improvisation, John Coltrane, zijn solo opbouwt in het nummer ‘Acknowledgement’ uit 1965. De patroonbenadering hoor je al direct vanaf het moment dat hij inzet.
Jazz tip 3: Analyseer en gebruik transcripties, bladmuziek, stappenplan vanuit muziekplezier
4 inzichten voor succes in je improvisatiestudie:
3.1 Begrijp het studieprobleem
Analyseer wat er fout gaat en waarom het fout gaat.
- Is het een kwestie van techniek dat het spelen van een melodie niet lukt? Kijk naar je vingerzetting, schrijf hem op en studeer hem in. Ook als je improviseert moet je zaken instuderen. Niemand bedenkt álles ter plekke.
- Is het een kwestie van gebrek aan variatie in je spel? Pas tip #2 toe.
- Is het een kwestie van niet weten welke toonladder bij welk akkoord past? Verdiep je in muziektheorie, bijvoorbeeld binnen jazz. Ken je alleen majeur en mineurtoonladders? Verdiep je dan eens in ‘kerktoonladders‘ die veel worden gebruikt in jazz.
- Heb je te weinig ideeën voor eigen patterns? Lees het boek Triad Pairs for Jazz van Gary Campbell.
Als je het probleem helder hebt werk je gerichter en efficiënter.
3.2 Laat je inspireren door jazz grootmeesters
Op YouTube vind je talloze voorbeelden van uitgeschreven solo’s, ook wel transcripties genoemd. Typ ’transcription’ of ’transcribe’ plus de songtitel of artiest in en je ziet meteen prachtige voorbeelden. Speel ze na en vul zo je rugzak met ideeën. Het imiteren van grootmeesters hoort bij een zorgvuldige jazzstudie.
Zie hieronder transcripties van de song ‘Autumn Leaves’. De solo’s zijn van Bill Evans, Chet Baker, Miles Davis en Keith Jarrett.
Autumn Leaves solo transcripties
3.3 Pak je jazz solo improvisatie stap voor stap aan
Gebruik andere leerstrategieën als je merkt dat je aanpak niet werkt, en werk stap-voor-stap ieder probleem uit.
Misschien is je lick of melodie gewoon te moeilijk, een bekende studiefout. In dat geval is het verstandig om te kiezen voor pattern improvisation en je daar eerst volledig op te richten.
Het kan ook dat je te snel speelt. Begin dan in een rustig studietempo en verhoog je tempo geleidelijk. Als je geen tijd hebt om na te denken over wat je doet, welke tonen van het akkoord je speelt of welke variatie je toepast, dan speel je waarschijnlijk te snel.
Blijf werken van eenvoudig naar complex.
3.4 Beleef elke kleine improvisatie vooruitgang met plezier
Muziekpassie ontstaat niet pas wanneer je moeilijke stukken kunt spelen. Als je niet kunt genieten van een simpel C-majeurakkoord of een mooi uitgevoerde toonladder, is het behulpzaam om je mindset te onderzoeken.
- Muziek raakt omdat een speler aandacht geeft aan aanslag, timing, volume en klank. Dat kun je vanaf het begin ontwikkelen. Een paar goed gespeelde tonen kunnen al veel zeggingskracht hebben.
- Langetermijndenken helpt om het oefenen vol te houden. Veel mensen onderschatten hoeveel tijd het kost om vaardig piano te spelen. Gevorderde spelers oefenen vaak 1,5 uur per sessie en professionals besteden minimaal 4 uur per dag. Lees ook mijn blog over hoe vaak je moet piano oefenen.
Plezier houdt het leerproces leefbaar. De rit is lang, dus waardeer elke kleine stap.
Jazz tip 4: Blijf gemotiveerd en geduldig in je improvisatie
Bill Evans benoemt twee bekende valkuilen. Het is goed om je ervan bewust te zijn.
- Je denkt dat improvisatie niet voor jou is weggelegd zodra iets niet meteen lukt, waardoor je stopt.
- Je komt niet verder omdat je te weinig geduld hebt om het probleem echt uit te werken.
Jazz tip 5: Train als een jazz professional
Oefen zo vaak dat je vaardigheden een tweede natuur worden. Dan ben je niet afhankelijk van een goede dag en kun je steeds kwaliteit leveren.
Improvisaties van topmuzikanten als Keith Jarrett ontstaan niet zomaar. Ze lijken spontaan, maar zijn gebouwd op jaren van techniekstudie, variaties oefenen en ideeën ontwikkelen. Wie zegt “Ik doe gewoon wat!” vergeet vaak hoeveel stappen hij eerder heeft gememoriseerd. Dat is een vorm van expertise induced blindness: zodra we iets kunnen, zien we de weg ernaartoe niet meer.
Bill Evans’ vrouw vertelde dat hij dagelijks uren klassieke muziek studeerde, vooral Ravel en Debussy, om hun akkoorden te begrijpen. Pianisten als Brad Mehldau en Keith Jarrett verdiepen zich jarenlang in J. S. Bach om polyfonisch te leren improviseren. Jarrett nam zelfs complete Bachalbums op. Het vraagt simpelweg veel studie.
Zie hieronder Mehldau’s parafrase op Bach.
Brad Mehldau’s improvisatie à la Bach
Keith Jarretts improvisatie à la Bach
En Jarretts Old Man River waarin hij van jazz-blues naar Bachs meerstemmigheid gaat (vanaf 05:13 min.).
En Jarretts uitvoering van Bachs Franse Suite nr. 3.
Heb geen verkeerde verwachtingen. Er zijn behoorlijk wat voorwaarden om te kunnen improviseren. Creatieve ingevingen komen pas tot hun recht met een degelijke techniek, voldoende ideeën om mee te werken, kennis van variatietechnieken en veel speeluren.
Die tweede natuur is nodig omdat je je ideeën direct moet kunnen laten horen met je vingers.
Het vraagt simpelweg veel training. Succes en veel plezier.
Hét boek voor iedereen die jazz speelt: het Real Book (online)

Bijna iedere jazzmuzikant, beginner én gevorderd, gebruikt het Real Book om akkoorden en standards te leren, samen te spelen en te improviseren. In dit blog lees je wat het Real Book precies is, hoe je het gebruikt, waarom het zo’n belangrijke rol speelt en welke editie het best bij jou past. Je vindt hier ook een gratis online versie om te downloaden, zodat je direct aan de slag kunt.
Bijgewerkt op 13 december 2025
1. Wat is het Real Book?
Het Real Book wordt vaak gezien als dé ‘Bijbel’ van de jazzmuziek. Het is een verzameling bladmuziek van bekende jazznummers, ook wel standards genoemd. De stukken staan meestal op 1 A4 en bevatten alleen de melodie met daarboven de akkoordsymbolen. Zo’n sobere notatie heet een ‘lead sheet’.
De minimale notatie komt doordat jazz van oudsher sterk gebaseerd is op luisteren, imiteren en improviseren. Veel repertoire werd lange tijd niet volledig uitgeschreven, maar mondeling of via opnames doorgegeven. Wanneer muziek wel werd genoteerd, gebeurde dat vaak in een beknopte vorm zoals de huidige lead sheet.
Vanaf de jaren veertig werden zulke lead sheets verzameld in zogenoemde fake books, bedoeld om muzikanten snel houvast te geven bij repertoire dat zij niet volledig kenden. In die traditie ontstond het Real Book.
Twee studenten van het Berklee College of Music stelden een bundel samen met jazz standards en eigentijdse composities. Omdat zij geen toestemming hadden van de rechthebbenden, werd het boek lokaal gekopieerd en onderhands verspreid. Juist door die informele verspreiding vond het razendsnel zijn weg naar conservatoria, podia en studios.
2. Hoe ziet een lead sheet jazz standard eruit?
Iedere jazzstandard lead sheet bevat minimaal een melodie met een eenvoudig ritme en daarboven akkoordsymbolen.
In sommige edities van het Real Book zie je ook de letters A en B in een vierkant. Die geven de vorm van het stuk aan, vergelijkbaar met couplet en refrein. Als jazzmuzikanten bijvoorbeeld willen improviseren over het eerste deel van een standard, spreken ze van improviseren over het A’tje. Daarmee bedoelen ze het A-deel. Je speelt dan alleen het gedeelte waarboven de letter A staat.
Daarnaast kom je akkoorden tegen die tussen haakjes staan, meestal boven de oorspronkelijke akkoorden. Dit zijn alternatieve akkoorden. Je kunt ze in die maten gebruiken als je wilt afwijken van de originele harmonieën.
Tot slot bevatten sommige edities ook de songtekst. Dat is handig wanneer je samen speelt met vocalisten. Zo heeft iedere muzikant de informatie die nodig is om een jazzstandard te spelen.

3. Hoe gebruik je het Real Book in de praktijk?
Het Real Book is bedoeld als praktisch hulpmiddel om jazzmuziek te spelen in een ‘realistische’ muzikale context. De samenstellers van het Real Book probeerden akkoordenschema’s vast te leggen zoals die in de ‘actuele’ jazzpraktijk werden gespeeld door toonaangevende jazzpianisten en ensembles.
Deze ambitie vroeg om nauwkeurige transcripties van opnames. Dat was een tijdrovend en vooral foutgevoelig proces. De fouten in melodie en akkoorden leidden tot kritiek, maar dat deed weinig af aan de populariteit van het boek. Voor veel musici was het immers een ‘praktisch startpunt’, niet een definitieve autoriteit. Het boek bood vooral een ‘werkbare basis’ om mee te spelen en verder te bouwen.
Het is heel belangrijk om je bewust te zijn van deze insteek. Met een Real Book notatie heb je alleen de minimale informatie die nodig is om een stuk te spelen. Van daaruit wordt verwacht dat je zelf een volledig jazzstuk vormgeeft en uitvoert. Zoals je waarschijnlijk al aanvoelt, geeft iedere muzikant daar een eigen invulling aan. Juist omdat een lead sheet weinig vastlegt en nauwelijks voorschrijft wat je moet doen, ontstaat er veel ruimte om er iets persoonlijks van te maken.
Daarom is het belangrijk dat je voldoende jazztheorie beheerst, jazzakkoorden kunt spelen in goed klinkende voicings en variaties, en kunt improviseren op basis van de melodie. Als je dit wilt leren, kun je de online jazz pianocursus volgen.
4. Waarom heb je het Real Book nodig?
Als je vertrouwd wilt raken met jazzmuziek of wilt jammen en samenspelen met andere muzikanten, is het belangrijk dat je de bekende stukken hieruit kent.
Dat komt doordat vrijwel iedere beginnende en professionele jazzmuzikant eruit speelt. De klassiekers uit het Real Book zijn algemeen bekend.
Dat maakt samen spelen en improviseren een stuk eenvoudiger. Je deelt dan een gemeenschappelijke basis om op terug te vallen: dezelfde akkoorden, dezelfde toonsoort, dezelfde maatsoort, dezelfde vorm en hetzelfde thema.
5. Welke editie van het Real Book heb je nodig?
Er zijn verschillende edities in omloop, zoals Swing to Bop, Sixth Edition, The New Real Book en Hal Leonard. Door de voortdurende feedback van musici verschenen er meerdere herziene edities, waarin fouten werden gecorrigeerd en nieuwe stukken werden toegevoegd. Dat roept al snel de vraag op wat de verschillen zijn.
Neem bijvoorbeeld het stuk Autumn Leaves.
In sommige Real Book edities staat dit stuk in de toonsoort E mineur of A mineur. De oorspronkelijke toonsoort is echter G mineur. Dat is ook de toonsoort die veel muzikanten kennen en gebruiken. Soms verschillen ook de akkoorden per editie, al levert dat meestal geen grote problemen op.
Daarnaast staan sommige standards wel in de ene editie en niet in de andere. Ook de akkoordenschema’s kunnen uitgebreider zijn. Naast de gebruikelijke akkoorden worden dan ook alternatieve akkoorden vermeld. Daarom is het zinvol om meerdere edities met elkaar te vergelijken. Die verschillen kunnen je zelfs op nieuwe muzikale ideeën brengen.
Een goede eerste keuze is bijvoorbeeld ‘The New Real Book’, uitgegeven door Sher Music Co.. Deze editie is overzichtelijk, uitgebreid en bevat ook de songtekst.
Als tweede keuze is de ‘Sixth Edition’ een goede aanvulling. Deze editie is de eerste legale versie van een Real Book, uitgebracht door Hal Leonard. Hij sluit qua vormgeving bewust aan bij de oudere, illegale versies, inclusief een handschriftachtig notatieschrift. Tegelijkertijd is de inhoud wat aangepast: een aantal stukken verdween, nieuwe composities werden toegevoegd en diverse fouten werden gecorrigeerd.
Kies beide edities in de toonsoort C, wat voor pianisten het meest praktisch is. Sommige delen zijn verkrijgbaar via bol.com.
6. Online real book jazz standards (gratis pdf download)
Klik hieronder voor volume 1!
Het is niet de New Real Book editie, maar desondanks goed genoeg om mee te werken.
Wil je meer weten over Jazz Akkoorden en Jazz Piano Solo? Lees dan mijn uitgebreide en gratis hoofdpagina Jazz Akkoorden!
Keith Jarrett – the Art of Improvisation: een must see!
Deze muziekdocumentaire biedt een kijk in het leven van componist en pianist Keith Jarrett.
Interviews afgewisseld met beelden van Jarrett aan het werk illustreren welke belangrijke rol hij speelt binnen de Jazz-wereld. En vanuit welke stijlen hij zijn inspiratie put.
Zeer inspirerend voor jazzliefhebbers!
Zoek je pianolessen jazzmuziek?
Dan kan je bij mij lessen volgen:
Boek: Triad pairs for Jazz Gary Campbell
Dit studieboek van allround musicus Gary Campbell helpt je hip klinkende melodieën voor je jazzimprovisaties bedenken.
Het boek is zeer praktisch gericht. Direct toepasbaar voor de improviserende beginner én professional.
Stap voor stap wordt het concept ‘Triad Pairs’ uitgelegd.

Wat zijn Triad Pairs?
Triad pairs betekent letterlijk ‘drieklank paren’. Een drieklank is een akkoord dat uit 3 tonen bestaat. Wanneer je 2 akkoorden die beiden uit 3 tonen bestaan combineert, heb je een triad pair.
Hoe pas je dit concreet in je jazz improvisatie toe?
Stel dat je een C7 akkoord (de tonen C + E + G + Bb) hebt waar je overheen wilt improviseren.
Je kiest dan voor je improvisatie 2 verschillende drieklanken uit. Bijvoorbeeld een drieklank Eb-majeur (de tonen Eb + G + Bb) en een drieklank A-majeur (de tonen A + C# + E). Nu heb je een paar drieklanken, dus triad pair.
Met die 6 tonen bedenk je voor je improvisatie melodieën. De geïmproviseerde melodieën die hieruit voortvloeien klinken hip, modern en complex. En dat terwijl de theorie en toepassing ervan vrij makkelijk is. Ook klinken ze samenhangend, want je blijft bij die 6 tonen.
Triad pairs en pattern improvisation
Het concept triad pairs leent zich goed voor jazzimprovisatie waarbij je uitgaat van pattern improvisation. Wil je weten hoe dit in zijn werk gaat? Lees dan mijn 2e tip uit mijn blog ‘5 tips om beter te improviseren in de jazzmuziek‘.
Of volg een online cursus jazz piano en jazz akkoorden, begeleiden en solo piano.
Wanneer heb je hier wat aan?
Het triad pairs-concept werkt uitstekend voor wanneer je voelt dat je vast zit in je improvisatieproces. Wanneer je merkt dat je niet verder komt dan het spelen van toonladders of het omspelen van akkoordtonen. Het is een must voor iedere improvisator. Je kan namelijk eindeloos veel combinaties van drieklanken maken. En die talloze mogelijkheden geven je creativiteit een boost. Onmisbaar dus voor de jazz improvisator!
Dit boek is te koop bij Bol.com.