Pianoakkoorden leren spelen van A tot Z

Als je je verdiept in pianoakkoorden, kan het soms lastig zijn om het overzicht te houden.

Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen drieklanken en vierklanken? Wat zijn majeur- en mineurakkoorden? Wat zijn akkoordsymbolen en omkeringen? Wat is een akkoordenschema? Wat zijn chords charts en lead sheets? Wat heb je aan akkoorden in Romeinse cijfers (of het beroemde Nashville Number System)? Welke pop en jazzakkoorden kan je leren? Hoe speel je vanuit pianoakkoorden als je zangers en zangeressen op piano begeleidt? Welke technieken zijn er voor de linkerhand?

Je vindt in dit blog een stappenplan vanaf een begin- tot gevorderd niveau. Daarbij is er aandacht voor een brede muzikale ontwikkeling. Van pop tot jazzakkoorden. Van basistheorie tot begeleiden op een hoger niveau. Zoek je een pianocursus die dit allemaal met je doorloopt? Neem dan zeker een kijkje bij mijn online pianoles cursussen pop of jazz.

1. Waarom leer je akkoordentheorie?

  1. Je kunt (pop) liedjes begeleiden op de piano en samen met anderen muziek maken.
  2. Je hoeft niet goed noten te kunnen lezen, omdat je speelt vanuit 'akkoordsymbolen'.
  3. Je krijgt meer begrip van hoe muziek is opgebouwd. Daardoor zie je dat veel liedjes dezelfde akkoordenschema’s gebruiken. Met een klein aantal akkoorden kun je zo al snel veel popliedjes spelen. Daarvoor moet je wel het 'Nashville Number System' leren (zie verder).
  4. Je kan vrijer spelen en improviseren in pop of jazz. Solo’s en melodieën zijn vaak gebaseerd op de akkoorden en akkoordenschema’s van een stuk!

2. Wat zijn (piano)akkoorden?

Een akkoord is een samenklank van drie of meer verschillende tonen.

Als je drie tonen in het akkoord speelt, noem je dat een drieklank. Zo heb je dus ‘drieklanken’ (3 verschillende tonen), ‘vierklanken’ (4 verschillende tonen), ‘vijfklanken’ (5 verschillende tonen), enzovoort.

Het woord verschillend is hierbij belangrijk. Als je een samenklank hebt die bestaat uit de tonen c + e + g + c, dan heb je wel vier tonen, maar slechts drie verschillende tonen. Dat blijft dus een drieklank. Een vierklank is bijvoorbeeld: c + e + g + b.

Afbeelding: drieklank en vierklank

Leer toonladders: de basis van akkoorden

Akkoorden worden meestal opgebouwd vanuit een toonladder. Daarom is het handig om zoveel mogelijk toonladders te kennen. Toonladders zijn de basis van muziek. Je gebruikt ze om akkoorden te maken, toonsoorten te bepalen, melodieën te spelen, te improviseren en muziek te begrijpen en te analyseren.

Bekijk de blog met alle toonladders in majeur en mineur (inclusief vingerzettingen).

Afbeelding: toonladder C-majeur

Leer majeur- en mineurakkoorden

Op de piano heb je twaalf verschillende tonen. Daarmee kun je veel akkoorden maken. Ben je net begonnen met akkoorden spelen, leer dan eerst alle majeur- en mineurakkoorden. Dit zijn de belangrijkste basisakkoorden en ze komen in veel liedjes voor.

3. Wat zijn majeurakkoorden en mineurakkoorden?

Een majeurakkoord bouw je vanuit een majeurtoonladder. Een mineurakkoord bouw je vanuit een mineurtoonladder.

  1. Een majeurakkoord (in drieklank) bestaat uit de 1e, 3e en 5e toon van de majeurtoonladder.
  2. Een mineurakkoord (in drieklank) bestaat ook uit de 1e, 3e en 5e toon, maar dan uit de mineurtoonladder. Daarom is het belangrijk dat je deze toonladders goed kent.

Hieronder leg ik uit hoe je een C-majeur- en een C-mineurakkoord vindt, met de symbolen die je op bladmuziek tegenkomt.

De stappen voor een C-majeurakkoord: spelen en noteren

  1. Neem de C-majeurtoonladder. Die bestaat uit de volgende zeven tonen: c, d, e, f, g, a en b.
  2. Kies daaruit de 1e, 3e en 5e toon. Dat zijn c, e en g.
  3. Speel deze tonen tegelijk. Je hebt nu een C-majeurakkoord in drieklank.
  4. Het akkoordsymbool is de hoofdletter C zonder er iets bij: C.

Afbeelding: C-majeurakkoord

De stappen voor een C-mineurakkoord: spelen en noteren

  1. Neem de C-mineurtoonladder. Die bestaat uit de volgende 7 tonen: c, d, es, f, g, as en bes.
  2. Kies daaruit de 1e, 3e en 5e toon. Dat zijn c, es en g.
  3. Speel deze tonen tegelijk. Je hebt nu een C-mineurakkoord in drieklank.
  4. Het akkoordsymbool is de hoofdletter C met een kleine letter m: Cm

Afbeelding: C-mineurakkoord

Met deze stappen kun je elk akkoord vinden, zolang je de toonladder kent. Deze benadering kost wel veel tijd. Daarom is er ook een snellere manier, namelijk werken met een overzicht van majeur- en mineurakkoorden.

4. Alle akkoorden op de piano in een pianoakkoordenoverzicht (gratis pdf download)

Een pianoakkoordenoverzicht met majeur- en mineurakkoorden is handig om bij de hand te hebben. Deze akkoorden gebruik je het meest. Ook uitgebreidere akkoorden, zoals maj7, 9 en add2, zijn hierop gebaseerd.

Download hier een gratis pdf met een overzicht van alle majeur- en mineurakkoorden.

5. Wat zijn akkoordomkeringen?

Een akkoordomkering (Eng. inversion) is een andere volgorde van de tonen in een akkoord. Bij een drieklank zijn er drie mogelijkheden. Neem het C-majeurakkoord. Je kunt spelen: c e g | e g c | g c e

Iedere specifieke volgorde heeft zijn eigen naam: grondligging (c + e + g), eerste omkering (e + g + c) en tweede omkering (g + c + e). Soms gebruiken muzikanten ook de termen sextligging (= 1e omkering) en kwartsextligging (= 2e omkering).

Afbeelding: akkoordomkeringen

Als je akkoordomkeringen kent, krijg je meer mogelijkheden in je spel.

  1. Binnen één maat kun je met je rechterhand verschillende omkeringen spelen. Dat zorgt voor meer afwisseling in ‘sound’ en beweging (ritme).
  2. Soms kies je een omkering omdat het akkoord op een bepaalde hoogte (register) op de piano mooier klinkt.

Met omkeringen klinkt je begeleiding natuurlijker en minder stijf.

6. Tips voor beginners: 2 tips voor hoe je akkoorden op de piano speelt als je een lied begeleidt

Voordat je vanuit akkoorden gaat spelen, is basiskennis van muziektheorie nodig. Denk aan toonladders, majeur en mineur, kruisen en mollen en intervallen. Deze basis behandel ik uitgebreid in module 1 van mijn online pianoles cursus pop.

Wil je toch alvast beginnen, gebruik dan deze twee tips.

Tip 1: Speel met je rechterhand een drieklank en met je linkerhand een bastoon

Tip 1 is voor pianisten met weinig akkoordspel-ervaring:

Je speelt met je rechterhand (RH) 3 tonen tegelijk. Met je linkerhand (LH) speel je 1 toon, namelijk de grondtoon. De grondtoon is altijd de letter die ook in je akkoord staat. Dus bij een C-majeurakkoord is de toon c de grondtoon. Bij een D-majeurakkoord is de toon d de grondtoon, enzovoort.

Neem bijvoorbeeld het C-majeurakkoord.

Je speelt met LH de grondtoon c en met RH c + e + g. Door het akkoord op elke tel te spelen, krijg je meteen ritme.

Veel pianisten met weinig ervaring met akkoorden en liedbegeleiding spelen op deze manier. Maar je hoort het ook bij bekende popartiesten. Lady Gaga begint haar nummer “Always Remember Us This Way” precies op die manier. Alleen start ze dan op een Am-akkoord: LH de toon a, en RH de tonen a + c + e.

Deze manier van begeleiden is eenvoudig, maar werkt goed. Je hebt een bas, een akkoord en ritme. Dat zijn de belangrijkste onderdelen van liedbegeleiding.

Afbeelding: basale pianobegeleiding

Tip 2: gebruik akkoordomkeringen met je rechterhand

Deze tip is geschikt voor pianisten die akkoorden in grondligging kunnen spelen.

  1. Binnen een maat van vier tellen kun je verschillende omkeringen gebruiken. Bijvoorbeeld op tel 1 de grondligging en op tel 3 de eerste omkering. Dat geeft meer afwisseling in klank en beweging.
  2. Je kunt ook bij elk akkoord een andere omkering spelen. Dat hoor je bijvoorbeeld in Piano Man van Billy Joel.
Billie Joel Piano Man Harmanus Music

Billie Joel’s Piano Man

De kunst van het vak ‘pianobegeleiden’ is om er vervolgens een meer interessante en vollere begeleiding van te maken. Met meer variatie voor je linker- en rechterhand. En daar zijn héél veel manieren voor die ik je leer in mijn online cursus poppiano.

7. Tips voor gevorderde pianobegeleiding: gebrokenakkoorden met de linkerhand (arpeggio)

Je speelt akkoorden niet alleen met je rechterhand. Als je ook met je linkerhand akkoorden speelt, houd je je rechterhand vrij voor de melodie of een solo. Het nadeel is dat je dan geen losse bastoon hebt.

Dit kun je op twee manieren oplossen.

  1. Speel met je LH eerst de bastoon en spring dan naar het akkoord. Dit vergt wel wat techniek.
  2. Speel met je LH een ‘arpeggio’, een gebrokenakkoord. Deze arpeggio’s of ‘loopjes’ gebruik je veel bij ballads, rustige pianosongs. Het is geschikt voor intro’s, solo’s en begeleiding.

Pianoloopjes in ‘Right Here Waiting’ (Richard Marx)

Een bekend voorbeeld is ‘Right Here Waiting’ van Richard Marx.

Dit stuk staat in C-majeur. De eerste drie pianotonen die je hoort vormen zo’n LH-arpeggio. Daarna valt de melodie in met RH.

Youtube: Richard Marx – Right Here Waiting

Pianoloopjes in ‘Speeltuin’ (Marco Borsato)

Ook John Ewbank past arpeggio’s veel toe. Hij is de pianist van Marco Borsato en Glennis Grace. Ewbank gebruikt die piano-techniek in vrijwel alle bekende ‘Marco ballads’. Vaak in uitgebreidere vormen.

Luister eens naar ‘Speeltuin’ (toonsoort F). Het intro zit er vol mee!

Ik behandel dit ook in mijn online pianoles pop cursus.

Marco Borsato – Speeltuin 

8. Hoe kun je alleen akkoorden spelen op de piano zonder melodie?

Het lijkt misschien alsof spelen vanuit alleen akkoorden beperkt is, omdat je ook de melodie van het lied zou moeten spelen. Maar dat klopt niet. Veel professionele pianisten begeleiden hun hele carrière zangers en zangeressen.

Goed begeleiden vanuit akkoordenschema’s vraagt veel vaardigheid. Zeker in pop en jazz kom je akkoorden tegen met ingewikkelde notaties. Dan is spelen met slechts drie tonen in de rechterhand en een bastoon in de linkerhand niet genoeg.

Bij popmuziek kun je qua niveau ver gaan. Bijvoorbeeld als je, zoals Elton John, Lionel Richie, Stevie Wonder of John Ewbank, akkoorden wilt spelen. En zeker als je jazz wilt leren. Dan heb je meer kennis nodig dan alleen de gewone akkoordsymbolen. Je krijgt dan complexe notaties, zoals G7/9#11/b13 of Db7alt.

Met pop of jazz op goed niveau red je het niet met alleen drie of vier tonen RH en één toon LH. Ook niet als je akkoordomkeringen kent en er wat ritmische variaties aan toevoegt.

Je moet veel meer kunnen. Verschillende begeleidingspatronen of gebroken akkoorden met RH. Technieken voor LH, zoals octaven, kwinten, complexe arpeggio’s, walking bass, enzovoorts. Daarbij moet je ook allerlei mooie pianoriedeltjes ’tussen’ de akkoorden kunnen spelen, bijvoorbeeld melodische variaties of ‘licks’.

Leren spelen en begeleiden vanuit akkoorden(schema’s), met alles erop en eraan, is een vak op zich.

9. Wat is een akkoordenschema?

Een akkoordenschema is een reeks akkoorden die elkaar opvolgen.

Bijvoorbeeld de opeenvolging | Am | F | C | G ||. Een akkoordenschema kan kort of lang zijn, afhankelijk van het lied. Sommige akkoordenschema's zijn meer populair dan andere.

Bij popmuziek zie je vaak extra notaties, zoals Am2, Fsus4, Gadd2 en Cmb5. Bij jazzmuziek kom je symbolen tegen als C7/9, F7b9#11b13, D7alt of Am7b5. Dit lijkt ingewikkeld, maar is goed te leren. De meeste tijd gaat zitten in het toepassen op de piano.

Een akkoordenschema werkt in de basis hetzelfde voor alle instrumenten. Iedere muzikant kan met dezelfde notaties uit de voeten. Wel bestaan er verschillende soorten bladmuziek waarop akkoorden staan. Je komt onder andere chord charts, lyrics and chords en lead sheets in twee varianten tegen. Hoe zit dat precies?

10. 3 verschillende pianoakkoordenschema’s: van chord chart tot lead sheets [bladmuziek]

De woorden akkoordenschema, chord chart en lead sheet worden vaak onterecht door elkaar gebruikt.

Chord chart (akkoordenschema)

Als je echt alleen akkoorden nodig hebt en daarvanuit wilt spelen, gebruik je een chord chart. Zo’n akkoordenschema bevat niets anders dan akkoordensymbolen. Dat betekent weinig informatie, maar het is wel erg overzichtelijk. Zeker als je op het podium speelt met een hele setlist aan tientallen popsongs. En als je hebt geleerd om een beetje ‘vrij’ te spelen, met een paar mooie pianotechnieken in je rugzak, heb je vaak niet meer informatie nodig.

Afbeelding: Chord Chart Lady Gaga

Chord Chart Lady Gaga Harmanus Music

Lyrics & chords

Het kan handig zijn om te weten boven welke woorden van de zangtekst (Eng. lyric) de akkoorden staan. Daarvoor gebruik je een songtekst met akkoordensymbolen boven de woorden. Vaak maken pianisten die zelf in Word of pdf. Het voordeel hiervan is dat je precies weet op welk moment je de akkoorden moet spelen. Dat is vooral belangrijk wanneer je vocalisten begeleidt.

Deze notatie wordt veelvuldig gebruikt in pop (van Elton John tot Lady Gaga), kleinkunst, singer-songwriting, Amerikaanse gospel (Kirk Franklin, Fred Hammond, Marvin Sapp, Smokey Norful) en ook Nederlandse ‘gospel’ (Opwekkingsliederen, Sela, Insalvation, Reyer, enz). Als je in dit soort genres wilt leren pianospelen, volg dan mijn pianocursus pop of jazzpiano.

Als je het hele akkoordenschema en het lied uit het hoofd kent, is een chord chart echter voldoende.

Een pianoakkoordenschema is overzichtelijk en praktisch, maar bevat geen uitgeschreven melodie in noten. Als je die wel nodig hebt, gebruik je een lead sheet.

Afbeelding: Lyrics & Chords Lady Gaga

Lyrics and chords Lady Gaga Harmanus Music

Lead sheets

Met een lead sheet heb je nóg meer informatie op papier. Als je de melodie op noten (toonhoogte en ritme) wilt met akkoorden erboven, dan heb je een lead sheet nodig. Geen chord chart. De melodie staat op een lead sheet genoteerd in de G-sleutel. Dus je leest slechts één notenbalk op papier. De akkoordsymbolen staan erboven. Lead sheets gebruik je als je zelf de melodie wilt spelen op de piano. Of als je wilt weten wat de zanger/zangeres precies zingt.

Lead sheets komen meestal in twee soorten voor. Een variant zoals ik zojuist heb beschreven en een variant met de songtekst (lyrics) erbij. Dan heb je vrijwel álle belangrijke informatie voor het spelen op papier: melodie op noten met songtekst en de akkoordsymbolen erboven.

Afbeelding: Lead Sheet Lady Gaga

11. Waarom akkoordenschema’s leren én het Nashville Number System?

Een akkoordenschema kan je als een soort ‘template’ opvatten. Met één template bouw je honderden websites. Je verandert gewoon wat kleuren, foto’s en verschuift wat blokken. En het lijkt alsof je een compleet andere website hebt.

Zo ook in de muziek. Muzikanten en componisten in verschillende stijlen maken vaak gebruik van dezelfde akkoordenschema’s. Die schema’s dienen dan als template voor een lied. Vaak zijn die templates al eeuwen hetzelfde gebleven. Ken je er één, dan ken je meteen honderden liedjes.

Luister eens naar het poplied Memories van Maroon 5 en Canon in D van Johann Pachelbel, de klassieke 17e-eeuwse componist. Exact hetzelfde akkoordenschema!

Youtube: Maroon 5 ‘Memories’

Youtube: J. Pachelbel ‘Canon in D’

Ed Sheeran bij RTL Late Night

Dus eigenlijk kan je met een paar akkoordenschema’s letterlijk duizenden songs spelen. Dit trucje haalde Ed Sheeran uit toen hij te gast was bij RTL Late Night met Umberto Tan. Tan was helemaal verbaasd.

Maar het concept is niet zo moeilijk. Je moet weten hoe akkoordenschema’s werken én het ‘Nashville Number System’ (NNS).

Youtube: Ed Sheeran bij RTL Late Night

Nashville Number System (Romeinse cijfernotatie)

Bij het Nashville Number System schrijf je akkoorden niet met letters, maar met cijfers vergelijkbaar met het Romeinse-cijfersysteem. Die cijfers geven de plek van het akkoord in de toonladder aan.

Stel dat lied 1 in de toonsoort C staat met de akkoorden C, F, Am en G. En lied 2 in de toonsoort G met de akkoorden G, C, Em en D. Als je die akkoorden omzet in NNS zie je dat beide schema’s hetzelfde zijn. Voor beide toonsoorten krijg je namelijk 1, 4, 6, 5 (I, IV, VI en V). Want in de toonsoort C is het C-akkoord de 1 (I), dus F de 4 (IV). In de toonsoort G is het G-akkoord de 1 (I), dus het C-akkoord de 4 (IV).

Door NNS leer je akkoordenschema’s los te zien van een vaste toonsoort. Je herkent sneller patronen en kunt liedjes makkelijker transponeren naar een andere toonsoort.

Dat is vooral handig als je zangers begeleidt. Een lied kan te hoog of te laag liggen voor een stem. Met het Nashville Number System zet je het schema eenvoudig om naar een andere toonsoort, zonder alles opnieuw uit te zoeken.

Het Nashville Number System helpt je dus om sneller te leren, beter te begrijpen hoe muziek is opgebouwd en flexibeler te spelen op de piano. Voor een verdiepende uitleg, bekijk mijn online pianoles cursus pop.

12. Stappenplan: Spelen vanuit pianoakkoorden en begeleiden van popliedjes

Als je geïnteresseerd bent in akkoorden spelen, pianoakkoorden en begeleiden in popmuziek, waar begin je dan? Hieronder volgt een vereenvoudigd stappenplan, oplopend in moeilijkheid.

Toonladders

Je leert eerst majeur- en mineurtoonladders. Daarmee kan je zowel beginner als gevorderde akkoorden bouwen.

Bekijk mijn blog met alle majeur- en mineurtoonladders.

Akkoorden en omkeringen

Vanuit toonladders leer je de vier basisakkoorden: majeur, mineur, verminderd en overmatig. Daarna leer je die akkoorden in omkeringen spelen.

Bekijk mijn blog met alle majeur- en mineurakkoorden.

Basis pianobegeleidingstechnieken

Vanuit akkoorden en omkeringen kan je pianobegeleidingstechnieken toepassen. Je moet dan denken aan begeleiden op het niveau van Lady Gaga. Wat zij bijvoorbeeld speelt in haar poplied “Always Remember Us This Way”. Dat is een simpel popliedje om mee te beginnen. Dit leer je al in module 3 van mijn online pianoles cursus pop.

Lady Gaga’s akkoordenbegeleiding (eenvoudig)

Toonsoorten 

Je moet verder enig verstand hebben van toonsoorten. Akkoorden staan nooit los op zichzelf. Ze begeven zich binnen een overkoepelende toonsoort. Iedere toonsoort heeft zijn eigen specifieke akkoorden die goed met elkaar matchen.

Lees ook mijn diepteblog over toonsoorten.

Akkoordennotatiesystemen (NNS)

Daarnaast kun je je verdiepen in twee akkoordnotatiesystemen.

  1. Je kan akkoorden ‘absoluut’ opschrijven. Dan zie je symbolen als C, Dm, F, Gsus2 en Cmaj7.
  2. Je kan akkoorden ‘relatief’ opschrijven. Dan zie je schema’s in Romeinse cijfers, zoals 1, 2, 3, 4 of I II IV V I. Het zogeheten ‘Nashville Number System’ of ‘Romeinse becijfering’.

NNS is handig, omdat je de akkoorden van een lied loskoppelt van een bepaalde toonhoogte. Op die manier kan je liedjes snel in andere toonsoorten spelen. Dat heb je nodig als je vaak met vocalisten speelt of je eigen zang begeleidt. Want een stuk kan in de toonsoort Am te laag of te hoog zijn voor iemands stem. Dan moet je het hele stuk in een andere toonsoort kunnen spelen.

Een relatief notatiesysteem zoals het Nashville Number System/Romeinse becijfering schept daarvoor de juiste basis.

Gevorderde akkoorden en begeleidingstechnieken

  1. Breid je akkoordenkennis uit met typische popmuziekakkoorden zoals sus2, sus4, add2, add4 en septiemakkoorden zoals majeur-7, mineur-7 en dominant-7. Bekijk mijn blog met alle septiemakkoorden.
  2. Leer vervolgens gevorderde begeleidingstechnieken. Alleen akkoorden in je rechterhand en een bas in je linkerhand spelen is te basaal. Het helpt als je wat technieken kent die artiesten zoals Alicia Keys, Elton John, Billie Joel en John Ewbank gebruiken. Je kan eerst met je linkerhand ‘arpeggio’s’ spelen. Met je rechterhand kan je daarbij meer ritmische en melodische patronen tussen de akkoorden spelen.

Deze popakkoorden en variaties brengen meer kleur en vrijheid in je spel. Ze komen ook aan bod in de poppianocursus.

John Ewbanks akkoordenbegeleiding (complexer)

Liedvorm en opbouw: van intro tot outro

Tot slot moet je weten hoe je een lied mooi opbouwt van intro, couplet, refrein, bridge (climax) tot het einde. Je leert met welke technieken je bijvoorbeeld een rustig intro of een uitgesproken climax kunt maken en hoe je door specifieke muzikale keuzes expressie in je spel brengt Al deze kennis en kunde is nodig voor pianospelen in popmuziek op goed niveau.

13. Meer leren over jazzpiano en jazzakkoorden?

Waar begin je met akkoorden leren spelen en begeleiden in jazz?

Jazztheorie is in bepaalde opzichten complexer dan poptheorie. Je leert bijvoorbeeld andere soorten toonladders en pianoakkoorden, (jazz)theorie en pianobegeleidingstechnieken. Iedere jazzstudent loopt ongeveer dezelfde theorie door maar past het anders toe. Jazzpianisten klinken o.a. hierdoor niet allemaal hetzelfde. Vergelijk maar eens nummers van Diana Krall, Oscar Peterson, Bill Evans, Herbie Hancock en Keith Jarrett.

Wil je daarover meer weten? Ik heb daar een jazzpianoblog voor beginnende jazzstudenten aan gewijd. Stap voor stap leg ik je precies uit wat je allemaal moet leren. En in welke volgorde zodat je het rustig en gestructureerd opbouwt.

Tot slot, neem ook een kijkje bij mijn online pianocursussen als de info uit deze blog je aanspreekt.

Piano leren spelen voor beginners: wat moet je weten?

Wil je piano leren spelen als beginner? Dan komen al snel allerlei vragen op je af. Waar begin je? Heb je een piano nodig of is een keyboard voldoende? Moet je noten kunnen lezen? Welke lesmethode past bij je? En hoe lang duurt het voordat je daadwerkelijk iets kunt spelen?

Een paar eenvoudige liedjes naspelen is vaak niet zo moeilijk. Maar wanneer je jezelf muzikaal breder wilt ontwikkelen, is er meer nodig dan alleen de juiste toetsen op het juiste moment indrukken.

In deze blog zet ik de belangrijkste onderwerpen voor beginnende pianisten op een rij. Van muzikale basiskennis en luisteren tot instrumentkeuze, lesboeken, online pianocursussen en piano leren spelen zonder noten.

1. Wat moet je weten voor je begint met pianospelen?

Als beginner hoef je nog geen uitgebreide theoretische kennis te hebben. Wel helpt het om vanaf het begin breder te kijken dan alleen het naspelen van liedjes.

Leer muziek begrijpen

Zorg dat je voor een deel bezig bent met het begrijpen van wat je aan het doen bent. Dat kost aanvankelijk misschien wat extra tijd en energie, maar op langere termijn levert het juist veel op.

Wanneer je begrijpt hoe toonladders, akkoorden, ritme en melodie met elkaar samenhangen, word je zelfstandiger. Nieuwe muziek wordt overzichtelijker en je kunt kennis die je eenmaal hebt opgedaan steeds opnieuw toepassen.

Theorie is daarbij geen doel op zichzelf. Het helpt je vooral om beter te begrijpen wat je hoort en speelt.

Leer vrij pianospelen

Probeer je ontwikkeling niet uitsluitend te richten op het foutloos uitvoeren van ingestudeerde stukken. Vrij kunnen spelen is minstens zo waardevol.

Denk bijvoorbeeld aan eenvoudige improvisatie, akkoordenschema's spelen, zelf begeleidingen bedenken en iets kunnen spelen zonder dat iedere noot vooraf is uitgeschreven.

Daarvoor heb je onder andere kennis nodig van toonladders, akkoorden, akkoordsymbolen en eenvoudige begeleidingstechnieken. Mijn online pianocursus pop helpt je hierbij. Neem zeker een kijkje.

Begin ook gewoon met muziek maken

Een brede muzikale ontwikkeling betekent niet dat je eerst maanden theorie moet leren voordat je een lied mag spelen.

Kies juist ook eenvoudige muziek die goed klinkt en die past bij je niveau. Muziek maken en speelplezier blijven belangrijke onderdelen van het leerproces.

2. Leer niet alleen pianoliedjes naspelen met synthesia

Liedjes leren spelen is leuk. Programma's en video's met vallende gekleurde balkjes, zoals Synthesia, kunnen daarbij aantrekkelijk zijn. Je ziet direct welke toetsen je moet spelen en kunt relatief snel een herkenbaar resultaat bereiken.

Afbeelding: voorbeeld synthesia pianoles

Als enige leermethode heeft deze manier echter beperkingen.

Wanneer je alleen honderden liedjes op deze manier naspeelt, leer je vooral waar en wanneer je een toets moet indrukken. Je leert daarmee nog niet automatisch waarom de muziek zo is opgebouwd.

Wat is een brede pianobasis?

Een brede basis betekent dat je verschillende muzikale vaardigheden met elkaar verbindt.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • akkoorden en akkoordenschema's;
  • toonladders;
  • ritme en maatsoorten;
  • notatie en akkoordsymbolen;
  • luisteren;
  • begeleiden;
  • eenvoudig improviseren;
  • techniek en klank.

Wanneer je begrijpt hoe deze onderdelen samenhangen, onthoud je nieuwe muziek meestal ook gemakkelijker. Je leert dan niet alleen een specifieke song, maar ontwikkelt kennis die je bij andere muziek opnieuw kunt gebruiken.

Leer nauwkeurig luisteren naar muziek

Goed pianospelen draait niet alleen om de juiste noten.

Luister ook naar timing, dynamiek, articulatie, balans en klank. Een uitvoering kan technisch correct zijn en toch weinig overtuigen. Andersom kan een eenvoudige begeleiding juist sterk klinken door goede timing en muzikale aandacht.

Probeer daarom regelmatig bewust te luisteren. Niet alleen naar welke noten iemand speelt, maar vooral naar hoe ze worden gespeeld.

3. Wat heb je als beginner nodig voor pianoles?

Je hebt om te beginnen natuurlijk een instrument nodig waarop je regelmatig kunt oefenen.

Daarnaast kan lesmateriaal nuttig zijn. Denk aan een pianomethode, technische oefeningen, bladmuziek of materiaal waarmee je akkoorden en muziektheorie leert begrijpen.

Welke combinatie het meest geschikt is, hangt af van je leeftijd, muzikale doelen en de manier waarop je wilt leren.

4. Piano of keyboard: wat past bij jouw ontwikkeling?

Welk instrument je kiest, hangt af van je doel.

Voor het leren van akkoorden, toonladders, theorie en eenvoudige begeleiding kun je prima beginnen op een keyboard. Voor het ontwikkelen van een goede pianotechniek heeft een digitale of akoestische piano echter duidelijke voordelen.

Afbeelding: keyboard

Keyboard of digitale piano?

Een belangrijk verschil zit in het klavier. Een digitale piano met 88 gewogen toetsen benadert de aanslag van een akoestische piano beter dan een licht keyboard.

Dat helpt bij het ontwikkelen van controle over je vingers, dynamiek en klank.

Let bij de aanschaf van een digitale piano bijvoorbeeld op:

  • 88 gewogen toetsen;
  • aanslaggevoeligheid;
  • aansluiting voor een sustainpedaal;
  • koptelefoonaansluiting;
  • ingebouwde luidsprekers of externe versterking;
  • een stevig onderstel of statief.

Afbeelding: Yamaha P-45B (voor beginners)

Akoestische piano

Heb je de ruimte en past het binnen je budget, dan blijft een goede akoestische piano natuurlijk een uitstekende keuze. Laat een tweedehands akoestische piano bij voorkeur controleren door iemand met verstand van pianotechniek.

Bij digitale piano's bestaan eveneens grote kwaliteitsverschillen. Modellen uit bijvoorbeeld de Clavinova-serie van Yamaha zijn meer gericht op het speelgevoel en de klank van een akoestische piano.

Afbeelding: Clavinova CLP 785

Voor een beginner is het duurste instrument beslist niet noodzakelijk. Belangrijker is dat je instrument prettig speelt, betrouwbaar is en aansluit bij wat je wilt leren.

5. Pianoboeken en lesmethodes voor jonge beginners

Voor jonge pianisten bestaan veel verschillende pianomethodes. Bekende namen zijn Alfred, Barrett en Leonard.

Een lesmethode heeft vooral waarde wanneer de opbouw past bij de leerling. De ene methode legt meer nadruk op noten lezen, de andere op techniek, muzikaliteit of het snel spelen van eenvoudige stukken.

Pianomethodes en lesboeken

Wie graag met een boek werkt, kan bijvoorbeeld kijken naar methodes uit de Alfred Basic Piano Library (voor de gemiddelde leerling). Ook van Carol Barratt (snelle leerlingen) en Hal Leonard (langzame leerlingen) bestaan boeken voor beginnende pianisten.

Gebruik een pianoboek niet automatisch van voor naar achter. Een goede docent kan materiaal selecteren, oefeningen aanvullen en stukken kiezen die passen bij de muzikale ontwikkeling van de leerling.

Pianoboeken met bekende liedjes

Veel methodes bevatten vooral pedagogisch opgebouwde oefeningen. Dat is nuttig, maar voor sommige leerlingen werkt het motiverend om daarnaast bekende muziek te spelen.

Korte speelstukken uit verschillende stijlen kunnen daarom een goede aanvulling zijn. Klassiek, pop, filmmuziek, blues of eenvoudige hedendaagse pianomuziek kunnen prima naast elkaar bestaan. De thematische boeken van Herman Beeftink zijn hiervoor zeer geschikt.

Zonder noten pianospelen

Ook jonge pianisten hoeven niet uitsluitend vanuit notenschrift te leren.

Akkoorden spelen, muziek op gehoor ontdekken en eenvoudige improvisatie kunnen waardevolle onderdelen zijn van de ontwikkeling. Zo leert een leerling niet alleen reproduceren wat op papier staat, maar ook zelfstandig muzikale keuzes maken. Bekijk eens mijn online poppianocursus, die is vanuit deze insteek gemaakt en bevat introductielessen voor beginners.

6. Pianoboeken en lesmethodes voor volwassen beginners

Voor volwassenen gelden deels dezelfde uitgangspunten, maar de leerdoelen zijn vaak anders.

Veel volwassen beginners willen bijvoorbeeld snel begrijpen hoe muziek in elkaar zit, zichzelf begeleiden, favoriete muziek spelen of een oude hobby opnieuw oppakken.

Pianomethodes en lesboeken

Ook voor volwassenen bestaan speciale lesmethodes, waaronder lesboeken uit de Alfred Basic Piano Library.

Een methode kan structuur geven en voorkomt dat onderwerpen willekeurig worden aangeboden. Tegelijk hoeft een boek niet te bepalen welke muziek je uiteindelijk speelt.

Gebruik een methode als leidraad en combineer die waar mogelijk met muziek die aansluit bij jouw interesses.

Methodes voor snel noten leren lezen

Wil je vooral beter leren lezen? Dan kan een aparte leesmethode zoals 'Sight Reading' van Paul Harris zinvol zijn.

Het belangrijkste bij deze benadering is niet dat je iedere oefening herhaalt, maar dat je elke keer nieuwe muziek probeert te lezen. Daarmee train je het herkennen van patronen en leer je steeds vlotter vooruitkijken.

Pianolesmethodes voor techniek

Voor technische oefeningen worden onder andere de oefeningen van Hanon veel gebruikt.

Technische oefeningen zijn echter alleen zinvol wanneer je aandacht besteedt aan de manier waarop je speelt. Let op houding, ontspanning, vingergebruik, gelijkmatigheid, controle en klank.

Snelheid is daarbij niet het eerste doel. Techniek moet uiteindelijk zorgen voor meer controle en vrijheid in je spel. Zoek je variatie voor technische oefeningen? Lees dan zeker mijn toonladderblog.

7. Spanning en lichamelijke klachten tijdens het pianospelen

Pianospelen hoort geen pijn te doen. Vermoeidheid kan natuurlijk voorkomen wanneer je nieuwe bewegingen oefent, maar scherpe pijn of aanhoudende klachten zijn een signaal dat je iets moet aanpassen.

Beginnende pianisten spelen vaak met meer spanning dan nodig is. Denk aan opgetrokken schouders, stijve polsen, gespannen vingers of te veel kracht in de toetsen. Dat kost energie en kan je techniek juist minder efficiënt maken.

Let daarom vanaf het begin op een ontspannen houding. Zorg dat je goed zit, je onderarmen vrij kunnen bewegen en je handen niet voortdurend onder spanning staan.

Wanneer je merkt dat spanning steeds terugkomt, speel dan langzamer en kijk waar die spanning ontstaat. Soms ligt het probleem niet in kracht, maar in een onhandige vingerzetting, een verkeerde zithouding of een beweging die nog niet goed is ingesleten.

Bij aanhoudende pijn is het verstandig om te stoppen en deskundig advies te vragen. Doorgaan terwijl iets pijn doet, helpt je techniek niet vooruit.

Een goede techniek geeft uiteindelijk juist meer controle, ontspanning en vrijheid in je spel.

8. Kun je zonder noten lezen piano leren spelen?

Ja, maar het hangt sterk af van wat je wilt spelen.

Bach, Beethoven, Einaudi of Yiruma?

Wil je klassieke muziek van bijvoorbeeld Bach, Beethoven of Rachmaninov spelen, dan is noten lezen vrijwel onmisbaar.

Ook pianomuziek van componisten als Ludovico Einaudi, Yann Tiersen en Yiruma wordt meestal vanuit volledig uitgeschreven bladmuziek gespeeld. Voor dat repertoire is leren lezen daarom zeer waardevol.

Pop, blues of improvisatie?

Voor pop, blues en improvisatie in een jazzpianocursus ligt dat anders.

Daar kun je goed werken met akkoordsymbolen, akkoordenschema's, lead sheets en je gehoor. Je kunt daardoor pianospelen zonder dat iedere afzonderlijke noot vooraf op papier staat.

Dat stimuleert andere vaardigheden. Je leert luisteren, patronen herkennen, akkoorden toepassen en zelf keuzes maken.

Noten lezen en spelen vanuit akkoorden sluiten elkaar overigens niet uit. Juist de combinatie geeft je als pianist veel mogelijkheden.

9. Hoe snel kun je piano leren spelen als beginner?

Hoe snel je vooruitgaat, verschilt per persoon. Ervaring, oefentijd, concentratie en aanleg spelen allemaal een rol.

Minstens zo belangrijk is wat je wilt leren. Een paar basisakkoorden en eenvoudige begeleidingen zijn iets anders dan vlot noten lezen, zelfstandig improviseren of technisch veeleisend repertoire spelen.

Bepaal daarom eerst waar je naartoe wilt. Dat kan zelfstandig of samen met een docent. Duidelijke doelen helpen om gericht te oefenen en geven houvast in je ontwikkeling.

Vergelijk jezelf daarbij niet te veel met anderen. Kijk liever naar je eigen vooruitgang en werk stap voor stap aan vaardigheden die passen bij jouw niveau en muzikale ambities.

Werk met korte en langere doelen

Een kortetermijndoel kan bijvoorbeeld zijn dat je vier akkoorden soepel achter elkaar leert spelen.

Een volgend doel kan zijn dat je met diezelfde akkoorden een begeleiding maakt. Daarna kun je werken aan ritme, omkeringen, pedaalgebruik of een nieuwe toonsoort.

Zo bouw je stap voor stap verder zonder dat het einddoel onoverzichtelijk wordt.

10. Veelgemaakte fouten van beginnende pianisten

Een van de grootste uitdagingen voor beginnende pianisten is dat ze vaak nog niet goed kunnen inschatten waar een moeilijke passage precies uit bestaat. Wat op het eerste gezicht één probleem lijkt, bestaat meestal uit meerdere deelproblemen.

Misschien is de vingerzetting onhandig, klopt het ritme nog niet, wisselt de handpositie te laat of ontstaat er spanning zodra het tempo omhooggaat. Als je alles tegelijk probeert op te lossen, blijf je vaak langer hangen dan nodig is. Alleen langer oefenen helpt dan meestal niet. Je hebt een duidelijke aanpak nodig waarin je het probleem opdeelt en stap voor stap werkt aan wat nog niet goed gaat.

Juist daarom is het belangrijk om een moeilijke passage op te delen. Werk eerst aan één technisch of muzikaal probleem en voeg de onderdelen daarna weer samen. Een goede docent herkent meestal snel waar het echte probleem zit en weet in welke volgorde je de verschillende onderdelen het beste kunt aanpakken.

Ook steeds opnieuw vanaf het begin spelen is niet altijd efficiënt. Als één overgang lastig is, oefen dan juist dat kleine fragment afzonderlijk. Zo werk je gerichter aan wat nog niet goed gaat.

Andere veelvoorkomende fouten zijn:

  • te veel tegelijk willen leren;
  • te weinig technische variatie (Zie tips voor toonladders);
  • alleen liedjes naspelen zonder te begrijpen hoe ze zijn opgebouwd;
  • weinig aandacht besteden aan ritme;
  • spelen met onnodige spanning in handen en schouders;
  • steeds dezelfde fouten herhalen zonder ze gericht te corrigeren;
  • onregelmatig oefenen;
  • te weinig luisteren naar je eigen spel.

Probeer daarom niet alleen te letten op wat je speelt, maar ook op hoe je speelt. Aandachtig en doelgericht oefenen levert meestal meer op dan zoveel mogelijk noten in korte tijd.

11. Jezelf piano leren spelen zonder pianoles. Kan dat?

In het allereerste begin kun je prima zelfstandig ontdekken hoe piano spelen werkt. Met YouTube en boeken leer je bijvoorbeeld eenvoudige liedjes en misschien wat basisbegrippen.

Na verloop van tijd ontstaat echter een ander probleem: begrijp je werkelijk wat je speelt? Alleen vingers bewegen met nog meer liedjes betekent niet dat je vooruitgang boekt. En wat leer je daarna? En in welke volgorde?

Losse informatie is er genoeg, maar zonder duidelijke leerlijn is het lastig om te bepalen welke kennis en vaardigheden eerst nodig zijn. Daardoor kun je onderwerpen te vroeg oppakken, belangrijke basiskennis overslaan of veel tijd besteden aan materiaal dat nog niet goed aansluit bij je niveau.

Een goed opgebouwd lesprogramma voorkomt dat. De lesstof wordt stap voor stap moeilijker en nieuwe onderwerpen sluiten logisch aan op wat je eerder hebt geleerd. Je werkt daardoor niet alleen aan afzonderlijke liedjes of oefeningen, maar ontwikkelt steeds meer samenhang tussen techniek, theorie, ritme, akkoorden en muzikaal begrip.

Ook de manier waarop je iets oefent is belangrijk. Een goed programma legt daarom niet alleen uit wat je moet oefenen, maar ook hoe je een nieuwe vaardigheid stap voor stap aanpakt. Zo voorkom je dat je onnodig lang blijft zoeken naar een aanpak die werkt.

Binnen Harmanus Music Academy is die pedagogische opbouw een belangrijk uitgangspunt. Je volgt geen verzameling losse lessen, maar een programma waarin doelen, volgorde en moeilijkheidsgraad bewust op elkaar zijn afgestemd.

12. Wanneer is begeleiding van een pianoleraar zinvol?

Er zijn momenten waarop persoonlijke begeleiding veel verschil kan maken.

Een pianodocent kan bijvoorbeeld helpen wanneer je niet goed weet wat je moet oefenen, wanneer een technisch probleem blijft terugkomen of wanneer je twijfelt over je houding en vingergebruik.

Ook bij muzikale vragen is gerichte feedback waardevol. Denk aan timing, frasering, dynamiek, klank en interpretatie. Zulke aspecten zijn vaak moeilijker zelf te beoordelen dan het spelen van de juiste noten.

Persoonlijke begeleiding is vooral zinvol wanneer je:

  • steeds tegen dezelfde technische problemen aanloopt;
  • meer structuur in je oefenproces nodig hebt;
  • niet goed weet welke volgende stap bij je niveau past;
  • gerichte feedback wilt op je spel;
  • sneller wilt begrijpen waarom iets niet werkt;
  • je muzikale mogelijkheden verder wilt verdiepen.

Het doel van goede begeleiding is niet dat je afhankelijk blijft van een docent. Juist door duidelijke uitleg en gerichte feedback leer je steeds zelfstandiger luisteren, oefenen en muzikale keuzes maken.

13. Hoe nu verder als beginnende pianist?

Welke richting je ook kiest, probeer vanaf het begin verschillende onderdelen met elkaar te verbinden:

  • spelen;
  • luisteren;
  • techniek;
  • theorie;
  • muziek begrijpen;
  • muzikale keuzes leren maken.

Je hoeft niet alles tegelijk te beheersen. Een goede muzikale basis ontstaat stap voor stap.

Het uiteindelijke doel is niet alleen dat je weet welke toetsen je moet spelen, maar dat je steeds beter begrijpt wat je hoort en doet. Vanuit dat inzicht ontstaat meer zelfstandigheid, expressie en vrijheid aan de piano.

Wil je zelfstandig verder werken aan akkoorden, theorie, begeleiding en vrijer pianospel? Bekijk dan mijn online pianocursussen.

Wil je liever persoonlijke begeleiding die volledig wordt afgestemd op je niveau, doelen en muzikale interesses? Bekijk dan de mogelijkheden voor privé pianolessen in Tilburg.

Alle toonladders in majeur en mineur met pianovingerzetting

Pianotoetsen van bovenaf gezien bij het oefenen van toonladders

Wat zijn majeur- en mineurtoonladders? Hoe vind je al die toonladders op de piano? En hoe bepaal je de juiste vingerzetting voor je linkerhand en rechterhand?

In dit blog vind je een compleet visueel overzicht met alle majeur en mineur toonladders én de bijbehorende vingerzettingen. Alles is alfabetisch geordend. Je leert ook vier belangrijke richtlijnen voor een goede vingerzetting. Tot slot krijg je drie onmisbare oefentips.

Toonladders vormen de basis van muziek. Het is daarom belangrijk om ze goed te kennen.

Bijgewerkt: 11 december 2025

1. Wat zijn majeur- en mineurtoonladders?

Een ‘toonladder’ is een opeenvolging van een vast aantal verschillende tonen.

Op de piano kan zo’n reeks bestaan uit vijf tot twaalf tonen. Bij een majeur- of mineurtoonladder gaat het om zeven verschillende tonen met vaste afstanden tussen de tonen.

Om zelf toonladders te bouwen is het handig om eerst naar halve (0,5) en hele (1) toonafstanden te kijken. Tussen elke pianotoets, zwart of wit, zit altijd een halve stap van 0,5. Sla je één toets over, dan maak je een hele stap van 1. Zie figuur 1.

Figuur 1. Toonafstanden

Toonafstanden Piano Harmanus Music

Majeur en mineur toonladders hebben een vast aantal hele en halve toonafstanden. Hieronder in figuur 2 vind je die stappen met een uitwerking voor C-majeur en C-mineur als voorbeeld.

Figuur 2. De bouw van toonladders

Toonladder bouwen piano Harmanus Music_web

Je hebt 12 verschillende tonen op de piano. Dus er zijn 12 majeur- en 12 mineurtoonladders.

De tekst gaat hieronder verder…

2. Pianovingerzetting: cijfers voor linkerhand en rechterhand

De duimen van beide handen krijgen het cijfer 1, de wijsvinger 2, de middelvinger 3, de ringvinger 4 en de pink 5. Zie figuur 3.

Figuur 3. Pianovingerzetting: cijfers

Piano vingerzettingen_web

3. Vier belangrijke richtlijnen voor pianovingerzettingen bij toonladders

Je kiest altijd een vingerzetting die prettig voelt en bij jouw handen past. Er bestaat geen vaste regel die voor iedereen werkt. Zeker wanneer je vanaf een zwarte toets speelt, kunnen er meerdere goede opties zijn.

Hieronder staan vier richtlijnen die voor de meeste pianisten duidelijkheid geven.

  1. Plaats de duim niet op zwarte toetsen. De duim is korter dan de andere vingers, terwijl zwarte toetsen hoger liggen. Dat maakt het fysiek minder handig. Gebruik daarom je overige vier vingers voor de zwarte toetsen en houd de duim op de witte toetsen.
  2. Start je toonladder op een witte toets, dan begin je meestal met de duim (1) in de rechterhand en met de pink (5) in de linkerhand.
  3. Start je toonladder op een zwarte toets, dan begin je in de rechterhand met vinger 2 of 3 en in de linkerhand met vinger 3 of 4.
  4. Oefen toonladders eerst over één octaaf en daarna over twee. Een octaaf bestaat uit acht tonen, van een begintoon tot dezelfde toon hoger. Let bij toonladders die op een witte toets beginnen op dat je in de rechterhand niet eindigt met vinger 5, maar met vinger 1. Alleen dan kun je soepel verder naar twee octaven.

Figuur 4. Octaven

Toonladder C 2 octaven vingerzetting Harmanus Music

4. Overzicht alle ‘12 majeurtoonladders’ met kruizen en mollen

Op basis van de 4 genoemde richtlijnen (en in lijn met veel pianomethodes) zijn hieronder de specifieke vingerzettingen gekozen. Ook is vooral bij de zwarte toetsen toonladders rekening gehouden met een vingerzetting die werkt wanneer je toonladders over meerdere octaven speelt.

De majeurtoonladders staan in alfabetische volgorde.

C-majeur toonladder

Toonladder C met vingerzetting Harmanus Music

C#/Db-majeur toonladder

Toonladder C#-Db met vingerzetting Harmanus Music

D-majeur toonladder

Toonladder D met vingerzetting Harmanus Music

D#/Eb-majeur toonladder

Toonladder D#-Eb met vingerzetting Harmanus Music

E-majeur toonladder

Toonladder E met vingerzetting Harmanus Music

F-majeur toonladder

Toonladder F met vingerzetting Harmanus Music

F#/Gb-majeur toonladder

Toonladder F#-Gb met vingerzetting Harmanus Music

G-majeur toonladder

Toonladder G met vingerzetting Harmanus Music

G#/Ab-majeur toonladder

Toonladder G#-Ab met vingerzetting Harmanus Music

A-majeur toonladder

Toonladder A met vingerzetting Harmanus Music

A#/Bb-majeur toonladder

Toonladder A#-Bb met vingerzetting Harmanus Music

B-majeur toonladder

Toonladder B met vingerzetting Harmanus Music

5. Overzicht alle ‘12 mineurtoonladders’ met kruizen en mollen

Op basis van de vier genoemde richtlijnen (en in lijn met veel pianomethodes) zijn hieronder specifieke vingerzettingen gekozen. Ook is vooral bij de zwarte toetsen toonladders rekening gehouden met een vingerzetting die werkt wanneer je toonladders over meerdere octaven speelt.

De mineurtoonladders staan in alfabetische volgorde.

C-mineur toonladder

Toonladder Cm met vingerzetting Harmanus Music

C#/Db-mineur toonladder

Toonladder C#m-Dbm met vingerzetting Harmanus Music

D-mineur toonladder

Toonladder Dm met vingerzetting Harmanus Music

D#/Eb-mineur toonladder

Toonladder D#m-Ebm met vingerzetting Harmanus Music

E-mineur toonladder

Toonladder Em met vingerzetting Harmanus Music

F-mineur toonladder

Toonladder Fm met vingerzetting Harmanus Music

F#/Gb-mineur toonladder

Toonladder F#m-Gbm met vingerzetting Harmanus Music

G-mineur toonladder

Toonladder Gm met vingerzetting Harmanus Music

G#/Ab-mineur toonladder

Toonladder G#m-Abm met vingerzetting Harmanus Music

A-mineur toonladder

Toonladder Am met vingerzetting Harmanus Music

A#/Bb-mineur toonladder

Toonladder A#m-Bbm met vingerzetting Harmanus Music

B-mineur toonladder

Toonladder Bm met vingerzetting Harmanus Music

De tekst gaat hieronder verder…

6. Tot slot: 3 belangrijke oefentips!

Je kent nu de toonladders met de bijbehorende vingerzettingen. De volgende stap is om ze goed te oefenen. Hieronder volgen drie tips.

Tip 1. Oefen oplopend in kruizen en mollen

Oefen majeurtoonladders en mineurtoonladders niet per se alfabetisch, maar oplopend in het aantal kruizen en mollen. Je gaat dan van eenvoudig naar complex.

Deze volgorde heeft een duidelijke logica. Je begint met een toonladder met één kruis, zoals G of Em, gevolgd door een toonladder met twee kruizen, zoals D of Bm. Elk nieuw kruis (of nieuwe mol) bouwt voort op het vorige. De toonladder G heeft f#. De toonladder D heeft f# en c#. De toonladder A heeft f#, c# en g#. Dit patroon loopt door in de rest.

Ken ze minimaal tot en met vier kruizen en mollen.

  1. Volgorde voor kruizen: 0 kruizen (C en Am), 1 kruis (G en Em), 2 kruizen (D en Bm), 3 kruizen (A en F#m), 4 kruizen (E en C#m), 5 kruizen (B en G#m), 6 kruizen (F# en D#m) en 7 kruizen (C# en A#m).
  2. Volgorde voor mollen: 0 mollen (C en Am), 1 mol (F en Dm), 2 mollen (Bb en Gm), 3 mollen (Eb en Cm), 4 mollen (Ab en Fm), 5 mollen (Db en Bbm), 6 mollen (Gb en Ebm) en 7 mollen (Cb en Abm).

Tip 2. Oefen over 1 én 2 octaven

Oefen toonladders eerst over één octaaf en daarna over twee octaven. Vanaf twee octaven wordt het technisch een stuk uitdagender.

Let bij toonladders vanaf witte toetsen op dat je in de rechterhand niet eindigt met de vijfde vinger, maar met de eerste vinger. Alleen dan kun je de toonladder soepel over twee of meer octaven spelen.

Toonladder C 2 octaven vingerzetting Harmanus Music

Tip 3. Oefen met variatie in techniek

Oefen toonladders op een technisch gevarieerde manier. Dat betekent dat je steeds wisselt in snelheid, speelwijze, ritme en volume. Zo train je een soepele en flexibele vingertechniek.

Wil je weten hoe dat in zijn werk gaat? Lees dan zeker ook mijn blog 8 tips om effectief toonladders te oefenen op de piano.

Alle kerktoonladders praktisch en visueel uitgelegd

‘Kerktoonladder’ of ‘kerk modi’ is een term die vaak voorkomt in muziek en muziektheorie. Wat zijn kerktoonladders precies, hoe vind je ze snel en hoe kun je ze oefenen?

Dit blog geeft naast een visueel overzicht ook een praktische uitleg zodat je er direct iets mee kunt bij het spelen of luisteren. Vooral voor wie jazzimprovisatie speelt is dit nuttig. In mijn online jazz piano cursus worden de kerktoonladders ook behandeld.

Onderaan dit blog staan luistervoorbeelden uit pop, jazz en klassieke muziek.

Let op: basiskennis van de gewone majeur- en mineurtoonladders helpt bij het begrijpen van de kerktoonladders.

Bijgewerkt: 11 december 2025

1. Wat zijn kerktoonladders?

Kerktoonladders, ook wel ‘modi’ (enkelvoud: modus) genoemd, zijn voorlopers van wat we nu toonsoort noemen. Ze komen uit de middeleeuwse kerkmuziek en worden nog steeds gebruikt in allerlei muziekstijlen. Onderaan dit blog staan voorbeelden per genre.

Je hoort modi in klassieke muziek (bijvoorbeeld Debussy), jazz (zoals Miles Davis’ ‘So What’), filmmuziek (bijvoorbeeld Thomas Newmans ‘Shawshank Redemption’), popmuziek (zoals Michael Jacksons ‘Earth Song’) en diverse soorten wereldmuziek. Ze helpen bij het begrijpen en spelen van muziek in het algemeen.

Er zijn zeven kerktoonladders: aeolisch, dorisch, frygisch, locrisch, ionisch, lydisch en mixolydisch. Elke ladder heeft een eigen patroon van hele en halve tonen en daardoor een eigen klank.

Hieronder volgt een visueel overzicht van deze kerktoonladders. Maar eerst een verduidelijking over de verschillende termen.

2. Verschillende termen: van middeleeuwse kerk modi tot modale ladders

In de muziektheorie en praktijk zijn verschillende synoniemen aanwezig voor kerktoonladders: middeleeuwse ladders, kerkmodi, kerktoonsoort, kerktoonreeks en modale ladders.

De termen modus en modi waren tot het einde van de middeleeuwen gebruikelijk voor wat wij nu toonsoorten noemen. Daarom is modi nauwkeuriger dan toonladder of toonsoort.

Omdat deze ladders in het westen zijn ontstaan vanuit de kerkmuziek wordt vaak de term kerkmodi gebruikt. In jazz hoor je vooral modale ladders, vooral binnen modal jazz.

Sommigen beschouwen de termen ‘kerk’ of ‘middeleeuws’ als te gekleurd, omdat modi ook buiten het westen bekend waren, van Azië tot het Midden-Oosten. Dat verandert weinig aan de theorie of de speelpraktijk zolang duidelijk is waarover je het hebt.

3. Hoe werken de kerktoonladders en hoe vind je ze snel in de praktijk?

Elke kerkmodus heeft een specifiek patroon van hele en halve toonafstanden. Dit zorgt voor een uniek geluid en karakter. Het onthouden van al deze afstanden kan echter lastig zijn.

Het helpt om de modi in twee groepen te delen: majeurachtig en mineurachtig. Een modus is namelijk een gewone majeur of mineurtoonladder met een extra verhoging (#) of verlaging (b).

Met basiskennis van toonladders vind je elke modus snel. De majeurachtige modi worden hieronder eenvoudig op een rij gezet vanuit C majeur, en de mineurachtige vanuit A mineur. Ook wordt het specifieke karakter van elke modus vermeld.

De majeurachtige modi worden eenvoudig op een rij gezet vanuit C majeur, en de mineurachtige vanuit A mineur. Ook wordt het specifieke karakter van elke modus vermeld.

  1. Ionisch (onze normale majeur) = C D E F G A B
  2. Lydisch (majeur met verhoogde 4) = C D E F# G A B (karakter: dromerig, open, sprookjes)
  3. Mixolydisch (majeur met verlaagde 7) = C D E F G A Bb (karakter: stevig, landelijk)
  1. Aeolisch (onze normale mineur) = A B C D E F G
  2. Dorisch (mineur met verhoogde 6) = A B C D E F# G (karakter: landelijk, hoopvol, sprookjes)
  3. Frygisch (mineur met verlaagde 2) = A Bb C D E F G (karakter: Spaans, spanning)
  4. Locrisch (mineur met verlaagde 2 en 5) = A Bb C D Eb F G (karakter: spanning, donker)

Wil je bijvoorbeeld de dorische ladder van E-mineur vinden? Dat is de toonladder E-mineur met een #6: E F# G A B C# D E.

De tekst gaat hieronder verder…

4. Visueel overzicht van alle kerktoonladders (ezelsbruggetje)

De kerktoonladders kunnen worden verdeeld in twee categorieën: majeur en mineur. Houd bij deze indeling altijd rekening met de specifieke verhogingen (#) of verlagingen (b). Gebruik het onderstaande plaatje als ‘ezelsbruggetje’ om de modi eenvoudig te vinden:

Kerktoonladders Conceptueel Harmanus Music

De drie majeurachtige staan voor het gemak op een rij vanuit C majeur. De vier mineurachtige vanuit A mineur.

Alle kerktoonladders (majeur)

Kerktoonladders Majeur Harmanus Music_2

Alle kerktoonladders (mineur)

Kerktoonladders Mineur Harmanus Music

5. Hoe kun je kerktoonladders het beste oefenen (piano)?

Je kunt ze op twee manieren oefenen:

  1. Speel ze als ladder
  2. Improviseer met de modi

Het spelen van kerktoonladders is nuttig, maar improviseren ermee is nog effectiever. Hierdoor leer je ze beter spelen en herkennen binnen een ‘muziekcontext’.

Ladders spelen is nuttig, maar improviseren werkt vaak beter. Je leert de klank sneller herkennen binnen een muzikale context.

  1. Speel met links alleen een kwint (de toon A + E)
  2. Speel met rechts een eenvoudige melodie in A-mineur (A B C D E F G).
  3. Verhoog of verlaag de specifieke toon die bij de modus hoort. Bijvoorbeeld de F naar F# als je een A-dorische klank wil. Of de B naar Bb als je een A-frygische klank wilt.
  4. Jazz pianisten kunnen links een septiem-akkoord spelen, zoals Am7 en rechts de dorische ladder van A.
  5. Gitaristen of andere solo instrumenten kunnen een dorische ladder gebruiken op ieder mineur-7 akkoord.

Met een kleine aanpassing van één of twee tonen ontstaat direct een nieuwe sfeer. Dat werkt goed wanneer je het conceptuele overzicht in je hoofd hebt. Dan weet je precies waar de variaties zich bevinden.

6. Luistervoorbeelden van kerktoonladders in pop, jazz en klassiek

Je vindt hieronder alleen voorbeelden van de vijf kerk modi en niet de ionisch en aeolisch. Die vijf zijn immers de afwijkende klankvarianten.

dorisch

Pop

  1. Red Hot Chili Peppers – ‘Scar Tissue’. Het gitaarriffje gebruikt A dorisch.
  2. Michael Jackson – ‘Earth Song’. Grotendeels in de dorische modus.
  3. The Beatles – ‘Eleanor Rigby’. Het coupletgedeelte gebruikt C dorische modus.
  4. Green Day – ‘Boulevard of Broken Dreams’. Af en toe F# dorisch.
  5. Guns N’ Roses – ‘Sweet Child o’ Mine’. In de solo van Slash in het midden van het nummer wordt de B dorisch verkent.

Jazz

  1. Miles Davis/Bill Evans – ‘So What’. Geheel in D-dorisch en Eb-dorisch.
  2. John Coltrane – ‘Impressions’. In D-dorisch.
  3. Herbie Hancock – ‘Cantaloupe Island‘. In D-dorisch.

Klassiek

  1. Maurice Ravel – ‘Pavane pour une infante défunte’. Enkele dorische passages.
  2. Ralph Vaughan Williams – ‘Fantasia on a Theme by Thomas Tallis’. Enkele harmonische en melodische dorische elementen.

frygisch

Pop

  1. Ricky Martin – ‘Livin’ La Vida Loca’. Door de E frygische modus, krijgt het een Latijns-Amerikaans geluid.
  2. Santana ft. Rob Thomas – ‘Smooth’. De A frygische modus in de gitaarsolo’s.
  3. Santana – ‘Black Magic Woman’. Enkele passages in D frygisch.

Jazz

  1. Chick Corea – ‘Spain’. Delen in F# frygisch.
  2. Chick Corea – ‘La Fiesta’. Dit nummer bevat een E frygisch gedeelte.
  3. Dizzy Gillespie – ‘Con Alma’.

Klassiek

  1. Hector Berlioz – ‘Symfonie Fantastique’. In het vierde deel, “Marche au Supplice” wordt de C frygische modus gebruikt.
  2. George Gershwin – ‘Rhapsody in Blue’. Enkele passages met de Frygische modus.

locrisch

Pop

  1. The Beatles – ‘Helter Skelter’. Een riff in E locrisch tijdens het intro en de coupletten.
  2. Rush – ‘YYZ’. Een basgitaarriff in F# locrisch.
  3. Pantera – ‘13 Steps to Nowhere’. Een refreinriff in C# locrisch.
  4. Black Sabbath – ‘Black Sabbath’. Een riff in F# locrisch.

Jazz

  1. John Coltrane – ‘Impressions’. De baslijn en de akkoorden suggereren E locrisch.
  2. Thelonious Monk – ‘Pannonica’. De melodie en harmonie hinten naar de locrische modus.

Klassiek

  1. Nikolai Kapustin – ‘Etude in Locrian Mode’. Geheel in locrisch.
  2. Charles-Valentin Alkan – ‘Prelude in B Locrian’. Geheel in locrisch.
  3. George Crumb – ‘Locrian Fantasy’. Geheel in locrisch.

lydisch

Pop

  1. Guns N’ Roses – ‘Sweet Child o’ Mine’. De iconische gitaarsolo van Slash bevat lydische elementen.
  2. Stevie Nicks – ‘Edge of Seventeen’. Dit nummer gebruikt B lydisch.
  3. Marvin Gaye – ‘What’s Going On’. Een lydische riff in de intro.

Jazz

  1. Herbie Hancock – ‘Maiden Voyage’. In de F Lydische modus.
  2. John Coltrane – ‘Giant Steps’. Enkele passages met de Lydische modus.

Klassiek

  1. Claude Debussy – ‘Prelude to the Afternoon of a Faun’. Enkele lydische passages.
  2. Igor Stravinsky – ‘The Rite of Spring’. Enkele lydische passages.
  3. Hector Berlioz – ‘Symfonie fantastique’. Het vijfde deel, “Songe d’une nuit du sabbat”, gebruikt lydische elementen.

mixolydisch

Pop

  1. The Beatles – ‘Norwegian Wood’. Vooral in mixolydisch.
  2. Coldplay – ‘Clocks’.
  3. Lynyrd Skynyrd – ‘Sweet Home Alabama’. In de G mixolydische modus.
  4. Jimi Hendrix – ‘All Along the Watchtower’. In de D mixolydische modus.
  5. Stevie Wonder – ‘Superstition’. In de C# mixolydische modus.

Jazz

  1. Miles Davis – ‘All Blues’.
  2. John Coltrane – ‘Mr. PC.’ Gebaseerd op de F mixolydische modus.
  3. Miles Davis – ‘Freddie Freeloader’. Gebaseerd op de Bb mixolydische modus.

Klassiek

  1. George Frideric Handel – ‘The Water Music’. Het deel genaamd “Hornpipe” gebruikt mixolydisch.
  2. Ludwig van Beethoven – ‘Symfonie Nr. 3 (Eroica)’. Enkele passages in mixolydisch.
  3. Antonín Dvořák – ‘Symfonie Nr. 9’. Het vierde deel, “Uit de Nieuwe Wereld”, bevat een mixolydische melodie.

De tekst gaat hieronder verder…

Alle 7-akkoorden uitgelegd én septiemakkoorden overzicht

Septiemakkoorden (7-akkoorden) kom je vaak tegen in akkoordsymbolen zoals Cmaj7, Am7 en G7 boven een notenbalk of liedtekst. Hoe lees je deze symbolen, welke septiemakkoorden zijn het belangrijkst en hoe bouw je ze zelf op? Hier vind je de antwoorden en een alfabetisch overzicht van de belangrijkste septiemakkoorden, met foto’s van pianotoetsen. N.B. Enige voorkennis is prettig. Lees daarvoor mijn andere blogs met illustraties:
  1. majeur- en mineurakkoorden (drieklanken)
  2. majeur- en mineurtoonladders
  3. inleiding tot pianoakkoorden
  4. septiemakkoorden als jazzakkoorden.
Heb je vragen? Plaats dan onderaan een reactie. Bijgewerkt op 11 december 2025

1. Wat zijn 7-akkoorden (septiemakkoorden)?

Wanneer er een 7 bij een akkoord staat, voeg je een extra toon toe aan het akkoord. Het gaat om de 7e toon, geteld vanaf de grondtoon van het akkoord. Bijvoorbeeld: in een C-akkoord is de toon ‘c’ de grondtoon. De toon ‘b’ is de 7e toon, geteld vanaf c. ‘Cmaj7’ betekent dus een C-majeurdrieklank met de toon b erbij. Dat wordt c + e + g + b. Zie figuur 1. Figuur 1. C majeur 7
C majeur 7 Harmanus Music_web
De 7e toon is in de muziek een ‘interval’ dat je ‘septiem’ noemt. Er zijn twee typen septiemen: grote en kleine septiemen. Een kleine septiem noem je ook wel ‘verlaagde septiem’. Ieder septiemakkoord bestaat uit een drieklank met een grote of kleine septiem. Voor het begrijpen van een septiemakkoord moet je drie dingen kennen:
  1. Verschillende drieklanken zoals majeur, mineur, verminderd, overmatig, sus2 en sus4.
  2. Weten hoe je grote en kleine septiemen bij een drieklank vindt.
  3. Weten welke combinaties tussen drieklanken en septiemen horen bij de verschillende akkoordsymbolen. Dat staat namelijk niet in het akkoordsymbool zelf. Die ‘regels’ moet je kennen. Er zijn bovendien verschillende akkoordsymbolen voor hetzelfde akkoord in omloop, wat het niet overzichtelijker maakt.
We kijken eerst naar hoe je een grote en kleine septiem vindt.

2. Hoe vind je snel een grote septiem en kleine septiem?

Voor het vinden van grote en kleine septiemen, heb je verschillende manieren. De snelste en meest eenvoudige manier gaat als volgt: Tel vanaf de grondtoon van het akkoord één of twee pianotoetsen (zowel zwarte als witte toetsen) naar beneden.
  1. Grote septiem = Ga vanaf de grondtoon één pianotoets naar beneden. Neem een C akkoord. De toon c is de grondtoon. Ga je vanuit de toon c één pianotoets naar beneden, dan kom je op de toon ‘b’ uit. Bij een G akkoord is de grote septiem een ‘f#’ en bij een F-majeurakkoord een ‘e’.
  2. Kleine septiem = Ga vanaf de grondtoon twee pianotoetsen naar beneden. Ga je vanuit de toon c twee pianotoetsen naar beneden, dan kom je op de toon ‘bes’ uit. Bij een G akkoord is dat een ‘f’. Bij een F akkoord een ‘es’.
Figuur 2. Septiemen
Grote en kleine septiem Harmanus Music

3. De vijf belangrijke septiemakkoorden uitgelegd: maj7, m7, 7, m7b5 en dim7

Er zijn minimaal 15 verschillende septiemakkoorden. Je kan iedere gangbare drieklank combineren met een kleine of grote septiem. Verderop in dit blog leer je ze allemaal. In de praktijk kom je meestal vijf typen tegen. Het is dus handig om die vijf eerst te leren. Het gaat om de volgende vijf belangrijke septiemakkoorden: maj7, m7, 7, m7b5 en dim7. N.B. Let erop dat eenzelfde septiemakkoord met verschillende akkoordsymbolen genoteerd kan worden. Die opties vind je hieronder bij ieder akkoord tussen de haakjes.

1. Majeur7-akkoord (symbool: maj7, ma7, ∆)

Een ‘majeur 7’ betekent een majeur drieklank met een grote septiem. C-majeur7 = c + e + g +b G-majeur7 = g + b + d + f#

2. Dominant7-akkoord (symbool: 7)

Een 7 akkoord heet een dominantseptiemakkoord. Het gaat om een septiemakkoord waarbij alleen een 7 bij de letternaam staat, zoals C7 of F7. Het betekent een majeurdrieklank met een kleine septiem. Het verschil tussen Cmaj7 en C7 zit dus in de soort septiem en niet in de drieklank. C7 = c + e + g + bes G7 = g + b + d + f

3. Mineur7-akkoord (symbool: min7, mi7, m7, -7)

Een ‘mineur 7’ betekent een mineur drieklank met een kleine septiem. C-mineur7 = c + es + g + bes G-mineur7 = g + bes + d + f

4. Halfverminderd7-akkoord (symbool: m7b5, ø of ø7)

Een ‘halfverminderd7-akkoord’ betekent een verminderde drieklank met een kleine septiem. Heel af en toe noemt men dit akkoord een ‘halfdim7-akkoord’. Het woord ‘dim’ is een afkorting van het Engelse ‘diminished’, wat verminderd betekent. Het woord ‘half’ geeft aan dat dit akkoord voor de helft is verminderd, met andere woorden: alleen de drieklank is verminderd. De kleine septiem blijft gelijk. Daarin verschilt het van een ‘volledigverminderd7-akkoord’, waarbij ook de kleine septiem wordt verlaagd. Dit noemt men ook wel een ‘dim7-akkoord’. Cm7b5 = c + es + ges + bes Gm7b5 = g + bes + des + f

5. Volledig verminderd7-akkoord (symbool: dim7, °7)

Een ‘(volledig) verminderd7-akkoord’ is een verminderde drieklank met een verminderde septiem. De septiem wordt dus twee keer verlaagd. Vanuit de grondtoon c kom je dan uit op de toon ‘a’. Je schrijft dit niet als ‘a’, maar als ‘beses’, een b met twee mollen. Zo blijft theoretisch duidelijk dat de septiem dubbel is verlaagd. Het verschil tussen ‘half dim7’ en ‘dim7’ zit in de septiem en niet in de drieklank. Een half dim7 heeft een kleine septiem. Een dim7 heeft een kleine septiem die verder is verlaagd tot een verminderde septiem. In de uitspraak kun je het woord ‘volledig’ gerust weglaten. Cdim7 = c + es + ges + beses Gdim7 = g + bes + des + fes (gewoon de toon ‘e’, maar je schrijft ‘fes’)

4. Alle overige septiemakkoorden vinden?

Zoals gezegd zijn er meer septiemakkoorden dan alleen de bovengenoemde vijf. Een septiemakkoord is namelijk ‘een drieklank’ met een ‘grote of kleine septiem’ erbij. Als je dat begrijpt en je kent veel drieklanken, dan kun je zelf allerlei combinaties maken. Je moet alleen nog de bijbehorende akkoordsymbolen begrijpen en kunnen noteren. Daar zijn 3 regels voor. Hieronder vind je de 3 regels mét de septiemakkoorden die tot nu toe nog niet behandeld zijn. Notatieregel 1: bij een ‘maj7’ of ‘7’ met een verminderde of overmatige kwint schrijf je eerst de 7 en dan pas verminderde kwint (symbool: ‘b5’) of overmatige kwint (symbool: ‘#5’) erna. Bijvoorbeeld: C7b5 = c + e + ges + bes Cmaj7b5 = c + e + ges + b C7#5 = c + e + g# + bes Cmaj7#5 = c + e + g# + b Notatieregel 2: bij de twee suspended-drieklanken (sus2 of sus4) schrijf je eerst de 7 en dan pas sus2 of sus4 erachter. Bijvoorbeeld: C7sus2 = c + d + g + bes Cmaj7sus2 = c + d + g + b C7sus4 = c + f + g + bes. Cmaj7sus4 = c + f + g + b Notatieregel 3: een mineur of dim. drieklank met een grote septiem gebruik je een / teken. Bijvoorbeeld: Cmin/maj7 = c + es + g + b Cdim/maj7 = c + es + ges + b De tekst gaat hieronder verder…

5. Compleet overzicht van alle septiemakkoorden met pianofoto’s

Hieronder vind je in alfabetische volgorde een compleet overzicht van alle septiemakkoorden. N.B. zwarte toetsen worden als een mol ‘b’ of kruis ‘#’ benoemd. De ‘zwartetoetsakkoorden’ staan hieronder in mollen genoteerd met het kruis tussen haakjes. Dus zoek je een ‘G#7 akkoord’? Kijk dan bij ‘Ab7’!

C: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden C Harmanus Music

Db (C#): majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden Db-C# Harmanus Music

D: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden D Harmanus Music_web

Eb (D#): majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden Eb-D# Harmanus Music_web

E: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden E Harmanus Music

F: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden F Harmanus Music

Gb (F#): majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden Gb-F# Harmanus Music

G: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden G Harmanus Music

Ab (G#): majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden Ab-G# Harmanus Music_web

A: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden A Harmanus Music_web

Bb (A#): majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden Bb-A# Harmanus Music_web

B: majeur 7, 7, mineur 7, m7b5, dim 7

Septiem akkoorden B Harmanus Music_web

Alle 12 Majeur en mineur piano akkoorden in één overzicht!

Wil jij majeur én mineur piano akkoorden leren?

Hieronder vind je een overzicht van alle 12 majeur en 12 mineur pianoakkoorden. Deze 24 akkoorden heb je nodig wanneer je vanuit akkoorden en akkoordenschema’s speelt.

Op je bladmuziek staan ze als akkoordsymbolen boven de notenbalk of songtekst, zoals Cm, D, Ab en Bbm.

In dit blog leer je hoe je deze symbolen omzet naar akkoorden op de piano, met bij elk akkoord een duidelijke foto.

Vanuit die akkoordsymbolen kun je het hele lied op piano spelen, zonder noten te lezen. Dat doe je bijvoorbeeld bij popbegeleiding en improvisatie. Meer hierover lees je op de hoofdpagina over piano akkoorden.

Bijgewerkt op 11 december 2025

1. De notatie van akkoordsymbolen voor majeur- en mineurakkoorden

Eerst twee opmerkingen vooraf.

Ten eerste: als je akkoordsymbolen leest zie je bij de hoofdletters soms een kleine letter ‘m’, zoals Cm of Fm. Dat betekent dat het om een mineurakkoord gaat. Staat er geen ‘m’, dan is het een majeurakkoord.

Ten tweede: op de piano heb je witte en zwarte toetsen. De zwarte toetsen kun je op twee manieren noteren, met een kruis (#) of met een b. De eerste zwarte toets boven de toon C kan dus C# of Db heten.

Bij het akkoordsymbool C# of Db speel je op de piano dezelfde tonen. Alleen de notatie verschilt.

Om die reden geef ik bij ieder pianokkoord beide akkoordsymbolen en vermeld ik ook de notennamen, wat handig is als je noten kunt lezen.

2. Compleet overzicht met alle 12 majeur en mineur pianoakkoorden

Alle akkoorden zijn in hun majeur- en mineur-variant naast elkaar gezet, oplopend van C, C#/Db, D, D#/Eb, E, enzovoorts.

C-majeur en C-mineur akkoord

C-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

C#-majeur en C#-mineur of Db-majeur en Db-mineur akkoord

C#-Db-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

D-majeur en D-mineur akkoord

D-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

D#-majeur en D#-mineur of Eb-majeur en Eb-mineur akkoord

D#-Eb-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

E-majeur en E-mineur akkoord

E-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

F-majeur en F-mineur akkoord

F-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

F#-majeur en F#-mineur of Gb-majeur en Gb-mineur akkoord

F#-Gb-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

G-majeur en G-mineur akkoord

G-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

G#-majeur en G#-mineur of Ab-majeur en Ab-mineur akkoord

G#-Ab-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

A-majeur en A-mineur akkoord

A-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

A#-majeur en A#-mineur of Bb-majeur en Bb-mineur akkoord

A#-Bb-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

B-majeur en B-mineur akkoord

B-majeur en mineur akkoord Harmanus Music

3. Tips voor het oefenen van alle majeur en mineur pianoakkoorden

Alle akkoorden staan in een ‘alfabetische’ volgorde, dus steeds een toon hoger. Toch is het verstandig om ze op de piano in willekeurige volgorde te oefenen. In liedjes kom je ze namelijk ook door elkaar tegen.

Als je alle akkoorden kent, is het belangrijk om te leren hoe je ze in een begeleidingsvorm speelt. Alleen drie tonen met je rechter of linkerhand spelen klinkt wat beperkt. Met een paar eenvoudige tips kun je al snel een mooi stukje pianospel opbouwen.

Wil je dit leren? Lees dan verder op mijn hoofdpagina over pianobegeleiden en piano akkoorden. Succes.

8 tips om effectief toonladders te oefenen op de piano

Toonladders oefenen is een vereiste voor iedere pianist: beginner of gevorderd. Je hebt ze nodig voor muziekinzicht, jazzimprovisatie, moduleren tussen toonsoorten, pianobegeleiding vanuit akkoorden, enzovoorts.

Maar hoe doe je dat op een goede manier? Welke oefeningen zijn er voor beginners en gevorderden? In dit blog leer je 8 effectieve oefeningen waarmee je je vingers traint, zonder verveeld te raken.

Tips 1 t/m 4 zijn handig voor beginners. Tips 5 t/m 8 zullen interessanter zijn voor ervaren of gevorderde pianisten.

Heb je vragen? Plaats onderaan een reactie!

Bijgewerkt op 13 december 2025

1. Vooraf: vingerzettingen voor de toonladder C-majeur

Voordat je de oefeningen uitvoert heb je de vingerzettingen nodig. Anders weet je niet welke vinger je op welke toets plaatst. Hieronder vind je ze voor één en twee octaven per hand. Alleen voor de toonladder C-majeur. Een octaaf is het bereik van 8 tonen, dus van c naar de hogere c.

Wil je de vingerzetting voor de andere toonladders weten? Lees dan mijn blog over toonladders en vingerzettingen.

Onthoud: de duimen van beide handen krijgen het cijfer 1, de wijsvinger 2, de middelvinger 3, de ringvinger 4 en de pink 5 (zie figuur 1).

Figuur 1. Pianovingerzetting handen

Piano vingerzetting handen

Vingerzetting linker- en rechterhand voor 1 octaaf (van links naar rechts gespeeld):

  • LH: 5 4 3 2 1 3 2 1
  • RH: 1 2 3 1 2 3 4 5

Vingerzetting linker- en rechterhand voor 2 octaven (van links naar rechts gespeeld):

  • LH: 5 4 3 2 1 3 2 1 4 3 2 1 3 2 1
  • RH: 1 2 3 1 2 3 4 1 2 3 1 2 3 4 5

N.B. Voor het gemak kies je de toonladder C-majeur (zie figuur 2). Die heeft geen zwarte toetsen.

Figuur 2. Toonladder C-majeur

Toonladder Harmanus Music

2.Tip 1. Speel beide handen apart over één of twee octaven

Als je nog een beginner bent met pianospelen is het advies om elke toonladder met één hand apart te oefenen. Je begint met je linkerhand en daarna oefen je je rechterhand. De linkerhand is voor veel mensen het minst ontwikkeld. Door met die hand te beginnen sla je hem in ieder geval niet over.

Terwijl je de toonladder speelt let je altijd op 2 dingen:

  1. Kwaliteit van uitvoering: speel met een gelijkmatig volume, tempo en ritme. Wees consistent in wat je doet. En luister nauwkeurig of je vingers doen wat je wilt.
  2. Notennamen en pianotonen: onthoud de notennamen van de toonladder. Spreek ze bijvoorbeeld tijdens het spelen uit. Zo leer je niet alleen je vingers bewegen, maar ook bewust uit welke tonen een toonladder bestaat. Dat is bijvoorbeeld nodig voor je kennis van toonsoorten.

Het goed uitvoeren van deze twee punten is lastig. Je hebt al je concentratie nodig. Daarom begin je niet met twee handen tegelijk of met lastigere toonladders.

Zo verminder je de overvloed aan informatie voor je brein. Je bouwt je oefeningen altijd op van eenvoudig naar moeilijk.

Kwaliteit en inzicht moeten voorop staan, anders hebben je oefeningen weinig effect.

3. Tip 2. Speel beide handen tegelijk in tegenbeweging

‘In tegenbeweging spelen’ betekent dat je beide handen van elkaar af laat bewegen of juist naar elkaar toe laat spelen.

Je plaatst beide duimen op de middelste c van de piano. Vervolgens speel je met je linkerhand naar links en met je rechterhand naar rechts, dus van elkaar af.

Wanneer je bij je pink bent aangekomen speel je weer terug, naar elkaar toe.

Het prettige van deze oefening is dat de vingers van links en rechts op hetzelfde moment wisselen. 1 met 1, 2 met 2, 3 met 3, enzovoort.

Figuur 3. Toonladder in tegenbeweging

Toonladder C in tegenbeweging

4. Tip 3. Speel beide handen tegelijk in parallelle beweging

‘In parallelle beweging spelen’ betekent dat je beide handen dezelfde kant op laat spelen.

Je plaatst de pink (5) van je linkerhand op de lage toon c van de piano. De duim (1) van je rechterhand plaats je op de hoge toon c van de piano.

Vervolgens speel je met beide handen naar rechts en aan het einde weer met beide handen naar links. Je beweegt dus steeds dezelfde kant op.

Het uitdagende van deze oefening is dat de vingers van links en rechts niet op hetzelfde moment wisselen.

Figuur 4. Toonladder in parallelle beweging

Toonladder Harmanus Music

5. Tip 4. Speel beide handen tegelijk parallel en in tegenbeweging

Deze oefening gaat in vier stappen (zie figuur 5 onderaan):

  1. Speel beide handen eerst in parallelle beweging naar rechts, dus naar boven, over één octaaf (of twee octaven als je het moeilijker wilt maken). Zorg dat je twee octaven afstand tussen beide handen hebt, anders kom je niet uit.
  2. Wanneer je na één octaaf boven aankomt, speel je beide handen in tegenbeweging van elkaar af. De rechterhand speelt nog een octaaf hoger en de linkerhand speelt een octaaf terug naar beneden.
  3. Vervolgens speel je beide handen in tegenbeweging naar elkaar toe over één octaaf.
  4. Tot slot speel je beide handen in parallelle beweging naar rechts en daarna terug naar links.

Figuur 5. Toonladder in parallelle & tegenbeweging

Toonladder C parallel en tegenbeweging

6. Tip 5. Verander de speelwijze van de toonladder

Met speelwijze bedoel ik articulatie. Dat betekent in de muziek hoe lang of kort je een toon aanhoudt.

Daarvoor gebruik je minimaal drie technische muziektermen:

  1. staccato = zeer kort
  2. legato = lang en gebonden
  3. portato = tussen staccato en legato

Het is de bedoeling dat je toonladders niet alleen legato oefent, een veelvoorkomende beginnersfout. Dan ontwikkel je vooral één kant van de pianotechniek. Door te variëren werk je aan een bredere techniekontwikkeling. Dat houdt je denken actief en voorkomt dat het oefenen eentonig wordt. Het beste is om je toonladder te oefenen met alle drie articulaties: staccato, legato en portato.

Mogelijke variaties:

  1. Speel de toonladder heen en terug in staccato. Daarna speel je hem opnieuw heen en terug in legato, enzovoort.
  2. Speel de toonladder heen en terug met je linkerhand in staccato en je rechterhand in legato. Zo oefen je twee verschillende articulaties tegelijk.
  3. Speel de toonladder heen en terug waarbij je twee tonen staccato speelt, daarna twee tonen legato, vervolgens twee tonen portato, en dan weer twee tonen staccato, enzovoort. Na een vast aantal tonen wissel je dus van articulatie. Hoeveel tonen dat zijn bepaal je zelf.

7. Tip 6. Verander het ritme van de toonladder

Ik geef je zes voorbeelden van ritmische variaties waarmee je ook weer veel andere variaties kunt bedenken:

  1. Speel beide handen in kwartnoten, dus op elke beat of tik van je metronoom of BPM. Beide handen spelen in hetzelfde tempo.
  2. Speel beide handen in achtste noten, dus twee keer zo snel als de beat van je metronoom.
  3. Speel beide handen in achtste triolen, dus drie keer zo snel als de beat van je metronoom.
  4. Speel beide handen in zestiende noten, dus vier keer zo snel als de beat van je metronoom.
  5. Speel je linkerhand in achtste noten en je rechterhand in kwartnoten. Je linkerhand speelt twee keer zo snel als je rechterhand, waardoor ze niet precies gelijk lopen. Doe dit ook andersom: rechts twee keer zo snel als links.
  6. Speel met beide handen de eerste toon van je toonladder lang (achtste noot) en de tweede toon kort (zestiende noot), enzovoort. Je krijgt zo een huppelend ritme. Draai het ritmepatroon ook om: kort-lang.

8. Tip 7. Verander het volume van de toonladder

Varieer in volume:

  1. Speel je toonladder met beide handen luid (forte).
  2. Speel je toonladder met beide handen zacht (piano).
  3. Speel je toonladder van zacht naar luid (crescendo).
  4. Speel je toonladder van luid naar zacht (decrescendo of diminuendo).
  5. Speel je toonladder met je linkerhand zacht en met je rechterhand luid. Doe dit daarna ook andersom.

9. Tip 8. Combineer verschillende toonladders

Als je naast C-majeur ook andere toonladders oefent, is er een interessante variatie mogelijk.

Speel met je linkerhand de toonladder C-majeur en met je rechterhand de toonladder E-majeur. Je combineert dan twee verschillende toonladders tegelijk. In principe kun je veel toonladders met elkaar combineren.

De uitdaging van deze oefening is dat je in beide handen verschillende witte en zwarte toetsen speelt. Bij sommige combinaties verschillen ook de vingerzettingen. Hoewel je tot nu toe de vingerzetting voor C-majeur gebruikt, geldt die niet voor alle toonladders. Dat onderwerp komt in een andere blog aan bod.

Hopelijk zie je nu dat je met toonladders veel verschillende oefeningen kunt bedenken. Zo houd je het oefenen afwisselend en werk je aan een bredere techniekontwikkeling.

Wil je de vingerzetting voor andere toonladders weten? Lees dan verder op mijn blog toonladders en vingerzettingen.

De 4 populairste akkoorden in popmuziek (piano akkoordenschema)

“Met 4 akkoorden kun je honderden popliedjes spelen.”

Dat klinkt misschien verrassend, maar het is goed te verklaren. Veel popnummers zijn opgebouwd rond dezelfde vier akkoorden, alleen in verschillende toonsoorten en volgordes. Als je deze vier akkoorden in iedere toonsoort kent, gaat er een grote wereld aan muziek voor je open. In dit blog lees je welke vier akkoorden dat zijn en hoe je ze herkent en toepast.

Dit blog veronderstelt enige voorkennis van toonladders en het begrip toonsoort. Lees ook de startpagina over (piano) akkoorden als je meer wilt weten over akkoorden in het algemeen.

1. Wat zijn die 4 succesvolle akkoorden die altijd werken?

Een akkoord is een specifieke samenklank van drie of meer verschillende tonen. Er bestaan veel soorten akkoorden, maar majeur en mineur worden het meest gebruikt, vooral in de popmuziek. In elke toonsoort zijn er 7 akkoorden, waarvan er vier een centrale rol spelen. Dat zijn het eerste, het vijfde, het zesde en het vierde akkoord van de toonsoort.

Speel je dit in de toonsoort C, dan krijg je de volgende akkoordvolgorde: | C | G | Am | F //.

2. Voorbeeld van de 4 akkoorden in C-majeur

Succesvolle akkoorden in C Harmanus Music_web

3. Honderden popliedjes met slechts 4 akkoorden (videovoorbeeld)

In dit filmpje speelt de komische Australische band Axis of Awesome talloze popsongs. Ze maken hiervoor gebruikt van dezelfde vier akkoorden.

Het geeft aan hoe snel je al een muzieknummer kunt spelen met heel weinig akkoordenkennis.

4. Waarom werkt dit? De kracht van ‘Nashville Number notatie’

Akkoorden in nummers zoals 1 5 6 4 en de afstanden binnen een toonladder zet je om met het NNS, het Nashville Number System.

Dit is een handig akkoordnotatiesysteem om meer inzicht te krijgen in onderliggende structuren. Doordat je akkoorden weergeeft als een relatief systeem, los van een vaste toonsoort, worden overeenkomsten tussen akkoordenschema’s snel zichtbaar. Dat geldt ook voor popnummers die in verschillende toonsoorten staan.

Er zijn minstens vijf NNS schema’s die de basis vormen van duizenden pophits, ongeacht de periode. Deze schema’s worden al decennia toegepast in de popmuziek en al eeuwen in de klassieke muziek. We zijn er daardoor sterk aan gewend, en juist dat maakt ze zo effectief.

Werk je met zo’n schema, bijvoorbeeld 1 5 6 4, dan vergroot je de kans dat je muziek herkenbaar is en prettig klinkt. In mijn Online Pianoles Cursus Pop leer je hier meer over.

5. De 4 populaire akkoorden in alle toonsoorten (handig overzicht)

Je kent nu het populaire akkoordenschema 1 5 6 4 in C. Dat is een goed begin, maar het blijft beperkt zolang je het alleen in deze toonsoort gebruikt. Pas wanneer je het schema ook in andere toonsoorten herkent en toepast, haal je er echt voordeel uit.

Hieronder is het schema uitgewerkt in alle toonsoorten.

4 Succesvolle akkoorden in alle toonsoorten Harmanus Music_web

Wil je meer uitgebreid lezen over piano akkoorden? Lees mijn startpagina over piano akkoorden.

Zoek je lessen waarin je al deze theorie leert? Volg dan mijn online pop pianocursus.

Piano spelen: hoe vaak moet je oefenen?

man-in-white-shirt-sitting-beside-piano-3760278_web

Hoe vaak moet je oefenen? Dat is lastig te beantwoorden. Dat hangt namelijk van veel factoren af en kan voor iedereen weer anders zijn. Maar hoe vaker je oefent, hoe sneller je uiteraard resultaten boekt.

Het gaat er ook om dat je effectief en efficiënt oefent. Dus als je bijvoorbeeld halverwege een pianostuk of liedje vastloopt, moet je niet steeds helemaal vooraan beginnen. Je kan beter aan dat specifieke probleem halverwege je stuk werken en zo efficiënt met je tijd omgaan. En soms is een dagje rust veel effectiever dan maar blijven studeren op een probleem.

In een goede privé pianoles of online pianoles leer je van je docent altijd ook hoe je moet studeren en ontvang je een oefenschema.

Ik geef je hieronder wat globale adviezen voor beginners, gevorderden en professionals.

Heb je vragen? Voel je vrij om onderaan een reactie te plaatsen!

Hoe vaak moet je piano oefenen als beginner?

Als je net begint, ben je vol enthousiasme en kan je vele uurtjes aan de piano zitten. Maak daar gebruik van. Zo heb je daar op langer termijn profijt van. Bijvoorbeeld als je het drukker begint te krijgen of soms minder zin hebt om te oefenen.

Er is eigenlijk geen limiet aan je oefenuurtjes. Als je een hele dag liedjes wilt uitzoeken op de piano, moet je dat zeker doen!

Gemiddeld oefenen beginners 30 minuten en dat dan 3-4 keer per week. Ik adviseer je om 30-60 minuten en minimaal 4 keer per week te oefenen.

En dit is dan áán de piano. Je kan ook nog ‘oefenen’ door veel te luisteren naar verschillende soorten pianomuziek. Zo krik je jouw muziekkennis op. En doe je ideeën op voor je speelrepertoire. Misschien ontdek je wel stukken of stijlen die je nog niet kent, maar te gek vindt om te spelen.

Hoe vaak moet je piano oefenen als gevorderde?

Gevorderden oefenen ca. 45-60 minuten, 3-4 keer per week. Dat komt niet alleen door hun betere concentratievermogen en uitgebreider aantal oefeningen.

Meestal duren hun muziekstukken ook langer. Dus dan heb je natuurlijk meer tijd nodig als je meerdere stukken speelt.

Hoe vaak moet je piano oefenen als professional?

Professionals oefenen ca. 3-6 uur en dat dan 4-5 keer per week. Als professional is pianospelen natuurlijk ook gewoon je werk. Dus net zoals een advocaat naar zijn kantoor gaat, zo gaat een pianist naar de ‘studeerkamer’.

Die 3-6 uur is meestal alléén de tijd aan de piano. Hetzij spelen, hetzij analyseren. En niet de tijd voor het lezen van muziekboeken, zoeken van nieuwe muziekstukken, repetities en optredens. Die tijd moet je dan eigenlijk nog erbij optellen!

Vraag: Heb je goede tips voor piano oefenen als je een druk schema hebt?

Wie heeft tegenwoordig niet een druk schema? Zoveel te doen en zo weinig tijd. Als je het drukt hebt, kan je ook minder vaak spelen. Toch kan je nog steeds resultaten blijven behalen.

Ik geef 5 tips die effectiviteit en efficiëntie verhogen. Kijk vooral goed naar wat bij jou persoonlijk en in jouw concrete situatie past. Niet iedere tip werkt voor iedereen even goed. Ook kan het zijn dat een tip in een bepaalde fase van je leven niet werkt maar in een andere fase weer wél.

  1. Oefen minder lang (bv. 10 minuten), maar wel vaker (in de ochtend en avond of tussendoor je activiteiten). Zo kun je beter 2x 5 minuten per dag noten lezen oefenen, dan 1x twee uur in het weekend. Iets dat vaker herhaald wordt, blijft beter plakken!
  2. Stel minder doelen in de kortere sessies. Als je te veel doelen stelt, gaat je kwaliteit van uitvoering omlaag omdat je te weinig tijd hebt om ze te behalen. Waarschijnlijk ook je motivatie, omdat niets goed lukt. In plaats van een heel stuk spelen, kun je je bijvoorbeeld richten op één onderdeel uit het stuk. Dat kan een technisch probleem zijn in een bepaalde maat of een bepaalde afgebakende akkoordenprogressie van een lied dat steeds niet wilt lukken.
  3. Probeer je te richten op iets wat minder ‘denkvermogen’ kost en meer op ‘uitvoering’ gericht is. Stel dat je jazz of pop improviseert. In plaats van een solo proberen te bedenken, kun je een uitgeschreven solo instuderen. Iets bedenken kost immers meestal meer denkvermogen en tijd dan iets instuderen, omdat je in het tweede geval direct aan de slag kunt. En als je direct aan de slag kunt ben je elke minuut effectiever aan het studeren. Het imiteren van andere goede spelers is ook een evenzo belangrijk onderdeel bij het leren van jazz of pop piano als zelf iets bedenken. Op Youtube vind je veel voorbeelden van zogeheten ’transcripties’ van uitgeschreven solo’s. Lees mijn blog met tips voor (jazz)improviseren als je hier meer over wilt weten.
  4. Richt je vooral op problemen en speel niet te vaak datgene wat al goed lukt. Als je een lied speelt waarbij het middendeel niet goed loopt, oefen dan direct alléén dat deel of die specifieke maat. Begin niet ‘uit gewoonte’ klakkeloos vooraan.
  5. Richt je juist niet op problemen maar alleen op het spelen van stukken die je al kent. Zo blijf je in ieder geval ‘op niveau’. Deze tip kan helpen als je merkt dat je minder zin hebt om ‘nieuwe dingen’ te oefenen. Uiteraard leer je zo niet veel meer bij, maar je zakt ook niet in niveau, dus dat is ook winst!

Vraag: Heb je goede tips voor piano oefenen als je geen zin hebt?

“Zien spelen, doet spelen.”

Geen zin, dat kennen we allemaal. Van beginner tot professional. Allereerst moet je uitzoeken waarom je geen zin hebt. Ik heb bijvoorbeeld soms geen zin om een stuk in te studeren en al die noten weer te moeten stampen. Wat ik dan op zo’n moment doe is gewoon richten op iets waar ik wel zin in heb, wat minder energie kost en wat ook nog handig is voor mijn ontwikkeling.

Bijvoorbeeld luisteren naar muziek om zo nieuwe ideeën voor stukken op te doen. Of nieuwe muziek dan wel muzikanten te ontdekken. Ook dát is belangrijk en gaat me uiteindelijk helpen bij het pianospelen. Nieuwe muziek kan mij ideeën geven voor mijn improvisaties of composities.

Als je echt geen zin hebt om wat dan ook te doen, dan moet je gewoon niks doen! Een dagje rust is ook nodig. En zelfs dat kan bijdragen aan je vooruitgang! Bijvoorbeeld om nieuwe energie of inspiratie te krijgen. Of om je armspieren te laten rusten.

Maar wat ik ook heb ervaren is dat ik soms juist zin krijg als ik een goede pianist zie spelen. Ook voor pianospelen en muziek maken geldt het gezegde: ‘Zien eten, doet eten.’ Zo ook: “Zien spelen, doet spelen.”

Het belangrijkste is denk ik dat je plezier en passie blijft hebben. En soms vergroot je die door nóg meer te oefenen, maar soms ook door minder te doen!

Hoe speel je sextligging akkoorden juist?

Ben je geïnteresseerd in piano akkoorden? Akkoordliggingen en hoe je ze speelt? In dit blog bespreek ik kort één heel specifiek onderdeel van akkoorden. Namelijk hoe je sext-akkoordligingen speelt. In mijn online piano cursus pop (akkoorden) ga ik daar veel dieper op in.

Wat zijn akkoorden?

Een akkoord is een samenklank van minimaal 3 verschillende tonen. Die 3 tonen zijn meestal de grondtoon, terts en kwint. Daarmee bedoel ik de 1e, 3e en 5e toon uit een toonladder.

Bijvoorbeeld: in het C-akkoord, bestaande uit de tonen c-e-g, is de ‘c’ de grondtoon, de ‘e’ de terts en de ‘g’ de kwint.

Wat zijn sextliggingen?

Akkoorden komen in verschillende liggingen oftewel omkeringen voor. Een omkering heeft te maken met de volgorde van de akkoordtonen.

Sextakkoorden zijn akkoorden waarbij de terts in de bas ligt, dus onderaan. In het geval van een C-akkoord speel je met RH het C-akkoord en met LH de toon ‘e’.

De notatie is als volgt: C/E. De C geeft hier het akkoord aan en wordt met de RH gespeeld en de E geeft de bastoon aan die met de LH gespeeld wordt.

Meer weten over omkeringen? Lees mijn hoofdpagina piano akkoorden spelen.

De belangrijkste regel voor sextliggingen

Bij een sextligging speelt de RH geen terts in het akkoord, omdat de LH al de terts speelt. De reden hiervoor is dat wanneer beide handen de terts spelen er een wringende klank optreedt.

Als je bovenstaande regel strikt aanhoudt heeft de RH slechts twee tonen over (grondtoon en kwint).

Dit vormt op zich geen probleem, maar wil je toch een ‘voller’ akkoord, dan kun je de grondtoon of de kwint verdubbelen.

De RH speelt in dat geval een extra ‘c’ of een ‘g’ in het akkoord om toch minimaal drie tonen te kunnen blijven spelen.

Succes met het spelen van sextligging-akkoorden.

Wil je verder lezen over akkoorden in het algemeen? Lees de hoofdpagina van mijn website over piano akkoorden.

Zoek je een piano akkoorden cursus? Bekijk online piano cursus pop of jazz.