Jazzpiano en jazzakkoorden leren op piano: waar begin je?

Kan je al pianospelen? En wil je meer weten over jazzakkoorden en jazzpiano? Of jazzimprovisatie in het algemeen? Dan ben je op de juiste plek. Je vindt hier informatie over verschillende onderwerpen én een plan van aanpak.
Wat zijn bijvoorbeeld jazzakkoorden voor beginners en gevorderden? Wat betekent II-V-I progressie? Wat is een jazzakkoorden schema? Wat zijn jazzstandards en Real Books? Wat zijn voicings en rhythm changes? Met welke simpele jazzstandards begin je? Hoe oefen je die op piano? Hoe improviseer je in jazz? En waar begin je met luisteren naar de ’top’ jazzpianisten?
Van A tot Z: met praktische handvatten help ik je hieronder op weg. Alle informatie op deze pagina komt uitgebreider aan bod in mijn online cursus jazz piano.
1. Waar begin je met jazzakkoorden en jazzpiano?
Jazz is een ruim begrip dat inmiddels meer dan een eeuw aan uiteenlopende stijlen omvat. Van swing tot experimentele jazz, en van Oscar Peterson en Bill Evans tot Keith Jarrett, Brad Mehldau en Tigran Hamasyan. Juist door die grote stilistische diversiteit is het lastig, misschien zelfs onmogelijk, om jazz in één scherpe en allesomvattende definitie te vangen.
Wanneer je jazzpiano wilt leren spelen, zijn er drie vaardigheden die in elke stijl terugkomen:
- Jazzakkoorden kunnen spelen
- Enige vrije improvisatievaardigheden
- Jazzstijlkennis beheersen voor inspiratie
Daarnaast is veel luisteren naar verschillende jazzstijlen essentieel. Zo bouw je een muzikaal referentiekader op waarbinnen je oefent en keuzes leert maken. Jazzpiano spelen zonder veel naar jazzmuziek te luisteren is nauwelijks voorstelbaar. Luisteren vormt de basis.
Het goede nieuws is dat deze drie vaardigheden te ontwikkelen zijn, ieder op zijn eigen niveau. Hieronder geef ik per onderdeel een aantal concrete tips.
2. Jazzakkoorden spelen op piano voor jazzbeginners
Allereerst een begripsverduidelijking: met ‘jazzbeginner’ wordt hier bedoeld dat je al piano kunt spelen, maar geen of weinig echte jazzervaring hebt.
Wil je jazzakkoorden leren, doorloop dan als voorbereiding de volgende 3 onderdelen:
- Toonladders
- Drieklanken
- Vierklanken
Stap 1: Toonladders
Wil je akkoorden begrijpen, dan leer je altijd eerst toonladders. Akkoorden worden immers gebouwd op basis van toonladders.
Leer voor jazz zeker alle majeur- en mineurtoonladders. Vanuit die twee toonladders kun je vrijwel alle jazzakkoorden bouwen of afleiden.
De bluestoonladders en middeleeuwse c.q. modale kerktoonladders (modal scales) zijn handig om te kennen. Maar voor beginners zijn ze optioneel. De bluestoonladder gebruik je vooral bij melodische improvisatie. De modale toonladders ook bij gevorderde jazzakkoorden. Als beginner kun je ze even overslaan.
Stap 2: Drieklanken en omkeringen
Hieronder worden de begrippen ‘majeur- en mineurakkoorden’, ‘drieklanken’, ‘grondligging’ en ‘omkeringen’ gebruikt. Weet je nog niet wat dat betekent? Lees dan mijn algemene pianoakkoordenblog.
Na het leren van de majeur- en mineurtoonladders begin je met de basisakkoorden: drieklanken.
De 4 belangrijkste drieklanken zijn:
- Majeur (Eng. major)
- Mineur (Eng. minor)
- Verminderd (Eng. diminished)
- Overmatig (Eng. augmented)
Zij vormen de kern van vrijwel alle bekende jazzakkoorden. Leer ze in grondligging en omkeringen spelen.
Afbeelding: C-majeur drieklank in omkeringen

Stap 3: Vierklanken
Na drieklanken leg je de focus op vierklanken, in het bijzonder de septiemakkoorden. Je voegt dan een extra toon toe aan de drieklanken, namelijk de 7e toon uit de toonladder.
Kort toegelicht: een C-majeur in drieklank bestaat uit de tonen c + e + g (de 1 + 3 + 5 van een majeurtoonladder). Als vierklank wordt het dan: c + e + g + b (de 1 + 3 + 5 + 7 van een majeurtoonladder). Welke septiemakkoorden moet je zeker kennen?
Afbeelding: C-majeur7 (vierklank)

De 5 belangrijkste septiemakkoorden
- Majeur-septiem (maj7) = 1 + 3 + 5 + 7 = c + e + g + b
- Dominant-septiem (7) = 1 + 3 + 5 + b7 = c + e + g + bes
- Mineur-septiem (m7 of -7) = 1 + b3 + 5 + b7 = c + es + g + bes
- Mineur-septiem/b5 (m7b5) = 1 + b3 + b5 + b7 = c + es + ges + bes
- Verminderd-septiem (dim.7) = 1 + b3 + b5 + bb7 = c + es + ges + beses (= a)
Als je deze akkoorden in grondligging kan spelen, heb je voldoende vaardigheid om je eerste jazzlied te spelen. Start bijvoorbeeld met ‘Autumn Leaves’.
In mijn jazzpianocursus komen alle septiemakkoorden en hun toepassingen aan bod.
Afbeelding: septiemakkoorden in C

Stap 4: Vijfklanken
Na de vierklanken kun je eindelijk beginnen aan gevorderd-klinkende jazzakkoorden: vijfklanken.
Dat betekent dat je boven de septiem (7) een none (9) speelt. Ht C-majeur-7-akkoord bestaat uit c + e + g + b. Als vijfklank wordt het: c + e + g + b + d. Je noteert dan C-majeur7/9. En dat doe je voor alle vijf belangrijke septiemakkoorden.
Dit is véél werk, maar zeer de moeite waard. Je klinkt direct een stuk gevorderder, terwijl het niet veel moeilijker is om te spelen, als je weet hoe je dat het beste kunt doen!
3. Jazzakkoordenschema’s spelen op piano: de ‘II V I progression’ (2 5 1 jazzvoicings)
Je kunt nu vier- en vijfklanken oefenen op het beroemde ‘II-V-I-schema’. Ook wel II-V-I-progressie of 2 5 1 voicings genoemd. Iedere jazzstudent begint daarmee. Het is een onmisbaar onderdeel.
Wat is een II-V-I-progressie?
Een progressie is een akkoordenschema. En die Romeinse cijfers zijn een vorm van akkoordnotatie, vergelijkbaar met het ‘Nashville Number System’.
De Romeinse cijfers staan voor relatieve akkoorden in een toonsoort (lees mijn diepteblog over toonsoort). Het is een ‘relatieve notatie’ omdat je geen akkoordsymbolen zoals C of Gm gebruikt. Je moet die cijfers omzetten naar akkoordsymbolen.
II V I omzetten naar akkoordsymbolen
Een II betekent het tweede akkoord in een toonsoort. En V betekent het vijfde akkoord. En I betekent het eerste akkoord.
Zo’n akkoordenschema ziet er als volgt uit:
- In NNS-notatie: | II | V | I | I |
- Omgezet in de toonsoort C-majeur met drieklanken: | Dm | G | C | C |
II-V-I-jazzschema’s kun je oefenen met vierklanken en vijfklanken. Dan krijg je die specifieke ‘jazzsound’.
- Met vierklanken: | Dm7 | G7 | Cmaj7 | Cmaj7 |
- Met vijfklanken: | Dm7/9 | G7/9 | Cmaj7/9 | Cmaj7/9 |
Afbeelding: II V I (NNS 3/4/5 klanken)

Hoe speel je II-V-I-schema's met vijfklanken op piano?
Vijfklanken verdeel je over twee handen, anders zijn ze bijna niet te spelen.
- Met je linkerhand speel je de grondtoon van het akkoord. Dus bij het Dm7/9 akkoord speel je de enkele toon d.
- Met je rechterhand speel je de overige tonen, dus f-a-c-e. En dat doe je bij ieder akkoord dat je speelt.
Afbeelding: II V I progression in C

Twee goede jazzoefeningen voor vier- en vijfklanken:
Om je vier- en vijfklanken te trainen kun je 2 effectieve oefeningen doen:
- Oefen de II-V-I progressie (vier/vijfklank) in verschillende toonsoorten. Hoe meer je kent, hoe beter. Besef wel dat deze oefening veel tijd kost.
- Oefen de vier/vijfklanken op het jazzlied ‘Autumn Leaves’. Dat lied bestaat namelijk grotendeels uit II-V-I schema’s. Deze tweede oefening kost minder tijd en het resultaat is dat je meteen een jazzlied kan spelen. Dus veel beginners slaan oefening 1 over en starten met oefening 2.
Je beheerst nu de nodige inleidende jazztheorie. Ook kun je inmiddels mooie akkoorden spelen bij het lied ‘Autumn Leaves’. Dat is een van de meest gespeelde jazzhits, ook wel een standard genoemd.
Maar dan rijzen al snel twee logische vragen. Waar vind je bladmuziek van de meest gespeelde jazzstandards? En welke jazzstandards zijn verstandig om als volgende stap mee te beginnen?
4. Wat zijn jazzstandards en het Real Book of Jazz voor piano?
Standards zijn jazzliedjes die in de geschiedenis klassiekers - dus standaard - zijn geworden. Denk hierbij aan liedjes als Autumn Leaves, Blue Bossa en Stella By Starlight. Iemand heeft al die klassiekers in één boek gebundeld: het Real Book. Dus koop bij bol.com een Real Book en je hebt alle jazzklassiekers bij elkaar.
Deze standards worden vaak gespeeld door grote jazzartiesten maar ook tijdens open jamsessies. Als je op het podium met onbekende medemuzikanten jazzpiano wilt spelen, dan komen die standards goed van pas.
Maar ook als je begint met jazzpiano en jazzakkoorden speel je standards.
Lees mijn blog met een gratis online Jazz Real Book.

Real Book of Jazz
5. Wat zijn eenvoudige jazzstandards voor beginners (piano)?
Eenvoudige pianostandards zijn niet alleen geschikt voor beginners. Ook gevorderde pianisten spelen ze regelmatig. Wanneer je nieuwe kennis aan het verwerken bent, zoals uitgebreidere jazzakkoorden of jazzsolo’s, is het vaak prettiger om dat te doen binnen een overzichtelijke vorm. Een complexe standard als ‘Giant Steps’ van John Coltrane is muzikaal gezien geweldig, maar op dat moment soms te uitdagend.
Eenvoudige jazzpianostandards:
- Autumn Leaves
- Blue Bossa
- Misty
- Fly Me To The Moon
- Alone Together
- In The Wee Small Hours
- Blue in Green
Kies altijd de juiste standards die passen bij zowel je niveau als je leerdoel.
Afbeelding: Autumn Leaves (akkoorden jazzstandard)

Afbeelding: Fly me to the moon (akkoorden jazzstandard)

6. Hoe speel je jazzstandards op piano?
Je kent nu verschillende jazzakkoorden, schema’s en een aantal standards om mee te beginnen. De volgende vraag is hoe je die standards praktisch op de piano speelt. Er zijn vier algemene benaderingen die voor iedere pianist waardevol zijn, ongeacht je uiteindelijke doelen of muzikale voorkeur.
Een jazzstandard kun je op minimaal vier manieren oefenen:
- RH: de melodie van het lied en LH: het akkoord. Zo laat je duidelijk horen hoe het lied klinkt en kun je samenspelen met een bassist die de baspartij verzorgt. Met je rechterhand kun je, als je dat wilt, ook improviseren.
- RH: de akkoorden en LH: de bas of een walking bass, een lopende baslijn over de akkoorden. Hiermee kun je soloinstrumenten, zangers en zangeressen begeleiden die de melodie spelen.
- RH: de melodie en LH: de bas. Deze vorm is geschikt voor jazzsolopiano en geeft ruimte om te improviseren wanneer dat past.
- RH: de melodie met akkoorden en LH: de bas of pianoloopjes. In deze benadering combineer je alles tot één compleet pianospel.
Vanuit deze vier benaderingen kan je rustig gaan uitbouwen naar specifieke technieken binnen jazzstijlen. Denk hierbij aan stijlen als Swing Jazz, Bebop, Ragtime, Bossa Nova, Latin Jazz of Contemporary Jazz. Dit alles komt aan bod in mijn online jazzpianocursus.
7. Jazzharmonieleer voor gevorderden
Na de basisakkoorden en jazzpianotechnieken is de volgende stap de meer gevorderde jazzakkoorden, alteraties en voicings.
Denk bijvoorbeeld aan:
- De ‘Tritone Substitution’ die je tegenkomt bij jazzpianisten als Duke Ellington en Bud Powell.
- De ‘Drop Two Voicings’ zoals ze voorkomen bij Bill Evans, George Shearing en Red Garland.
- Of 'So What Quarter Voicings' die Bill Evans bedacht op de plaat Kind of Blue van Miles Davis. Luister maar eens naar het nummer ‘So What‘.
- En niet te vergeten de moderne voicings van o.a. Keith Jarrett en Brad Mehldau.
Al deze akkoorden zijn ook prima te spelen als je geen professionele ambities hebt. Je hoeft namelijk niet veel techniek te hebben om ze te kunnen spelen. En het klinkt meteen professioneel. Dus laat je niet afschrikken door deze termen en grote namen. Deze voicings zijn ook te leren op een meer beginner jazzpiano niveau. Ook dit alles komt aan bod in mijn online jazzpianocursus.
8. Jazzsolo en jazzimprovisatie: hoe improviseer je in jazz?
Allereerst dit: je hoeft niet per se te improviseren of te soleren. Je kunt ook prima alleen de akkoorden en melodieën van jazzstandards spelen. Bijvoorbeeld als een rustige jazzballad of als een medium tempo swing jazz. Wanneer improviseren niet jouw ding is, kun je dat onderdeel gerust laten liggen.
Wil je wel improviseren, dan is de vraag hoe je dat aanpakt.
Storytelling vormt een belangrijk uitgangspunt binnen jazzimprovisatie. Je leert als het ware een muzikaal verhaal vertellen met je solo. Daarbij gaat het om vragen als: hoe bouw je een solo op, hoe werk je met een thema en variaties, hoe creëer je een spanningsboog richting een hoogtepunt, en hoe breng je de energie weer terug in het slot.
In grote lijnen zijn er twee algemene invalshoeken om te improviseren:
- Vanuit melodie gedacht
- Vanuit akkoorden gedacht
9. Wat betekent jazzimproviseren vanuit melodie?
Bij jazzimproviseren vanuit de melodie neem je de melodie van het jazzlied als uitgangspunt, of je bedenkt zelf een eigen melodie. Op die melodie ga je vervolgens allerlei ‘variaties’ maken.
Pattern Improvisation
Je kunt ook een kort motiefje, slechts een paar tonen, als leidraad nemen voor je variaties. Dat motief kun je zelf verzinnen, of je haalt het uit een bestaande melodie. Dit wordt vaak ‘pattern improvisation’ genoemd. Daarna improviseer je verder vanuit dat ene patroon.
Er bestaan veel variatietechnieken voor improviseren op een melodie, zoals omspelingstonen, chromatic approach, cross-rhythms, gespiegeld en leidtonen tot kreeftgang. Het zijn er te veel om hier allemaal uit te werken.
Heb je hierbij hulp nodig? In de jazzpianocursus loop ik stap voor stap met je door verschillende variaties en hoe je die in de praktijk toepast.
10. Wat betekent jazzimproviseren vanuit akkoorden?
Bij improviseren vanuit akkoorden neem je de jazzakkoorden van het lied als startpunt. De tonen van de akkoorden noem je target notes of ‘doeltonen’. Ze vormen de ruggengraat van je solo. Je kan die target notes bijvoorbeeld aanvullen met halve tonen eronder of erboven, zogeheten leading tones of ‘leidtonen’.
Deze invalshoek is onder meer gangbaar in bebop jazz van Charlie Parker, Bud Powell en Bill Evans.
Improviseren vanuit melodie en akkoorden zijn standaardbenaderingen in jazzimprovisatie. Dat geldt voor verschillende instrumenten en stijlen, van piano en saxofoon tot ballads en swing. In mijn jazzpianocursus neem ik beide benaderingen stap voor stap met je door.
11. Jazztheorie en stijlkennis
Wanneer je improviseert, jazzakkoorden speelt, solo’s ontwikkelt of begeleiding leert, speelt stijlkennis een grote rol.
Het is belangrijk dat je de kenmerken kent van verschillende jazzstijlen, zoals swing jazz, bebop jazz, bossa nova jazz, latin jazz, free jazz en contemporary jazz. Het gaat daarbij niet alleen om jazztheorie, pianoakkoorden en improvisatiemiddelen. Verdiep je ook bewust in de stijlen zelf en probeer ze te ontleden.
Let op de gebruikelijke technieken, de manier van improviseren, het type akkoorden, ritmische patronen en andere stijlkenmerken. Wanneer deze kennis niet alleen in je hoofd zit, maar ook in je oren, ontstaan nieuwe muzikale ideeën vaak vanzelf en werk je gerichter aan je eigen spel.
Waarom is kennis van jazzstijlen nodig?
Wanneer je improviseert op piano, speel je meestal binnen je eigen referentiekader. Als je veel naar bebop luistert, is de kans groot dat je solo ook in die richting kleurt. Je gaat dan bewust of onbewust op zoek naar die specifieke sound, en neemt bepaalde mogelijkheden wel mee in je spel terwijl je andere opties laat liggen. Houd je van Bill Evans, dan is de kans groot dat je automatisch zoekt naar de klank en voicing van de akkoorden van Bill Evans.
Daarom is luisteren zo belangrijk. Luister naar zoveel mogelijk stijlen en verschillende pianisten. Hoe breder je muzikale kennis en ervaring, hoe ruimer je speelveld wordt. Dat houdt je blik open en vergroot je mogelijkheden tijdens het spelen en improviseren.
Volg niet alleen je smaak
Belangrijke tip: onderscheid bij het luisteren tussen je smaak en studie.
Het helpt wanneer je in staat bent om naar muziekstijlen te luisteren met een lerend oor, ook als die stijl niet direct jouw smaak is. Je kunt er vrijwel altijd algemene principes of technieken uithalen en die loskoppelen van de specifieke stijl. Vervolgens pas je ze toe binnen de muziek die jij wél mooi vindt.
Met andere woorden: ook als je geen liefhebber bent van de muziek van Bill Evans of Keith Jarrett, kun je hun muzikale ideeën en technieken gebruiken buiten hun eigen stijl. Zelfs buiten de jazzmuziek. Denk bijvoorbeeld aan gospel, world music of pop.
Luister daarom bewust naar verschillende jazzstijlen en artiesten. Zo bouw je een breed referentiekader op waar je in je eigen spel steeds uit kunt putten.
Tips:
- Jazzdocumentaire van Ken Burns ‘The History of Jazz’ op DVD. Dat geeft je een overview van de jazz in beeld en geluid.
- Het boek ‘The History of Jazz’ van Ted Gioia. In 2021 is er een derde editie uitgekomen van dit standaardwerk. Zie bol.com.
Afbeelding: History of Jazz DVD

12. 10 tips voor luisteren naar jazzmuziek en bekende jazzpianisten
Hieronder vind je tien luistertips, globaal in historisch-chronologische volgorde. Je kunt de artiesten en opnamen eenvoudig opzoeken via bijvoorbeeld YouTube of Spotify.
Alle genoemde pianisten behoren tot de top binnen hun vakgebied. Veel van hen bewegen zich bovendien tussen verschillende stijlen en genres. Zie de indeling daarom vooral als een praktische leidraad, niet als een strikt onderscheid.
- Stride & Swing Jazz 30’s: James P. Johnson, Fats Waller & Count Basie, Duke Ellington en de vroege Oscar Peterson
- Bebop Jazz 40’s: Thelonious Monk, Bud Powell
- Cool Jazz / Modal Jazz: Bill Evans op het album Kind of Blue van Miles Davis
- Electronic Jazz en Fusion: Chick Corea
- Soul Jazz / Post Bop / Funk Jazz: Herbie Hancock
- Free Jazz: Cecil Taylor
- Latin Jazz: Michel Camilo (Cubaans) en Eliane Elias (Braziliaans)
- R&B Neo Soul Jazz: Robert Glasper (Hip-hop) en Cory Henry (Gospel)
- World Music Jazz: Shai Maestro (Joods-Arabische Jazz) en Tigran Hamasyan (Armeens-klassiek-EDM Jazz)
- Postmodern Contemporary Jazz: Esbjörn Svensson, Keith Jarrett, Brad Mehldau en Taylor Eigsti
13. Wil je je verdiepen in jazzpiano?
Hopelijk heb je met dit blog een goede start kunnen maken. Heb je hulp nodig of zoek je voorbeelden en verdere verdieping? Volg mijn complete online cursus jazzpiano: akkoorden, begeleiden en jazzpiano solo.
Pianoakkoorden leren spelen van A tot Z

Als je je verdiept in pianoakkoorden, kan het soms lastig zijn om het overzicht te houden.
Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen drieklanken en vierklanken? Wat zijn majeur- en mineurakkoorden? Wat zijn akkoordsymbolen en omkeringen? Wat is een akkoordenschema? Wat zijn chords charts en lead sheets? Wat heb je aan akkoorden in Romeinse cijfers (of het beroemde Nashville Number System)? Welke pop en jazzakkoorden kan je leren? Hoe speel je vanuit pianoakkoorden als je zangers en zangeressen op piano begeleidt? Welke technieken zijn er voor de linkerhand?
Je vindt in dit blog een stappenplan vanaf een begin- tot gevorderd niveau. Daarbij is er aandacht voor een brede muzikale ontwikkeling. Van pop tot jazzakkoorden. Van basistheorie tot begeleiden op een hoger niveau. Zoek je een pianocursus die dit allemaal met je doorloopt? Neem dan zeker een kijkje bij mijn online pianoles cursussen pop of jazz.
1. Waarom leer je akkoordentheorie?
- Je kunt (pop) liedjes begeleiden op de piano en samen met anderen muziek maken.
- Je hoeft niet goed noten te kunnen lezen, omdat je speelt vanuit 'akkoordsymbolen'.
- Je krijgt meer begrip van hoe muziek is opgebouwd. Daardoor zie je dat veel liedjes dezelfde akkoordenschema’s gebruiken. Met een klein aantal akkoorden kun je zo al snel veel popliedjes spelen. Daarvoor moet je wel het 'Nashville Number System' leren (zie verder).
- Je kan vrijer spelen en improviseren in pop of jazz. Solo’s en melodieën zijn vaak gebaseerd op de akkoorden en akkoordenschema’s van een stuk!
2. Wat zijn (piano)akkoorden?
Een akkoord is een samenklank van drie of meer verschillende tonen.
Als je drie tonen in het akkoord speelt, noem je dat een drieklank. Zo heb je dus ‘drieklanken’ (3 verschillende tonen), ‘vierklanken’ (4 verschillende tonen), ‘vijfklanken’ (5 verschillende tonen), enzovoort.
Het woord verschillend is hierbij belangrijk. Als je een samenklank hebt die bestaat uit de tonen c + e + g + c, dan heb je wel vier tonen, maar slechts drie verschillende tonen. Dat blijft dus een drieklank. Een vierklank is bijvoorbeeld: c + e + g + b.
Afbeelding: drieklank en vierklank

Leer toonladders: de basis van akkoorden
Akkoorden worden meestal opgebouwd vanuit een toonladder. Daarom is het handig om zoveel mogelijk toonladders te kennen. Toonladders zijn de basis van muziek. Je gebruikt ze om akkoorden te maken, toonsoorten te bepalen, melodieën te spelen, te improviseren en muziek te begrijpen en te analyseren.
Bekijk de blog met alle toonladders in majeur en mineur (inclusief vingerzettingen).
Afbeelding: toonladder C-majeur

Leer majeur- en mineurakkoorden
Op de piano heb je twaalf verschillende tonen. Daarmee kun je veel akkoorden maken. Ben je net begonnen met akkoorden spelen, leer dan eerst alle majeur- en mineurakkoorden. Dit zijn de belangrijkste basisakkoorden en ze komen in veel liedjes voor.
3. Wat zijn majeurakkoorden en mineurakkoorden?
Een majeurakkoord bouw je vanuit een majeurtoonladder. Een mineurakkoord bouw je vanuit een mineurtoonladder.
- Een majeurakkoord (in drieklank) bestaat uit de 1e, 3e en 5e toon van de majeurtoonladder.
- Een mineurakkoord (in drieklank) bestaat ook uit de 1e, 3e en 5e toon, maar dan uit de mineurtoonladder. Daarom is het belangrijk dat je deze toonladders goed kent.
Hieronder leg ik uit hoe je een C-majeur- en een C-mineurakkoord vindt, met de symbolen die je op bladmuziek tegenkomt.
De stappen voor een C-majeurakkoord: spelen en noteren
- Neem de C-majeurtoonladder. Die bestaat uit de volgende zeven tonen: c, d, e, f, g, a en b.
- Kies daaruit de 1e, 3e en 5e toon. Dat zijn c, e en g.
- Speel deze tonen tegelijk. Je hebt nu een C-majeurakkoord in drieklank.
- Het akkoordsymbool is de hoofdletter C zonder er iets bij: C.
Afbeelding: C-majeurakkoord

De stappen voor een C-mineurakkoord: spelen en noteren
- Neem de C-mineurtoonladder. Die bestaat uit de volgende 7 tonen: c, d, es, f, g, as en bes.
- Kies daaruit de 1e, 3e en 5e toon. Dat zijn c, es en g.
- Speel deze tonen tegelijk. Je hebt nu een C-mineurakkoord in drieklank.
- Het akkoordsymbool is de hoofdletter C met een kleine letter m: Cm
Afbeelding: C-mineurakkoord

Met deze stappen kun je elk akkoord vinden, zolang je de toonladder kent. Deze benadering kost wel veel tijd. Daarom is er ook een snellere manier, namelijk werken met een overzicht van majeur- en mineurakkoorden.
4. Alle akkoorden op de piano in een pianoakkoordenoverzicht (gratis pdf download)
Een pianoakkoordenoverzicht met majeur- en mineurakkoorden is handig om bij de hand te hebben. Deze akkoorden gebruik je het meest. Ook uitgebreidere akkoorden, zoals maj7, 9 en add2, zijn hierop gebaseerd.
Download hier een gratis pdf met een overzicht van alle majeur- en mineurakkoorden.
5. Wat zijn akkoordomkeringen?
Een akkoordomkering (Eng. inversion) is een andere volgorde van de tonen in een akkoord. Bij een drieklank zijn er drie mogelijkheden. Neem het C-majeurakkoord. Je kunt spelen: c e g | e g c | g c e
Iedere specifieke volgorde heeft zijn eigen naam: grondligging (c + e + g), eerste omkering (e + g + c) en tweede omkering (g + c + e). Soms gebruiken muzikanten ook de termen sextligging (= 1e omkering) en kwartsextligging (= 2e omkering).
Afbeelding: akkoordomkeringen

Als je akkoordomkeringen kent, krijg je meer mogelijkheden in je spel.
- Binnen één maat kun je met je rechterhand verschillende omkeringen spelen. Dat zorgt voor meer afwisseling in ‘sound’ en beweging (ritme).
- Soms kies je een omkering omdat het akkoord op een bepaalde hoogte (register) op de piano mooier klinkt.
Met omkeringen klinkt je begeleiding natuurlijker en minder stijf.
6. Tips voor beginners: 2 tips voor hoe je akkoorden op de piano speelt als je een lied begeleidt
Voordat je vanuit akkoorden gaat spelen, is basiskennis van muziektheorie nodig. Denk aan toonladders, majeur en mineur, kruisen en mollen en intervallen. Deze basis behandel ik uitgebreid in module 1 van mijn online pianoles cursus pop.
Wil je toch alvast beginnen, gebruik dan deze twee tips.
Tip 1: Speel met je rechterhand een drieklank en met je linkerhand een bastoon
Tip 1 is voor pianisten met weinig akkoordspel-ervaring:
Je speelt met je rechterhand (RH) 3 tonen tegelijk. Met je linkerhand (LH) speel je 1 toon, namelijk de grondtoon. De grondtoon is altijd de letter die ook in je akkoord staat. Dus bij een C-majeurakkoord is de toon c de grondtoon. Bij een D-majeurakkoord is de toon d de grondtoon, enzovoort.
Neem bijvoorbeeld het C-majeurakkoord.
Je speelt met LH de grondtoon c en met RH c + e + g. Door het akkoord op elke tel te spelen, krijg je meteen ritme.
Veel pianisten met weinig ervaring met akkoorden en liedbegeleiding spelen op deze manier. Maar je hoort het ook bij bekende popartiesten. Lady Gaga begint haar nummer “Always Remember Us This Way” precies op die manier. Alleen start ze dan op een Am-akkoord: LH de toon a, en RH de tonen a + c + e.
Deze manier van begeleiden is eenvoudig, maar werkt goed. Je hebt een bas, een akkoord en ritme. Dat zijn de belangrijkste onderdelen van liedbegeleiding.
Afbeelding: basale pianobegeleiding

Tip 2: gebruik akkoordomkeringen met je rechterhand
Deze tip is geschikt voor pianisten die akkoorden in grondligging kunnen spelen.
- Binnen een maat van vier tellen kun je verschillende omkeringen gebruiken. Bijvoorbeeld op tel 1 de grondligging en op tel 3 de eerste omkering. Dat geeft meer afwisseling in klank en beweging.
- Je kunt ook bij elk akkoord een andere omkering spelen. Dat hoor je bijvoorbeeld in Piano Man van Billy Joel.

Billie Joel’s Piano Man
De kunst van het vak ‘pianobegeleiden’ is om er vervolgens een meer interessante en vollere begeleiding van te maken. Met meer variatie voor je linker- en rechterhand. En daar zijn héél veel manieren voor die ik je leer in mijn online cursus poppiano.
7. Tips voor gevorderde pianobegeleiding: gebrokenakkoorden met de linkerhand (arpeggio)
Je speelt akkoorden niet alleen met je rechterhand. Als je ook met je linkerhand akkoorden speelt, houd je je rechterhand vrij voor de melodie of een solo. Het nadeel is dat je dan geen losse bastoon hebt.
Dit kun je op twee manieren oplossen.
- Speel met je LH eerst de bastoon en spring dan naar het akkoord. Dit vergt wel wat techniek.
- Speel met je LH een ‘arpeggio’, een gebrokenakkoord. Deze arpeggio’s of ‘loopjes’ gebruik je veel bij ballads, rustige pianosongs. Het is geschikt voor intro’s, solo’s en begeleiding.
Pianoloopjes in ‘Right Here Waiting’ (Richard Marx)
Een bekend voorbeeld is ‘Right Here Waiting’ van Richard Marx.
Dit stuk staat in C-majeur. De eerste drie pianotonen die je hoort vormen zo’n LH-arpeggio. Daarna valt de melodie in met RH.
Youtube: Richard Marx – Right Here Waiting
Pianoloopjes in ‘Speeltuin’ (Marco Borsato)
Ook John Ewbank past arpeggio’s veel toe. Hij is de pianist van Marco Borsato en Glennis Grace. Ewbank gebruikt die piano-techniek in vrijwel alle bekende ‘Marco ballads’. Vaak in uitgebreidere vormen.
Luister eens naar ‘Speeltuin’ (toonsoort F). Het intro zit er vol mee!
Ik behandel dit ook in mijn online pianoles pop cursus.
Marco Borsato – Speeltuin
8. Hoe kun je alleen akkoorden spelen op de piano zonder melodie?
Het lijkt misschien alsof spelen vanuit alleen akkoorden beperkt is, omdat je ook de melodie van het lied zou moeten spelen. Maar dat klopt niet. Veel professionele pianisten begeleiden hun hele carrière zangers en zangeressen.
Goed begeleiden vanuit akkoordenschema’s vraagt veel vaardigheid. Zeker in pop en jazz kom je akkoorden tegen met ingewikkelde notaties. Dan is spelen met slechts drie tonen in de rechterhand en een bastoon in de linkerhand niet genoeg.
Bij popmuziek kun je qua niveau ver gaan. Bijvoorbeeld als je, zoals Elton John, Lionel Richie, Stevie Wonder of John Ewbank, akkoorden wilt spelen. En zeker als je jazz wilt leren. Dan heb je meer kennis nodig dan alleen de gewone akkoordsymbolen. Je krijgt dan complexe notaties, zoals G7/9#11/b13 of Db7alt.
Met pop of jazz op goed niveau red je het niet met alleen drie of vier tonen RH en één toon LH. Ook niet als je akkoordomkeringen kent en er wat ritmische variaties aan toevoegt.
Je moet veel meer kunnen. Verschillende begeleidingspatronen of gebroken akkoorden met RH. Technieken voor LH, zoals octaven, kwinten, complexe arpeggio’s, walking bass, enzovoorts. Daarbij moet je ook allerlei mooie pianoriedeltjes ’tussen’ de akkoorden kunnen spelen, bijvoorbeeld melodische variaties of ‘licks’.
Leren spelen en begeleiden vanuit akkoorden(schema’s), met alles erop en eraan, is een vak op zich.
9. Wat is een akkoordenschema?
Een akkoordenschema is een reeks akkoorden die elkaar opvolgen.
Bijvoorbeeld de opeenvolging | Am | F | C | G ||. Een akkoordenschema kan kort of lang zijn, afhankelijk van het lied. Sommige akkoordenschema's zijn meer populair dan andere.
Bij popmuziek zie je vaak extra notaties, zoals Am2, Fsus4, Gadd2 en Cmb5. Bij jazzmuziek kom je symbolen tegen als C7/9, F7b9#11b13, D7alt of Am7b5. Dit lijkt ingewikkeld, maar is goed te leren. De meeste tijd gaat zitten in het toepassen op de piano.
Een akkoordenschema werkt in de basis hetzelfde voor alle instrumenten. Iedere muzikant kan met dezelfde notaties uit de voeten. Wel bestaan er verschillende soorten bladmuziek waarop akkoorden staan. Je komt onder andere chord charts, lyrics and chords en lead sheets in twee varianten tegen. Hoe zit dat precies?
10. 3 verschillende pianoakkoordenschema’s: van chord chart tot lead sheets [bladmuziek]
De woorden akkoordenschema, chord chart en lead sheet worden vaak onterecht door elkaar gebruikt.
Chord chart (akkoordenschema)
Als je echt alleen akkoorden nodig hebt en daarvanuit wilt spelen, gebruik je een chord chart. Zo’n akkoordenschema bevat niets anders dan akkoordensymbolen. Dat betekent weinig informatie, maar het is wel erg overzichtelijk. Zeker als je op het podium speelt met een hele setlist aan tientallen popsongs. En als je hebt geleerd om een beetje ‘vrij’ te spelen, met een paar mooie pianotechnieken in je rugzak, heb je vaak niet meer informatie nodig.
Afbeelding: Chord Chart Lady Gaga

Lyrics & chords
Het kan handig zijn om te weten boven welke woorden van de zangtekst (Eng. lyric) de akkoorden staan. Daarvoor gebruik je een songtekst met akkoordensymbolen boven de woorden. Vaak maken pianisten die zelf in Word of pdf. Het voordeel hiervan is dat je precies weet op welk moment je de akkoorden moet spelen. Dat is vooral belangrijk wanneer je vocalisten begeleidt.
Deze notatie wordt veelvuldig gebruikt in pop (van Elton John tot Lady Gaga), kleinkunst, singer-songwriting, Amerikaanse gospel (Kirk Franklin, Fred Hammond, Marvin Sapp, Smokey Norful) en ook Nederlandse ‘gospel’ (Opwekkingsliederen, Sela, Insalvation, Reyer, enz). Als je in dit soort genres wilt leren pianospelen, volg dan mijn pianocursus pop of jazzpiano.
Als je het hele akkoordenschema en het lied uit het hoofd kent, is een chord chart echter voldoende.
Een pianoakkoordenschema is overzichtelijk en praktisch, maar bevat geen uitgeschreven melodie in noten. Als je die wel nodig hebt, gebruik je een lead sheet.
Afbeelding: Lyrics & Chords Lady Gaga

Lead sheets
Met een lead sheet heb je nóg meer informatie op papier. Als je de melodie op noten (toonhoogte en ritme) wilt met akkoorden erboven, dan heb je een lead sheet nodig. Geen chord chart. De melodie staat op een lead sheet genoteerd in de G-sleutel. Dus je leest slechts één notenbalk op papier. De akkoordsymbolen staan erboven. Lead sheets gebruik je als je zelf de melodie wilt spelen op de piano. Of als je wilt weten wat de zanger/zangeres precies zingt.
Lead sheets komen meestal in twee soorten voor. Een variant zoals ik zojuist heb beschreven en een variant met de songtekst (lyrics) erbij. Dan heb je vrijwel álle belangrijke informatie voor het spelen op papier: melodie op noten met songtekst en de akkoordsymbolen erboven.
Afbeelding: Lead Sheet Lady Gaga

11. Waarom akkoordenschema’s leren én het Nashville Number System?
Een akkoordenschema kan je als een soort ‘template’ opvatten. Met één template bouw je honderden websites. Je verandert gewoon wat kleuren, foto’s en verschuift wat blokken. En het lijkt alsof je een compleet andere website hebt.
Zo ook in de muziek. Muzikanten en componisten in verschillende stijlen maken vaak gebruik van dezelfde akkoordenschema’s. Die schema’s dienen dan als template voor een lied. Vaak zijn die templates al eeuwen hetzelfde gebleven. Ken je er één, dan ken je meteen honderden liedjes.
Luister eens naar het poplied Memories van Maroon 5 en Canon in D van Johann Pachelbel, de klassieke 17e-eeuwse componist. Exact hetzelfde akkoordenschema!
Youtube: Maroon 5 ‘Memories’
Youtube: J. Pachelbel ‘Canon in D’
Ed Sheeran bij RTL Late Night
Dus eigenlijk kan je met een paar akkoordenschema’s letterlijk duizenden songs spelen. Dit trucje haalde Ed Sheeran uit toen hij te gast was bij RTL Late Night met Umberto Tan. Tan was helemaal verbaasd.
Maar het concept is niet zo moeilijk. Je moet weten hoe akkoordenschema’s werken én het ‘Nashville Number System’ (NNS).
Youtube: Ed Sheeran bij RTL Late Night
Nashville Number System (Romeinse cijfernotatie)
Bij het Nashville Number System schrijf je akkoorden niet met letters, maar met cijfers vergelijkbaar met het Romeinse-cijfersysteem. Die cijfers geven de plek van het akkoord in de toonladder aan.
Stel dat lied 1 in de toonsoort C staat met de akkoorden C, F, Am en G. En lied 2 in de toonsoort G met de akkoorden G, C, Em en D. Als je die akkoorden omzet in NNS zie je dat beide schema’s hetzelfde zijn. Voor beide toonsoorten krijg je namelijk 1, 4, 6, 5 (I, IV, VI en V). Want in de toonsoort C is het C-akkoord de 1 (I), dus F de 4 (IV). In de toonsoort G is het G-akkoord de 1 (I), dus het C-akkoord de 4 (IV).
Door NNS leer je akkoordenschema’s los te zien van een vaste toonsoort. Je herkent sneller patronen en kunt liedjes makkelijker transponeren naar een andere toonsoort.
Dat is vooral handig als je zangers begeleidt. Een lied kan te hoog of te laag liggen voor een stem. Met het Nashville Number System zet je het schema eenvoudig om naar een andere toonsoort, zonder alles opnieuw uit te zoeken.
Het Nashville Number System helpt je dus om sneller te leren, beter te begrijpen hoe muziek is opgebouwd en flexibeler te spelen op de piano. Voor een verdiepende uitleg, bekijk mijn online pianoles cursus pop.
12. Stappenplan: Spelen vanuit pianoakkoorden en begeleiden van popliedjes
Als je geïnteresseerd bent in akkoorden spelen, pianoakkoorden en begeleiden in popmuziek, waar begin je dan? Hieronder volgt een vereenvoudigd stappenplan, oplopend in moeilijkheid.
Toonladders
Je leert eerst majeur- en mineurtoonladders. Daarmee kan je zowel beginner als gevorderde akkoorden bouwen.
Bekijk mijn blog met alle majeur- en mineurtoonladders.
Akkoorden en omkeringen
Vanuit toonladders leer je de vier basisakkoorden: majeur, mineur, verminderd en overmatig. Daarna leer je die akkoorden in omkeringen spelen.
Bekijk mijn blog met alle majeur- en mineurakkoorden.
Basis pianobegeleidingstechnieken
Vanuit akkoorden en omkeringen kan je pianobegeleidingstechnieken toepassen. Je moet dan denken aan begeleiden op het niveau van Lady Gaga. Wat zij bijvoorbeeld speelt in haar poplied “Always Remember Us This Way”. Dat is een simpel popliedje om mee te beginnen. Dit leer je al in module 3 van mijn online pianoles cursus pop.
Lady Gaga’s akkoordenbegeleiding (eenvoudig)
Toonsoorten
Je moet verder enig verstand hebben van toonsoorten. Akkoorden staan nooit los op zichzelf. Ze begeven zich binnen een overkoepelende toonsoort. Iedere toonsoort heeft zijn eigen specifieke akkoorden die goed met elkaar matchen.
Lees ook mijn diepteblog over toonsoorten.
Akkoordennotatiesystemen (NNS)
Daarnaast kun je je verdiepen in twee akkoordnotatiesystemen.
- Je kan akkoorden ‘absoluut’ opschrijven. Dan zie je symbolen als C, Dm, F, Gsus2 en Cmaj7.
- Je kan akkoorden ‘relatief’ opschrijven. Dan zie je schema’s in Romeinse cijfers, zoals 1, 2, 3, 4 of I II IV V I. Het zogeheten ‘Nashville Number System’ of ‘Romeinse becijfering’.
NNS is handig, omdat je de akkoorden van een lied loskoppelt van een bepaalde toonhoogte. Op die manier kan je liedjes snel in andere toonsoorten spelen. Dat heb je nodig als je vaak met vocalisten speelt of je eigen zang begeleidt. Want een stuk kan in de toonsoort Am te laag of te hoog zijn voor iemands stem. Dan moet je het hele stuk in een andere toonsoort kunnen spelen.
Een relatief notatiesysteem zoals het Nashville Number System/Romeinse becijfering schept daarvoor de juiste basis.
Gevorderde akkoorden en begeleidingstechnieken
- Breid je akkoordenkennis uit met typische popmuziekakkoorden zoals sus2, sus4, add2, add4 en septiemakkoorden zoals majeur-7, mineur-7 en dominant-7. Bekijk mijn blog met alle septiemakkoorden.
- Leer vervolgens gevorderde begeleidingstechnieken. Alleen akkoorden in je rechterhand en een bas in je linkerhand spelen is te basaal. Het helpt als je wat technieken kent die artiesten zoals Alicia Keys, Elton John, Billie Joel en John Ewbank gebruiken. Je kan eerst met je linkerhand ‘arpeggio’s’ spelen. Met je rechterhand kan je daarbij meer ritmische en melodische patronen tussen de akkoorden spelen.
Deze popakkoorden en variaties brengen meer kleur en vrijheid in je spel. Ze komen ook aan bod in de poppianocursus.
John Ewbanks akkoordenbegeleiding (complexer)
Liedvorm en opbouw: van intro tot outro
Tot slot moet je weten hoe je een lied mooi opbouwt van intro, couplet, refrein, bridge (climax) tot het einde. Je leert met welke technieken je bijvoorbeeld een rustig intro of een uitgesproken climax kunt maken en hoe je door specifieke muzikale keuzes expressie in je spel brengt Al deze kennis en kunde is nodig voor pianospelen in popmuziek op goed niveau.
13. Meer leren over jazzpiano en jazzakkoorden?
Waar begin je met akkoorden leren spelen en begeleiden in jazz?
Jazztheorie is in bepaalde opzichten complexer dan poptheorie. Je leert bijvoorbeeld andere soorten toonladders en pianoakkoorden, (jazz)theorie en pianobegeleidingstechnieken. Iedere jazzstudent loopt ongeveer dezelfde theorie door maar past het anders toe. Jazzpianisten klinken o.a. hierdoor niet allemaal hetzelfde. Vergelijk maar eens nummers van Diana Krall, Oscar Peterson, Bill Evans, Herbie Hancock en Keith Jarrett.
Wil je daarover meer weten? Ik heb daar een jazzpianoblog voor beginnende jazzstudenten aan gewijd. Stap voor stap leg ik je precies uit wat je allemaal moet leren. En in welke volgorde zodat je het rustig en gestructureerd opbouwt.
Tot slot, neem ook een kijkje bij mijn online pianocursussen als de info uit deze blog je aanspreekt.
Piano leren spelen voor beginners: wat moet je weten?

Wil je piano leren spelen als beginner? Dan komen al snel allerlei vragen op je af. Waar begin je? Heb je een piano nodig of is een keyboard voldoende? Moet je noten kunnen lezen? Welke lesmethode past bij je? En hoe lang duurt het voordat je daadwerkelijk iets kunt spelen?
Een paar eenvoudige liedjes naspelen is vaak niet zo moeilijk. Maar wanneer je jezelf muzikaal breder wilt ontwikkelen, is er meer nodig dan alleen de juiste toetsen op het juiste moment indrukken.
In deze blog zet ik de belangrijkste onderwerpen voor beginnende pianisten op een rij. Van muzikale basiskennis en luisteren tot instrumentkeuze, lesboeken, online pianocursussen en piano leren spelen zonder noten.
1. Wat moet je weten voor je begint met pianospelen?
Als beginner hoef je nog geen uitgebreide theoretische kennis te hebben. Wel helpt het om vanaf het begin breder te kijken dan alleen het naspelen van liedjes.
Leer muziek begrijpen
Zorg dat je voor een deel bezig bent met het begrijpen van wat je aan het doen bent. Dat kost aanvankelijk misschien wat extra tijd en energie, maar op langere termijn levert het juist veel op.
Wanneer je begrijpt hoe toonladders, akkoorden, ritme en melodie met elkaar samenhangen, word je zelfstandiger. Nieuwe muziek wordt overzichtelijker en je kunt kennis die je eenmaal hebt opgedaan steeds opnieuw toepassen.
Theorie is daarbij geen doel op zichzelf. Het helpt je vooral om beter te begrijpen wat je hoort en speelt.
Leer vrij pianospelen
Probeer je ontwikkeling niet uitsluitend te richten op het foutloos uitvoeren van ingestudeerde stukken. Vrij kunnen spelen is minstens zo waardevol.
Denk bijvoorbeeld aan eenvoudige improvisatie, akkoordenschema's spelen, zelf begeleidingen bedenken en iets kunnen spelen zonder dat iedere noot vooraf is uitgeschreven.
Daarvoor heb je onder andere kennis nodig van toonladders, akkoorden, akkoordsymbolen en eenvoudige begeleidingstechnieken. Mijn online pianocursus pop helpt je hierbij. Neem zeker een kijkje.
Begin ook gewoon met muziek maken
Een brede muzikale ontwikkeling betekent niet dat je eerst maanden theorie moet leren voordat je een lied mag spelen.
Kies juist ook eenvoudige muziek die goed klinkt en die past bij je niveau. Muziek maken en speelplezier blijven belangrijke onderdelen van het leerproces.
2. Leer niet alleen pianoliedjes naspelen met synthesia
Liedjes leren spelen is leuk. Programma's en video's met vallende gekleurde balkjes, zoals Synthesia, kunnen daarbij aantrekkelijk zijn. Je ziet direct welke toetsen je moet spelen en kunt relatief snel een herkenbaar resultaat bereiken.
Afbeelding: voorbeeld synthesia pianoles

Als enige leermethode heeft deze manier echter beperkingen.
Wanneer je alleen honderden liedjes op deze manier naspeelt, leer je vooral waar en wanneer je een toets moet indrukken. Je leert daarmee nog niet automatisch waarom de muziek zo is opgebouwd.
Wat is een brede pianobasis?
Een brede basis betekent dat je verschillende muzikale vaardigheden met elkaar verbindt.
Denk bijvoorbeeld aan:
- akkoorden en akkoordenschema's;
- toonladders;
- ritme en maatsoorten;
- notatie en akkoordsymbolen;
- luisteren;
- begeleiden;
- eenvoudig improviseren;
- techniek en klank.
Wanneer je begrijpt hoe deze onderdelen samenhangen, onthoud je nieuwe muziek meestal ook gemakkelijker. Je leert dan niet alleen een specifieke song, maar ontwikkelt kennis die je bij andere muziek opnieuw kunt gebruiken.
Leer nauwkeurig luisteren naar muziek
Goed pianospelen draait niet alleen om de juiste noten.
Luister ook naar timing, dynamiek, articulatie, balans en klank. Een uitvoering kan technisch correct zijn en toch weinig overtuigen. Andersom kan een eenvoudige begeleiding juist sterk klinken door goede timing en muzikale aandacht.
Probeer daarom regelmatig bewust te luisteren. Niet alleen naar welke noten iemand speelt, maar vooral naar hoe ze worden gespeeld.
3. Wat heb je als beginner nodig voor pianoles?
Je hebt om te beginnen natuurlijk een instrument nodig waarop je regelmatig kunt oefenen.
Daarnaast kan lesmateriaal nuttig zijn. Denk aan een pianomethode, technische oefeningen, bladmuziek of materiaal waarmee je akkoorden en muziektheorie leert begrijpen.
Welke combinatie het meest geschikt is, hangt af van je leeftijd, muzikale doelen en de manier waarop je wilt leren.
4. Piano of keyboard: wat past bij jouw ontwikkeling?
Welk instrument je kiest, hangt af van je doel.
Voor het leren van akkoorden, toonladders, theorie en eenvoudige begeleiding kun je prima beginnen op een keyboard. Voor het ontwikkelen van een goede pianotechniek heeft een digitale of akoestische piano echter duidelijke voordelen.
Afbeelding: keyboard

Keyboard of digitale piano?
Een belangrijk verschil zit in het klavier. Een digitale piano met 88 gewogen toetsen benadert de aanslag van een akoestische piano beter dan een licht keyboard.
Dat helpt bij het ontwikkelen van controle over je vingers, dynamiek en klank.
Let bij de aanschaf van een digitale piano bijvoorbeeld op:
- 88 gewogen toetsen;
- aanslaggevoeligheid;
- aansluiting voor een sustainpedaal;
- koptelefoonaansluiting;
- ingebouwde luidsprekers of externe versterking;
- een stevig onderstel of statief.
Afbeelding: Yamaha P-45B (voor beginners)

Akoestische piano
Heb je de ruimte en past het binnen je budget, dan blijft een goede akoestische piano natuurlijk een uitstekende keuze. Laat een tweedehands akoestische piano bij voorkeur controleren door iemand met verstand van pianotechniek.
Bij digitale piano's bestaan eveneens grote kwaliteitsverschillen. Modellen uit bijvoorbeeld de Clavinova-serie van Yamaha zijn meer gericht op het speelgevoel en de klank van een akoestische piano.
Afbeelding: Clavinova CLP 785

Voor een beginner is het duurste instrument beslist niet noodzakelijk. Belangrijker is dat je instrument prettig speelt, betrouwbaar is en aansluit bij wat je wilt leren.
5. Pianoboeken en lesmethodes voor jonge beginners
Voor jonge pianisten bestaan veel verschillende pianomethodes. Bekende namen zijn Alfred, Barrett en Leonard.
Een lesmethode heeft vooral waarde wanneer de opbouw past bij de leerling. De ene methode legt meer nadruk op noten lezen, de andere op techniek, muzikaliteit of het snel spelen van eenvoudige stukken.
Pianomethodes en lesboeken
Wie graag met een boek werkt, kan bijvoorbeeld kijken naar methodes uit de Alfred Basic Piano Library (voor de gemiddelde leerling). Ook van Carol Barratt (snelle leerlingen) en Hal Leonard (langzame leerlingen) bestaan boeken voor beginnende pianisten.
Gebruik een pianoboek niet automatisch van voor naar achter. Een goede docent kan materiaal selecteren, oefeningen aanvullen en stukken kiezen die passen bij de muzikale ontwikkeling van de leerling.
Pianoboeken met bekende liedjes
Veel methodes bevatten vooral pedagogisch opgebouwde oefeningen. Dat is nuttig, maar voor sommige leerlingen werkt het motiverend om daarnaast bekende muziek te spelen.
Korte speelstukken uit verschillende stijlen kunnen daarom een goede aanvulling zijn. Klassiek, pop, filmmuziek, blues of eenvoudige hedendaagse pianomuziek kunnen prima naast elkaar bestaan. De thematische boeken van Herman Beeftink zijn hiervoor zeer geschikt.
Zonder noten pianospelen
Ook jonge pianisten hoeven niet uitsluitend vanuit notenschrift te leren.
Akkoorden spelen, muziek op gehoor ontdekken en eenvoudige improvisatie kunnen waardevolle onderdelen zijn van de ontwikkeling. Zo leert een leerling niet alleen reproduceren wat op papier staat, maar ook zelfstandig muzikale keuzes maken. Bekijk eens mijn online poppianocursus, die is vanuit deze insteek gemaakt en bevat introductielessen voor beginners.
6. Pianoboeken en lesmethodes voor volwassen beginners
Voor volwassenen gelden deels dezelfde uitgangspunten, maar de leerdoelen zijn vaak anders.
Veel volwassen beginners willen bijvoorbeeld snel begrijpen hoe muziek in elkaar zit, zichzelf begeleiden, favoriete muziek spelen of een oude hobby opnieuw oppakken.
Pianomethodes en lesboeken
Ook voor volwassenen bestaan speciale lesmethodes, waaronder lesboeken uit de Alfred Basic Piano Library.
Een methode kan structuur geven en voorkomt dat onderwerpen willekeurig worden aangeboden. Tegelijk hoeft een boek niet te bepalen welke muziek je uiteindelijk speelt.
Gebruik een methode als leidraad en combineer die waar mogelijk met muziek die aansluit bij jouw interesses.
Methodes voor snel noten leren lezen
Wil je vooral beter leren lezen? Dan kan een aparte leesmethode zoals 'Sight Reading' van Paul Harris zinvol zijn.
Het belangrijkste bij deze benadering is niet dat je iedere oefening herhaalt, maar dat je elke keer nieuwe muziek probeert te lezen. Daarmee train je het herkennen van patronen en leer je steeds vlotter vooruitkijken.
Pianolesmethodes voor techniek
Voor technische oefeningen worden onder andere de oefeningen van Hanon veel gebruikt.
Technische oefeningen zijn echter alleen zinvol wanneer je aandacht besteedt aan de manier waarop je speelt. Let op houding, ontspanning, vingergebruik, gelijkmatigheid, controle en klank.
Snelheid is daarbij niet het eerste doel. Techniek moet uiteindelijk zorgen voor meer controle en vrijheid in je spel. Zoek je variatie voor technische oefeningen? Lees dan zeker mijn toonladderblog.
7. Spanning en lichamelijke klachten tijdens het pianospelen
Pianospelen hoort geen pijn te doen. Vermoeidheid kan natuurlijk voorkomen wanneer je nieuwe bewegingen oefent, maar scherpe pijn of aanhoudende klachten zijn een signaal dat je iets moet aanpassen.
Beginnende pianisten spelen vaak met meer spanning dan nodig is. Denk aan opgetrokken schouders, stijve polsen, gespannen vingers of te veel kracht in de toetsen. Dat kost energie en kan je techniek juist minder efficiënt maken.
Let daarom vanaf het begin op een ontspannen houding. Zorg dat je goed zit, je onderarmen vrij kunnen bewegen en je handen niet voortdurend onder spanning staan.
Wanneer je merkt dat spanning steeds terugkomt, speel dan langzamer en kijk waar die spanning ontstaat. Soms ligt het probleem niet in kracht, maar in een onhandige vingerzetting, een verkeerde zithouding of een beweging die nog niet goed is ingesleten.
Bij aanhoudende pijn is het verstandig om te stoppen en deskundig advies te vragen. Doorgaan terwijl iets pijn doet, helpt je techniek niet vooruit.
Een goede techniek geeft uiteindelijk juist meer controle, ontspanning en vrijheid in je spel.
8. Kun je zonder noten lezen piano leren spelen?
Ja, maar het hangt sterk af van wat je wilt spelen.
Bach, Beethoven, Einaudi of Yiruma?
Wil je klassieke muziek van bijvoorbeeld Bach, Beethoven of Rachmaninov spelen, dan is noten lezen vrijwel onmisbaar.
Ook pianomuziek van componisten als Ludovico Einaudi, Yann Tiersen en Yiruma wordt meestal vanuit volledig uitgeschreven bladmuziek gespeeld. Voor dat repertoire is leren lezen daarom zeer waardevol.
Pop, blues of improvisatie?
Voor pop, blues en improvisatie in een jazzpianocursus ligt dat anders.
Daar kun je goed werken met akkoordsymbolen, akkoordenschema's, lead sheets en je gehoor. Je kunt daardoor pianospelen zonder dat iedere afzonderlijke noot vooraf op papier staat.
Dat stimuleert andere vaardigheden. Je leert luisteren, patronen herkennen, akkoorden toepassen en zelf keuzes maken.
Noten lezen en spelen vanuit akkoorden sluiten elkaar overigens niet uit. Juist de combinatie geeft je als pianist veel mogelijkheden.
9. Hoe snel kun je piano leren spelen als beginner?
Hoe snel je vooruitgaat, verschilt per persoon. Ervaring, oefentijd, concentratie en aanleg spelen allemaal een rol.
Minstens zo belangrijk is wat je wilt leren. Een paar basisakkoorden en eenvoudige begeleidingen zijn iets anders dan vlot noten lezen, zelfstandig improviseren of technisch veeleisend repertoire spelen.
Bepaal daarom eerst waar je naartoe wilt. Dat kan zelfstandig of samen met een docent. Duidelijke doelen helpen om gericht te oefenen en geven houvast in je ontwikkeling.
Vergelijk jezelf daarbij niet te veel met anderen. Kijk liever naar je eigen vooruitgang en werk stap voor stap aan vaardigheden die passen bij jouw niveau en muzikale ambities.
Werk met korte en langere doelen
Een kortetermijndoel kan bijvoorbeeld zijn dat je vier akkoorden soepel achter elkaar leert spelen.
Een volgend doel kan zijn dat je met diezelfde akkoorden een begeleiding maakt. Daarna kun je werken aan ritme, omkeringen, pedaalgebruik of een nieuwe toonsoort.
Zo bouw je stap voor stap verder zonder dat het einddoel onoverzichtelijk wordt.
10. Veelgemaakte fouten van beginnende pianisten
Een van de grootste uitdagingen voor beginnende pianisten is dat ze vaak nog niet goed kunnen inschatten waar een moeilijke passage precies uit bestaat. Wat op het eerste gezicht één probleem lijkt, bestaat meestal uit meerdere deelproblemen.
Misschien is de vingerzetting onhandig, klopt het ritme nog niet, wisselt de handpositie te laat of ontstaat er spanning zodra het tempo omhooggaat. Als je alles tegelijk probeert op te lossen, blijf je vaak langer hangen dan nodig is. Alleen langer oefenen helpt dan meestal niet. Je hebt een duidelijke aanpak nodig waarin je het probleem opdeelt en stap voor stap werkt aan wat nog niet goed gaat.
Juist daarom is het belangrijk om een moeilijke passage op te delen. Werk eerst aan één technisch of muzikaal probleem en voeg de onderdelen daarna weer samen. Een goede docent herkent meestal snel waar het echte probleem zit en weet in welke volgorde je de verschillende onderdelen het beste kunt aanpakken.
Ook steeds opnieuw vanaf het begin spelen is niet altijd efficiënt. Als één overgang lastig is, oefen dan juist dat kleine fragment afzonderlijk. Zo werk je gerichter aan wat nog niet goed gaat.
Andere veelvoorkomende fouten zijn:
- te veel tegelijk willen leren;
- te weinig technische variatie (Zie tips voor toonladders);
- alleen liedjes naspelen zonder te begrijpen hoe ze zijn opgebouwd;
- weinig aandacht besteden aan ritme;
- spelen met onnodige spanning in handen en schouders;
- steeds dezelfde fouten herhalen zonder ze gericht te corrigeren;
- onregelmatig oefenen;
- te weinig luisteren naar je eigen spel.
Probeer daarom niet alleen te letten op wat je speelt, maar ook op hoe je speelt. Aandachtig en doelgericht oefenen levert meestal meer op dan zoveel mogelijk noten in korte tijd.
11. Jezelf piano leren spelen zonder pianoles. Kan dat?
In het allereerste begin kun je prima zelfstandig ontdekken hoe piano spelen werkt. Met YouTube en boeken leer je bijvoorbeeld eenvoudige liedjes en misschien wat basisbegrippen.
Na verloop van tijd ontstaat echter een ander probleem: begrijp je werkelijk wat je speelt? Alleen vingers bewegen met nog meer liedjes betekent niet dat je vooruitgang boekt. En wat leer je daarna? En in welke volgorde?
Losse informatie is er genoeg, maar zonder duidelijke leerlijn is het lastig om te bepalen welke kennis en vaardigheden eerst nodig zijn. Daardoor kun je onderwerpen te vroeg oppakken, belangrijke basiskennis overslaan of veel tijd besteden aan materiaal dat nog niet goed aansluit bij je niveau.
Een goed opgebouwd lesprogramma voorkomt dat. De lesstof wordt stap voor stap moeilijker en nieuwe onderwerpen sluiten logisch aan op wat je eerder hebt geleerd. Je werkt daardoor niet alleen aan afzonderlijke liedjes of oefeningen, maar ontwikkelt steeds meer samenhang tussen techniek, theorie, ritme, akkoorden en muzikaal begrip.
Ook de manier waarop je iets oefent is belangrijk. Een goed programma legt daarom niet alleen uit wat je moet oefenen, maar ook hoe je een nieuwe vaardigheid stap voor stap aanpakt. Zo voorkom je dat je onnodig lang blijft zoeken naar een aanpak die werkt.
Binnen Harmanus Music Academy is die pedagogische opbouw een belangrijk uitgangspunt. Je volgt geen verzameling losse lessen, maar een programma waarin doelen, volgorde en moeilijkheidsgraad bewust op elkaar zijn afgestemd.
12. Wanneer is begeleiding van een pianoleraar zinvol?
Er zijn momenten waarop persoonlijke begeleiding veel verschil kan maken.
Een pianodocent kan bijvoorbeeld helpen wanneer je niet goed weet wat je moet oefenen, wanneer een technisch probleem blijft terugkomen of wanneer je twijfelt over je houding en vingergebruik.
Ook bij muzikale vragen is gerichte feedback waardevol. Denk aan timing, frasering, dynamiek, klank en interpretatie. Zulke aspecten zijn vaak moeilijker zelf te beoordelen dan het spelen van de juiste noten.
Persoonlijke begeleiding is vooral zinvol wanneer je:
- steeds tegen dezelfde technische problemen aanloopt;
- meer structuur in je oefenproces nodig hebt;
- niet goed weet welke volgende stap bij je niveau past;
- gerichte feedback wilt op je spel;
- sneller wilt begrijpen waarom iets niet werkt;
- je muzikale mogelijkheden verder wilt verdiepen.
Het doel van goede begeleiding is niet dat je afhankelijk blijft van een docent. Juist door duidelijke uitleg en gerichte feedback leer je steeds zelfstandiger luisteren, oefenen en muzikale keuzes maken.
13. Hoe nu verder als beginnende pianist?
Welke richting je ook kiest, probeer vanaf het begin verschillende onderdelen met elkaar te verbinden:
- spelen;
- luisteren;
- techniek;
- theorie;
- muziek begrijpen;
- muzikale keuzes leren maken.
Je hoeft niet alles tegelijk te beheersen. Een goede muzikale basis ontstaat stap voor stap.
Het uiteindelijke doel is niet alleen dat je weet welke toetsen je moet spelen, maar dat je steeds beter begrijpt wat je hoort en doet. Vanuit dat inzicht ontstaat meer zelfstandigheid, expressie en vrijheid aan de piano.
Wil je zelfstandig verder werken aan akkoorden, theorie, begeleiding en vrijer pianospel? Bekijk dan mijn online pianocursussen.
Wil je liever persoonlijke begeleiding die volledig wordt afgestemd op je niveau, doelen en muzikale interesses? Bekijk dan de mogelijkheden voor privé pianolessen in Tilburg.
Handige websites voor Muziektheorie en Solfège

Bekijk de websites voor solfègetraining en muziektheorie:
Website: Musictheory

Website: Tonedear

Website: Teoria

Website: Tonesavvy

Website: Bestmusicteacher

Alle 7-akkoorden uitgelegd én septiemakkoorden overzicht

- majeur- en mineurakkoorden (drieklanken)
- majeur- en mineurtoonladders
- inleiding tot pianoakkoorden
- septiemakkoorden als jazzakkoorden.
1. Wat zijn 7-akkoorden (septiemakkoorden)?
Wanneer er een 7 bij een akkoord staat, voeg je een extra toon toe aan het akkoord. Het gaat om de 7e toon, geteld vanaf de grondtoon van het akkoord. Bijvoorbeeld: in een C-akkoord is de toon ‘c’ de grondtoon. De toon ‘b’ is de 7e toon, geteld vanaf c. ‘Cmaj7’ betekent dus een C-majeurdrieklank met de toon b erbij. Dat wordt c + e + g + b. Zie figuur 1. Figuur 1. C majeur 7
- Verschillende drieklanken zoals majeur, mineur, verminderd, overmatig, sus2 en sus4.
- Weten hoe je grote en kleine septiemen bij een drieklank vindt.
- Weten welke combinaties tussen drieklanken en septiemen horen bij de verschillende akkoordsymbolen. Dat staat namelijk niet in het akkoordsymbool zelf. Die ‘regels’ moet je kennen. Er zijn bovendien verschillende akkoordsymbolen voor hetzelfde akkoord in omloop, wat het niet overzichtelijker maakt.
2. Hoe vind je snel een grote septiem en kleine septiem?
Voor het vinden van grote en kleine septiemen, heb je verschillende manieren. De snelste en meest eenvoudige manier gaat als volgt: Tel vanaf de grondtoon van het akkoord één of twee pianotoetsen (zowel zwarte als witte toetsen) naar beneden.- Grote septiem = Ga vanaf de grondtoon één pianotoets naar beneden. Neem een C akkoord. De toon c is de grondtoon. Ga je vanuit de toon c één pianotoets naar beneden, dan kom je op de toon ‘b’ uit. Bij een G akkoord is de grote septiem een ‘f#’ en bij een F-majeurakkoord een ‘e’.
- Kleine septiem = Ga vanaf de grondtoon twee pianotoetsen naar beneden. Ga je vanuit de toon c twee pianotoetsen naar beneden, dan kom je op de toon ‘bes’ uit. Bij een G akkoord is dat een ‘f’. Bij een F akkoord een ‘es’.

3. De vijf belangrijke septiemakkoorden uitgelegd: maj7, m7, 7, m7b5 en dim7
Er zijn minimaal 15 verschillende septiemakkoorden. Je kan iedere gangbare drieklank combineren met een kleine of grote septiem. Verderop in dit blog leer je ze allemaal. In de praktijk kom je meestal vijf typen tegen. Het is dus handig om die vijf eerst te leren. Het gaat om de volgende vijf belangrijke septiemakkoorden: maj7, m7, 7, m7b5 en dim7. N.B. Let erop dat eenzelfde septiemakkoord met verschillende akkoordsymbolen genoteerd kan worden. Die opties vind je hieronder bij ieder akkoord tussen de haakjes.1. Majeur7-akkoord (symbool: maj7, ma7, ∆)
Een ‘majeur 7’ betekent een majeur drieklank met een grote septiem. C-majeur7 = c + e + g +b G-majeur7 = g + b + d + f#2. Dominant7-akkoord (symbool: 7)
Een 7 akkoord heet een dominantseptiemakkoord. Het gaat om een septiemakkoord waarbij alleen een 7 bij de letternaam staat, zoals C7 of F7. Het betekent een majeurdrieklank met een kleine septiem. Het verschil tussen Cmaj7 en C7 zit dus in de soort septiem en niet in de drieklank. C7 = c + e + g + bes G7 = g + b + d + f3. Mineur7-akkoord (symbool: min7, mi7, m7, -7)
Een ‘mineur 7’ betekent een mineur drieklank met een kleine septiem. C-mineur7 = c + es + g + bes G-mineur7 = g + bes + d + f4. Halfverminderd7-akkoord (symbool: m7b5, ø of ø7)
Een ‘halfverminderd7-akkoord’ betekent een verminderde drieklank met een kleine septiem. Heel af en toe noemt men dit akkoord een ‘halfdim7-akkoord’. Het woord ‘dim’ is een afkorting van het Engelse ‘diminished’, wat verminderd betekent. Het woord ‘half’ geeft aan dat dit akkoord voor de helft is verminderd, met andere woorden: alleen de drieklank is verminderd. De kleine septiem blijft gelijk. Daarin verschilt het van een ‘volledigverminderd7-akkoord’, waarbij ook de kleine septiem wordt verlaagd. Dit noemt men ook wel een ‘dim7-akkoord’. Cm7b5 = c + es + ges + bes Gm7b5 = g + bes + des + f5. Volledig verminderd7-akkoord (symbool: dim7, °7)
Een ‘(volledig) verminderd7-akkoord’ is een verminderde drieklank met een verminderde septiem. De septiem wordt dus twee keer verlaagd. Vanuit de grondtoon c kom je dan uit op de toon ‘a’. Je schrijft dit niet als ‘a’, maar als ‘beses’, een b met twee mollen. Zo blijft theoretisch duidelijk dat de septiem dubbel is verlaagd. Het verschil tussen ‘half dim7’ en ‘dim7’ zit in de septiem en niet in de drieklank. Een half dim7 heeft een kleine septiem. Een dim7 heeft een kleine septiem die verder is verlaagd tot een verminderde septiem. In de uitspraak kun je het woord ‘volledig’ gerust weglaten. Cdim7 = c + es + ges + beses Gdim7 = g + bes + des + fes (gewoon de toon ‘e’, maar je schrijft ‘fes’)4. Alle overige septiemakkoorden vinden?
Zoals gezegd zijn er meer septiemakkoorden dan alleen de bovengenoemde vijf. Een septiemakkoord is namelijk ‘een drieklank’ met een ‘grote of kleine septiem’ erbij. Als je dat begrijpt en je kent veel drieklanken, dan kun je zelf allerlei combinaties maken. Je moet alleen nog de bijbehorende akkoordsymbolen begrijpen en kunnen noteren. Daar zijn 3 regels voor. Hieronder vind je de 3 regels mét de septiemakkoorden die tot nu toe nog niet behandeld zijn. Notatieregel 1: bij een ‘maj7’ of ‘7’ met een verminderde of overmatige kwint schrijf je eerst de 7 en dan pas verminderde kwint (symbool: ‘b5’) of overmatige kwint (symbool: ‘#5’) erna. Bijvoorbeeld: C7b5 = c + e + ges + bes Cmaj7b5 = c + e + ges + b C7#5 = c + e + g# + bes Cmaj7#5 = c + e + g# + b Notatieregel 2: bij de twee suspended-drieklanken (sus2 of sus4) schrijf je eerst de 7 en dan pas sus2 of sus4 erachter. Bijvoorbeeld: C7sus2 = c + d + g + bes Cmaj7sus2 = c + d + g + b C7sus4 = c + f + g + bes. Cmaj7sus4 = c + f + g + b Notatieregel 3: een mineur of dim. drieklank met een grote septiem gebruik je een / teken. Bijvoorbeeld: Cmin/maj7 = c + es + g + b Cdim/maj7 = c + es + ges + b De tekst gaat hieronder verder…5. Compleet overzicht van alle septiemakkoorden met pianofoto’s
Hieronder vind je in alfabetische volgorde een compleet overzicht van alle septiemakkoorden. N.B. zwarte toetsen worden als een mol ‘b’ of kruis ‘#’ benoemd. De ‘zwartetoetsakkoorden’ staan hieronder in mollen genoteerd met het kruis tussen haakjes. Dus zoek je een ‘G#7 akkoord’? Kijk dan bij ‘Ab7’!C: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Db (C#): majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

D: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Eb (D#): majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

E: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

F: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Gb (F#): majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

G: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Ab (G#): majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

A: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Bb (A#): majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

B: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7
